Bondscoach blikt terug op EK Atletiek: ‘Hoge aantal blessures moeten we evalueren'
Op de laatste avond van de EK atletiek blikt bondscoach Laurent Meuwly terug op de meest succesvolle Europese kampioenschappen ooit voor Nederland. Met 12 medailles is het record van Rome 2024 al geëvenaard, met wellicht nog meer te komen, al is de bondscoach ook kritisch. ‘Van sommige atleten hebben we te veel gevraagd.’
‘Veel atleten hebben zich verbeterd’
‘Qua medailles is het een succesvol toernooi,’ begint de Zwitser in Nederlandse dienst.’ Enkele atleten waarvan we niet hadden verwacht dat ze een medaille zouden halen, hebben ons verrast. Maar andere atleten hebben hun doelen niet gehaald. Het gaat, zoals ik eerder al aangaf, niet alleen om medailles, maar ook om het verbeteren van de posities op de ranglijst. Maar ook daar ben ik heel blij dat veel atleten hun positie hebben verbeterd, een ronde verder zijn gekomen of een finale hebben gehaald. Maar er zijn natuurlijk altijd zaken die beter kunnen.’
‘Altijd een dun lijntje’
Daarmee bedoelt de bondscoach vooral op de blessures in zijn eigen sprintgroep. Veel sprinters, bijvoorbeeld uit de bronzen 4x100 meterploeg van Tokyo (Nsikak Ekpo, Xavi Mo-Ajok, Taymir Burnet, Elvis Afrifa) moesten zich geblesseerd afmelden of waren net op tijd opgelapt. Topsprinter Raphael Bouju is ook al langere tijd uit de running met fysieke problemen. Tevens moest Nederlands sterkste troef bij de vrouwen - Minke Bisschops – bij verstek laten gaan wegens blessureleed. ‘Een blessure is altijd jammer. Er zijn verschillende redenen dat er blessures zijn, die redenen zijn niet altijd hetzelfde. Soms is het een terugkerende blessure. Soms is het gewoon pech dat je plotseling geblesseerd raakt. We zitten altijd op het randje van te veel training of niet genoeg herstel of geen perfecte planning. Het is een heel dun lijntje.’
‘Beetje te veel naar mijn mening’
Toch steekt de 51-jarige succescoach ook hand in eigen boezem. ‘Dit jaar was het zeker een beetje te veel naar mijn mening. Dat moeten we erkennen en goed analyseren zodat het niet nog een keer gebeurt. Want we hebben niet zo’n groot aantal topatleten dat we even 10% van de topatleten kunnen missen.’
‘Dat is iets waar het hele team mee bezig is: de atleten, de medische staf, de voedingsdeskundigen, de psycholoog. Er kan van alles spelen in het leven van een atleet dat het fysieke van een atleet beïnvloedt. We moeten er als een team naar kijken en als een team met een oplossing komen.’
‘Meest succesvolle atleten kunnen ook meedoen op het mondiale podium’
Meuwly heeft dan ook goede hoop voor de toekomst. ‘Wat interessant is, is dat de meest succesvolle atleten ook succesvol kunnen zijn op het mondiale podium. Er komen situaties voor waarin je de meest succesvolle bent in Europa, maar bijna geen kans maakt op het wereldpodium. Maar ik denk niet dat dat het geval is met Nederland. We hebben meerdere atleten die ook op het wereldwijde podium een medaille kunnen halen. Het is meer de diepte, bij de atleten erachter, waar er een groter verschil is tussen meedoen of een finale halen op de Europese kampioenschappen. Uiteraard vind ik dat, als een bond, dat we moeten kijken hoe we het niveau van het hele team omhoog krijgen. Want hoe groter de basis, des te meer atleten in de positie komen om een medaille te halen.’
Volg je Runner's World al op Instagram, TikTok, Strava en Facebook?














