Triatlon

Wat is zwaarder: een marathon of een triatlon?

Praat mee!
Redacteur
Bram is hardloper en triatleet. Hij schrijft veel over nieuws en spullen.

© Getty Images

Wat is zwaarder: een marathon of een triatlon?

Wat is zwaarder: een marathon lopen of een triatlon doen? Het is zo'n vraag waar je op een verjaardag met sportfanaten een goed boompje op kan zetten. De marathonloper wijst op de mythe achter de marathon. De triatleet heeft het over drie onderdelen en lopen op fietsbenen. Voor je het weet, zit iemand met een stuk taart in de hand uit te leggen dat een Ironman 'eigenlijk vooral rustig blijven eten' is.

Het hangt er natuurlijk vanaf welke triatlon je bedoelt. Een sprinttriatlon is iets totaal anders dan een hele triatlon. En een marathon is iets totaal anders dan 5 kilometer hardlopen na een kort fietsonderdeel. Toch kun je ze best vergelijken. Niet om één sport tot winnaar uit te roepen, maar om te begrijpen waarom beide op een andere manier zwaar zijn.

Over welke triatlonafstand hebben we het?

Dé triatlon bestaat niet. Er zijn verschillende afstanden in de triatlon, terwijl een marathon - ondanks dat niet-lopers naar de lengte blijven vragen - er maar één afstand van 42195 meter is. Een goed getrainde loper doet daar zo'n 3 tot 4,5 uur over. Bij een sprinttriatlon ben je vaak ongeveer één tot twee uur onderweg. Bij een olympische afstand eerder twee tot drie uur. Bij een halve triatlon, ook wel 70.3 genoemd, gaat het al snel richting vier tot zes uur. En bij een hele triatlon ben je voor de meeste deelnemers gewoon een dag van 10 tot 16 uur kwijt.

Een grove vergelijking:

  • Sprinttriatlon: 500 tot 750 meter zwemmen, 20 kilometer fietsen, 5 kilometer lopen
  • Olympische afstand: 1500 meter zwemmen, 40 kilometer fietsen, 10 kilometer lopen
  • Halve triatlon / 70.3: 1900 meter zwemmen, 90 kilometer fietsen, 21,1 kilometer lopen
  • Hele triatlon / Ironman: 3800 meter zwemmen, 180 kilometer fietsen, 42,195 kilometer lopen

Qua duur zit een marathon dus ongeveer tussen de olympische afstand en de halve triatlon in. Maar dat is natuurlijk niet het hele verhaal.

Een marathon is mechanisch slopender

De marathon heeft één groot nadeel: je loopt de hele tijd. Dat betekent dat je lijf de hele tijd klappen opvangt. Je spieren, pezen en gewrichten krijgen het veel zwaarder te verduren en dat ga je per kilometer beter voelen. In dat opzicht is een triatlon van vriendelijker voor je gestel. Bij het zwemmen doe je die amper geweld aan en ook het fietsen is weinig impact. Pas op het einde moet je een keer gaan lopen. Daardoor kan een triatlon, zeker op kortere afstanden, minder spier- en gewrichtsschade geven dan een marathon.

Dat betekent niet dat een triatlon makkelijk is. Maar de pijn is anders verdeeld. Een marathon sloopt vooral door de voortdurende loopimpact. Een triatlon vermoeit je breder, over meerdere systemen en spiergroepen.

Een triatlon is logistiek zwaarder

Bij een marathon is de opdracht overzichtelijk. Je start, loopt 42,195 kilometer en je krijgt een medaille om je nek met een banaan en een bekertje water om de volgende dag zittend de trap af te gaan.

Bij een triatlon is het bijna verdrinken bij de zwemstart, navigeren in open water, half duizelig je fiets zoeken, helm op, startnummer om, fietsen, genoeg eten en drinken, voor de balk afstappen, schoenen wisselen en dan nog hardlopen. Toch net wat ingewikkelder, zeker als je thuis moet uitleggen hoeveel geld je tegen dit project aan hebt gesmeten.

De voeding is anders

Bij een marathon weet je ongeveer waar het probleem zit: je glycogeenvoorraad raakt leeg en ergens rond 30 kilometer kan de man met de hamer opduiken. Daarom trainen veel marathonlopers met gels, sportdrank en een duidelijk voedingsplan. 

Bij een triatlon is voeding minstens zo belangrijk, maar is het voedingsplan vaak wat gecompliceerder dan 'elke 5 kilometer een gelletje'. Tijdens het zwemmen kun je niets nemen. Tijdens het lopen is eten lastiger. De fiets is daarom het belangrijkste moment om koolhydraten en vocht binnen te krijgen.

Bij een sprinttriatlon kun je het vaak simpel houden. Goed ontbijten, wat drinken op de fiets en klaar. Bij een olympische afstand wordt voeding al belangrijker. Bij een halve triatlon moet je echt nadenken over hoeveel koolhydraten, vocht en eventueel elektrolyten je per uur binnenkrijgt. En bij een hele triatlon of Ironman is voeding soms bijna de vierde discipline.

Een marathon is qua voeding simpel, maar genadeloos. Een triatlon geeft je meer tijd en mogelijkheden om te eten, maar ook meer kansen om het verkeerd te doen.

De intensiteit verschilt

Een marathon loop je meestal lang rond een stevig maar beheersbaar tempo. Te hard starten wordt afgestraft, dus de meeste mensen proberen hem zo vlak mogelijk te lopen.

Bij een triatlon wisselt de intensiteit meer. De zwemstart kan hectisch zijn, daarna kom je op de fiets in een ritme, en vervolgens moet je op vermoeide benen weer gaan lopen. Vooral die overgang van fietsen naar lopen voelt voor hardlopers vaak vreemd.

Dat maakt een sprinttriatlon ook zo intensief. Tel daar de wissels bij op en je bent misschien nog wel vermoeider dan na een halve marathon. Een olympische afstand vraagt meer duurvermogen en betere dosering. Een halve of hele triatlon wordt steeds meer een spel van energie sparen, eten, drinken en vooral niet te hoog in je hartslag zitten.

Wat is zwaarder voor hardlopers?

Voor hardlopers voelt een marathon meestal bekender, maar niet per se makkelijker. Je weet wat lopen is, je kent je tempo’s en je hebt waarschijnlijk al lange duurlopen gedaan. De uitdaging zit vooral in de afstand en de impact.

Een triatlon is onbekender. Het zwemmen kan spanning geven, fietsen vraagt andere vaardigheden en hardlopen na het fietsen voelt in het begin alsof je lichaam even vergeten is hoe hardlopen werkt. Daardoor kan een korte triatlon mentaal zwaarder voelen dan de afstand op papier doet vermoeden.

Tegelijkertijd hebben hardlopers een groot voordeel: het laatste onderdeel is jouw terrein. Waar veel triatleten beginnen te overleven, kom jij eindelijk bij het onderdeel dat je beheerst. Dat maakt een sprint of olympische triatlon voor veel hardlopers een haalbare en leuke uitdaging.

Dus: wat is zwaarder?

Een sprinttriatlon is voor de meeste goed getrainde hardlopers minder zwaar dan een marathon. Een olympische triatlon komt qua totale inspanningstijd meer in de buurt, maar voelt door de afwisseling anders. Een halve triatlon is meestal zwaarder dan een marathon qua duur en voorbereiding, maar misschien niet eens qua spierpijn. Een hele triatlon is simpelweg een ander beest dan de marathon. Dat is een soort levensproject dat je bankrekening leegzuigt, waar zelf een Six Star-medaille nog bang van wordt.

Maar het belangrijkste verschil zit niet alleen in afstand of tijd. Een marathon is vooral zwaar door de onafgebroken loopbelasting. Een triatlon is zwaar door de combinatie: drie sporten, wissels, materiaal, voeding en de kunst om jezelf niet al op de fiets leeg te rijden.

Dat maakt de triatlon ook zo interessant. Het geeft een hoop nieuwe prikkels en een berg afwisseling. Er zijn dan ook genoeg redenen om een triatlon te proberen. Ben jij al overtuigd? Hier een paar tips om de overstap naar triatlon te maken als hardlopers.

Volg je Runner's World al op Instagram, TikTok, Strava en Facebook?