Gezondheid

Wat is gezonder: wandelen of fietsen?

Praat mee!
Contributing Digital Editor

Getty Images

Getty Images

Het klinkt als zo’n heerlijke Hollandse strijd: team wandelschoenen tegen team fietsbel. Maar welke van de twee is nou écht gezonder? Het antwoord is minder zwart-wit dan je misschien hoopt. Fietsen scoort op sommige punten beter, wandelen wint juist op andere vlakken.

Tijd om ze eens eerlijk naast elkaar te zetten.

Wandelen of fietsen: wat doet meer voor je conditie?

Voor je hart, longen en conditie kunnen wandelen en fietsen allebei veel betekenen. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) noemt ze allebei als toegankelijke manieren om actief te zijn. Regelmatig bewegen hangt samen met een lager risico op onder andere hart- en vaatziekten, diabetes type 2, bepaalde vormen van kanker, depressieve klachten en angstklachten.

Ook wandelen blijkt veel meer te zijn dan alleen ‘even de benen strekken’. Uit onderzoek komt naar voren dat regelmatig wandelen samenhangt met een lager risico op onder andere hart- en vaatziekten, diabetes type 2, cognitieve achteruitgang en dementie. Daarnaast wordt wandelen in verband gebracht met betere slaap, mentale gezondheid en gezond ouder worden. Vooral stevig en regelmatig wandelen lijkt daarbij verschil te maken: denk aan zo’n 30 minuten per dag, vijf dagen per week.

Toch heeft fietsen vaak een praktisch voordeel: je komt sneller op een hogere intensiteit. Zeker als je stevig doortrapt, tegenwind hebt of een bruggetje meepakt, moet je hart flink aan het werk. Wandelen kan óók matig intensief zijn, maar dan moet je meestal wel echt doorlopen. Een beetje etalages kijken met een koffie in je hand is heerlijk, maar je conditie gaat daar waarschijnlijk minder hard van juichen.

Fietsen scoort dan ook sterk op hartgezondheid en levensduur. In onderzoek werd regelmatig fietsen gekoppeld aan een lager risico op vroegtijdig overlijden. Daarbij viel op dat ongeveer 100 minuten fietsen per week al samenhing met 17 procent minder kans op overlijden dan helemaal niet fietsen. Meer fietsen hing met nog meer voordeel samen, maar de grootste gezondheidswinst leek vooral te zitten in de stap van niet fietsen naar wél fietsen.

Meer weten over wat wandelen en fietsen doen voor je conditie? In dit artikel zetten we de verschillen duidelijk voor je op een rij.

Als je calorieën wilt verbranden, wint fietsen meestal

Kijk je puur naar energieverbruik, dan heeft fietsen vaak een streepje voor. Volgens de tabel van Harvard Health verbrandt iemand van ongeveer 70 kilo met 30 minuten wandelen op stevig tempo, ongeveer 6,4 kilometer per uur, rond de 175 calorieën. Bij 30 minuten fietsen op een stevig tempo, ongeveer 19 tot 22 kilometer per uur, komt dat neer op ongeveer 288 calorieën.

Maar hier zit meteen de nuance: een rustig fietstochtje naar de supermarkt is iets anders dan stevig doortrappen. En een wandeling met heuvels, flink tempo of een peuter die ineens gedragen wil worden, kan verrassend pittig zijn. Hoeveel calorieën je verbrandt, hangt dus niet alleen af van de activiteit, maar ook van je gewicht, tempo, duur, ondergrond, wind en intensiteit. Meer daarover lees je in dit artikel over calorieverbruik tijdens wandelen en fietsen.

Voor je gewrichten is fietsen vaak vriendelijker

Heb je snel last van knieën, heupen of enkels? Dan kan fietsen heel fijn zijn. Fietsen is een low-impact beweging: je krijgt wel een training, maar zonder harde klappen op je gewrichten. Fietsen is daarom een goede optie voor mensen met gewrichtsklachten, omdat het je conditie en spierkracht kan verbeteren zonder veel schokbelasting. Dat betekent niet dat wandelen slecht is voor je gewrichten. Integendeel! Voor de meeste mensen is wandelen juist een veilige en toegankelijke manier om meer te bewegen. Maar bij pijn, overgewicht, artrose of herstel na een blessure kan fietsen soms net wat prettiger zijn om volume op te bouwen.

Voor je botten scoort wandelen beter

Hier pakt wandelen juist punten terug. Wandelen is een vorm van botbelastende beweging: je staat op je voeten en je lichaam draagt zijn eigen gewicht. Dat geeft je botten een prikkel. Volgens Thuisarts is het voor sterke botten slim om activiteiten te kiezen waarbij er genoeg druk op je botten komt, zoals stevig wandelen, traplopen, hardlopen, tennissen of dansen. Fietsen is óók goed voor je gezondheid, maar maakt je botten niet veel steviger. Ook de Osteoporose Vereniging noemt lopen, traplopen, tuinieren en krachtoefeningen als botbelastende activiteiten die bijdragen aan stevigere botten.

Fietsen is dus geweldig voor je conditie en vaak vriendelijk voor je gewrichten, maar als je alléén fietst, is het slim om daarnaast ook iets te doen waarbij je botten en spieren meer te verwerken krijgen. Denk aan wandelen, traplopen, krachttraining, dansen of oefeningen met je eigen lichaamsgewicht.

Afvallen met wandelen of fietsen

Puur naar calorieën gekeken wint fietsen vaak. Trap je stevig door, dan verbruik je in dezelfde tijd meestal meer energie dan tijdens een rustige wandeling. Maar afvallen hangt niet alleen af van wat op papier het meeste oplevert. Het gaat uiteindelijk om je totale energiebalans én om wat je volhoudt. En juist daar scoort wandelen goed. Je kunt makkelijk een rondje lopen na het eten, wandelend bellen, een halte eerder uitstappen of je lunchpauze gebruiken voor een blokje om. Dat lijkt misschien klein, maar al die momenten tellen op. Fietsen kan dus efficiënter zijn, wandelen is vaak makkelijker vol te houden. De gezondste keuze is daarom niet per se de beweging die het meeste calorieën verbrandt, maar de beweging die je vaak genoeg blijft doen.

Wat is gezonder: wandelen of fietsen?

Voor je conditie en calorieverbruik wint fietsen meestal, vooral als je stevig doortrapt. Voor je botten, toegankelijkheid en het doorbreken van lange zitdagen heeft wandelen juist een duidelijke meerwaarde. Voor je gewrichten kan fietsen weer fijner zijn, zeker als wandelen pijn doet of als je rustig wilt opbouwen.

De beste keuze? Niet óf wandelen óf fietsen, maar allebei. Pak de fiets voor langere afstanden, je conditie en wat extra intensiteit. Ga wandelen om je dag laagdrempelig actiever te maken, je hoofd leeg te krijgen en je botten wat belasting te geven. En voeg daar twee keer per week iets spierversterkends aan toe, zoals krachttraining, traplopen of oefeningen met je eigen lichaamsgewicht. Dan hoef je niet te kiezen tussen team fietsbel en team wandelschoen.

Volg je Runner's World al op Instagram, TikTok, Strava en Facebook?