Gezondheid

Wie leeft langer: de snelle of de langzame wandelaar?

Praat mee!
Contributing Digital Editor

Getty Images

Getty Images

De één wandelt alsof er aan het einde van de straat een trein vertrekt, de ander slentert rustig langs alle etalages en aait elk hondje dat voorbijkomt. Maar wie heeft, als je naar gezondheid en levensverwachting kijkt, de beste papieren: de snelle of de langzame wandelaar?

We zochten het uit.

Snelle wandelaars lijken langer te leven

Een groot onderzoek onder ruim 50.000 wandelaars laat zien dat stevige doorstappers gemiddeld gunstiger scoren dan langzame wandelaars. Wie in een normaal of stevig tempo liep, had een lager risico om vroegtijdig te overlijden. Bij gemiddeld wandelen lag dat risico ongeveer 20 procent lager, bij stevig of snel wandelen ongeveer 24 procent. Vooral voor hart- en vaatziekten was het verschil duidelijk.

Ook ander onderzoek wijst dezelfde kant op. Wetenschappers van de University of Leicester zagen in gegevens van de UK Biobank dat snelle wandelaars gemiddeld een hogere levensverwachting hadden dan langzame wandelaars. En dat gold niet alleen voor mensen met een bepaald gewicht. Het lijkt dus niet simpelweg een kwestie van slank of zwaar, maar vooral van fitheid, conditie en hoeveel lichamelijke reserve je hebt.

Je wandeltempo zegt iets over je lijf

Je wandeltempo is eigenlijk een klein inkijkje in je gezondheid. Wie makkelijk stevig kan doorlopen, heeft vaak een fitter hart, sterkere spieren, betere longfunctie en meer balans. Je lijf moet tijdens het wandelen namelijk van alles tegelijk regelen: zuurstof opnemen, bloed rondpompen, spieren aansturen en je evenwicht bewaren. Lukt dat soepel, dan zegt dat iets over je algemene conditie.

Dat betekent niet dat langzaam wandelen slecht is. En het betekent ook niet dat snel wandelen automatisch jaren aan je leven toevoegt. Waarschijnlijk werkt het deels andersom: mensen die fitter en gezonder zijn, lopen vaak vanzelf sneller. Maar juist daarom is wandeltempo interessant. Het is geen wedstrijd, wel een signaal. Zeker als je merkt dat je normale tempo ineens duidelijk lager ligt dan eerst.

Wat is dan ‘snel’ wandelen?

Snel wandelen klinkt meteen alsof je met rode wangen over de stoep moet marcheren, maar dat valt mee. Bij stevig wandelen gaan je hartslag en ademhaling omhoog, terwijl je nog wel kunt praten. Vaak wordt ongeveer 5 tot 6 kilometer per uur als richtlijn aangehouden, maar je hoeft echt niet met een sporthorloge op pad.

Een makkelijkere test: kun je nog praten, maar niet meer ontspannen zingen? Dan zit je waarschijnlijk goed. En dat telt gewoon mee als matig intensieve beweging. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) adviseert volwassenen om daar minstens 150 minuten per week van te halen. Dat hoeft niet in één fanatiek blok. Een paar kortere wandelingen per week kunnen samen ook veel doen, zeker als je er net wat meer vaart in zet dan bij een rustig ommetje.

Is langzaam wandelen dan zinloos?

Nee hoor, zeker niet. Langzaam wandelen is nog altijd veel beter dan blijven zitten. Het helpt je om meer beweging in je dag te krijgen, is laagdrempelig als je moe bent of net begint en is vaak makkelijker vol te houden dan een fanatiek sportplan dat na twee weken alweer strandt. Voor veel mensen is rustig wandelen juist de perfecte opstap naar meer beweging.

Soms is rustig wandelen zelfs verstandiger. Ben je ongetraind, ouder, zwanger, herstellend, snel duizelig of heb je pijnklachten, dan is 'gewoon even doorstappen' niet altijd het beste advies. Gezond wandelen draait niet om zo hard mogelijk gaan, maar om een tempo dat past bij je lichaam van dat moment.

Word je ineens langzamer? Let dan híer op

Er is wel een verschil tussen altijd al rustig wandelen en ineens duidelijk trager worden. Merk je dat je in korte tijd veel langzamer loopt, sneller moe bent, kortere passen zet of minder stevig op je benen staat? Dan is dat iets om serieus te nemen. Een dalend wandeltempo kan te maken hebben met minder spierkracht, gewrichtsklachten, hart- of longproblemen of veranderingen in het zenuwstelsel.

Eén slechte wandeldag is natuurlijk geen reden tot paniek. Iedereen heeft weleens zware benen. Maar als je normale tempo zonder duidelijke reden achteruitgaat, zeker in combinatie met pijn, benauwdheid, duizeligheid of opvallende vermoeidheid, is het verstandig om dit te bespreken met je huisarts of fysiotherapeut.

Een beetje tempo helpt wel degelijk

De winst zit waarschijnlijk niet in jezelf opjagen, maar in nét wat meer vaart. Maak je gewone wandeling iets steviger, versnel af en toe een blokje, pak een brug of helling mee of stap de laatste vijf minuten bewust wat pittiger door. Zo maak je van wandelen geen topsport, maar geef je je hart, longen en spieren wel meer te doen. Staar je ook niet blind op 10.000 stappen per dag. Dat getal kan motiverend zijn, maar het is geen magische grens.

Voor je gezondheid tellen meerdere dingen mee:

Als je naar de onderzoeken kijkt, lijkt de snelle wandelaar gemiddeld in het voordeel. Niet omdat langzaam wandelen slecht is, maar omdat een stevig wandeltempo vaak iets zegt over een fitter hart, sterkere spieren en betere conditie. In grote bevolkingsstudies hebben snelle wandelaars gemiddeld een lager risico op vroegtijdige sterfte dan langzame wandelaars. Toch hoeft wandelen geen race te worden. Regelmatig lopen, minder zitten en af en toe wat steviger doorstappen is al een mooie winst.

Volg je Runner's World al op InstagramTikTokStrava en Facebook?