Training

Waarom bij wandelen tempo belangrijker is dan afstand

Praat mee!
Contributing Digital Editor

Getty Images

Getty Images

Tien kilometer gewandeld, vijftienduizend stappen op de teller of een hele middag buiten geweest: kilometers maken klinkt lekker sportief. Maar als je wandelt voor je conditie, hartgezondheid of energieniveau, is afstand niet het enige dat telt. Misschien is een andere vraag veel interessanter: hoe stevig heb je eigenlijk gelopen?

Want een rustige slenter door de stad telt óók als beweging, maar je lichaam krijgt pas echt een trainingsprikkel als je tempo omhooggaat. Zodra je ademhaling versnelt, je hart harder moet werken en je nog wel kunt praten maar niet meer soepel kunt zingen, zit je meestal in die nuttige zone van matig intensief bewegen. En precies daar zit de winst: niet per se in méér kilometers, maar in wandelen op een tempo waarbij je lichaam daadwerkelijk aan het werk wordt gezet.

Bij wandelen zegt afstand niet alles

Vijf kilometer wandelen kan voor de één een pittige training zijn en voor de ander vooral een ontspannen ommetje. Dat verschil zit niet alleen in conditie, maar vooral in intensiteit. Wandel je rustig, dan ben je natuurlijk nog steeds in beweging en dat is waardevol. Maar wandel je stevig door, dan stijgt je hartslag meer, ga je dieper ademen en train je je cardiovasculaire systeem beter.

De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) noemt stevig wandelen dan ook een simpele manier om je conditie op te bouwen, calorieën te verbranden en je hart gezonder te houden. Een handige graadmeter is de praattest. Kun je tijdens het wandelen nog praten, maar niet meer zingen? Dan zit je meestal in matig intensieve beweging. Kun je zonder moeite hele verhalen vertellen, dan mag het tempo waarschijnlijk iets omhoog als je je wandeling meer trainingswaarde wilt geven. Ben je buiten adem en kun je nauwelijks nog een zin uitspreken, dan zit je juist richting intensief.

Stevig wandelen geeft sneller een trainingsprikkel

Wie denkt dat wandelen pas 'telt' als je een uur onderweg bent, mag opgelucht ademhalen. Een dagelijkse stevige wandeling van tien minuten kan al gezondheidsvoordelen opleveren en meetellen richting de aanbevolen hoeveelheid beweging per week. Dat betekent niet dat langere wandelingen geen zin hebben, maar wel dat je niet altijd veel tijd nodig hebt om je lichaam een goede prikkel te geven.

Tempo maakt wandelen ook praktischer. Niet iedereen heeft elke dag tijd voor een lange route, maar bijna iedereen kan ergens in de dag tien tot dertig minuten iets steviger doorstappen. Denk aan een blokje in de lunchpauze, de laatste kilometer naar huis met wat meer vaart of een avondwandeling waarbij je niet alleen 'even frisse lucht haalt', maar bewust je pas verhoogt. Juist die haalbaarheid maakt stevig wandelen zo sterk, want dat past makkelijker in een normale week dan wachten totdat je een middag vrij bent voor een lange wandeling.

Ook onderzoek kijkt steeds vaker naar wandelsnelheid

Onderzoek laat zien dat wandelsnelheid meer kan zeggen over je gezondheid dan je misschien denkt. In een studie werd een hoger wandeltempo gelinkt aan een lager risico op overlijden door alle oorzaken en hart- en vaatziekten. Dat betekent niet dat stevig doorstappen op zichzelf een wondermiddel is, want dit soort onderzoek laat vooral verbanden zien. Maar het maakt wel duidelijk dat tempo ertoe doet.

Ook bij stappentellers is het niet simpelweg: hoe meer, hoe beter. Natuurlijk is meer bewegen goed en meer stappen per dag hangen vaak samen met betere gezondheidsuitkomsten. Maar het maakt ook uit hóé je die stappen zet. In een grote studie zagen onderzoekers dat stappen tot ongeveer 10.000 per dag samenhingen met gunstige gezondheidsuitkomsten. Maar wie tijdens de actiefste momenten van de dag sneller liep, leek daar óók voordeel van te hebben. Kortom: afstand en stappen tellen zeker mee, maar je tempo maakt het plaatje completer.

Zo wandel je stevig genoeg

Je hoeft niet meteen met een sporthorloge, hartslagmeter en ingewikkeld schema op pad. Begin simpel en loop de eerste vijf minuten rustig. Verhoog daarna je tempo tot je ademhaling duidelijk versnelt en probeer dat tien tot twintig minuten vast te houden. Je pas mag actief voelen, maar niet gejaagd. Denk: armen losjes mee, blik vooruit, kleine krachtige passen en een tempo waarbij je nog wel kunt praten, maar liever geen liedje inzet.

Vind je stevig wandelen lang volhouden lastig? Werk dan met blokjes. Wandel bijvoorbeeld één minuut stevig, twee minuten rustig, en herhaal dat een paar keer. Na een paar weken kun je de stevige stukken langer maken. Zo bouw je conditie op zonder dat wandelen meteen voelt als afzien. Zeker als je weinig hebt bewogen, zwanger bent, klachten hebt of herstelt van een blessure is rustig opbouwen slimmer dan jezelf ineens door een 'gezonde' wandeling heen slepen.

Afstand blijft handig, vooral als je graag doelen stelt

Een langere wandeling kan goed zijn voor je uithoudingsvermogen, je energieverbruik en je dagelijkse beweging. Maar je lichaam reageert niet alleen op volume, het reageert ook op prikkel. Daarom kan een korte, stevige wandeling met wat heuveltjes, tegenwind of tempoblokken voor je hart, spieren en conditie uitdagender zijn dan een lange wandeling waarbij je vooral etalages bekijkt of steeds stopt voor foto’s.

Dat betekent niet dat rustig wandelen geen waarde heeft. Integendeel: ontspannen wandelen helpt je om minder te zitten, je hoofd leeg te maken, je gewrichten soepel te houden en makkelijker dagelijks in beweging te blijven. Alleen: wil je wandelen ook inzetten als conditietraining, dan werkt afstand het best als je die combineert met gevoel voor tempo. Eén keer per week een lange, rustige wandeling en een paar keer per week een korter, steviger rondje is voor veel mensen een betere mix dan alleen maar proberen steeds verder te lopen.

Volg je Runner's World al op InstagramTikTokStrava en Facebook?