Training

Deze kleine signalen kunnen een hardloopblessure voorspellen

Praat mee!
Contributing Digital Editor

Getty Images

Getty Images

Sommige hardlopers lijken bijna over de weg te zweven. Elke pas ziet er soepel uit, alsof het vanzelf gaat. Maar achter die ogenschijnlijk simpele beweging gebeurt van alles. Je armen, romp, benen, billen, heupen en enkels moeten samenwerken om je vooruit te helpen. Doet één spiergroep niet goed mee? Dan neemt een andere vaak extra werk over en precies daar kan spierdisbalans ontstaan.

Bij spierdisbalans is de ene kant of spiergroep sterker, actiever of stabieler dan de andere. Dat klinkt misschien onschuldig, maar op den duur kan het je looptechniek verstoren. Je verliest kracht, loopt minder efficiënt en vergroot de kans op pijntjes of blessures. Het lastige? Je merkt het vaak pas als je al klachten hebt.

Gelukkig zijn er signalen waar je op kunt letten.

1. Je staat wiebelig op één been

Hardlopen is eigenlijk een reeks sprongen van het ene been op het andere. Daarom heb je per been voldoende kracht en stabiliteit nodig. Kun je niet stevig op één been staan zonder dat je heup zakt, je knie naar binnen valt, je enkel wegrolt of je bovenlichaam opzij helt? Dan kan dat wijzen op een zwakke schakel.

Tijdens het hardlopen merk je dit niet altijd. Je lichaam is slim en compenseert razendsnel. Pas als je vertraagt, in de spiegel kijkt of jezelf filmt, zie je soms dat je houding helemaal niet zo stabiel is als je dacht.

2. Je hebt steeds dezelfde pijntjes

Veel hardlopers denken dat pijn er nu eenmaal een beetje bij hoort. Vermoeide benen na een stevige training zijn normaal, maar terugkerende pijn is iets anders. Zeker als een pijntje je loopstijl verandert, elke keer op hetzelfde moment opkomt of na het lopen blijft zeuren.

Pijn aan de voorkant van je knie kan bijvoorbeeld samenhangen met zwakkere bilspieren, minder controle rond de heup of instabiliteit in de enkel. Lage rugpijn kan juist wijzen op een romp die niet genoeg stabiliteit biedt. Strakke kuiten kunnen een teken zijn dat je onderbenen harder moeten werken dan handig is. Het gaat dus niet altijd om de plek waar je pijn voelt. Soms zit de oorzaak erboven of eronder.

3. Je loopvorm zakt halverwege in

Begin je fris en sterk, maar merk je halverwege dat je pas zwaarder wordt, je heup inzakt of je knieën naar binnen trekken? Ook dat kan een teken zijn van spierdisbalans. Je spieren kunnen de belasting dan misschien even aan, maar niet lang genoeg om je hele training goed te dragen.

Vooral je diepe rompspieren, bilspieren en heupspieren spelen hierbij een grote rol. Die zorgen ervoor dat je bekken stabiel blijft en je benen netjes onder je lichaam blijven bewegen. Als die spieren te laat aanspringen of niet sterk genoeg zijn, gaat je lichaam zoeken naar een omweg. Dat kan ten koste gaan van je techniek.

4. Je raakt steeds opnieuw geblesseerd

Eén blessure kan pech zijn, maar als je telkens met dezelfde klachten terugkomt, is het slim om verder te kijken dan alleen rust nemen. Terugkerende blessures kunnen namelijk wijzen op een onderliggende zwakke plek.

Denk aan steeds dezelfde knieklacht, een gevoelige achillespees, pijn rond je heup of telkens een zeurende onderrug. Rust kan de pijn tijdelijk dempen, maar als de oorzaak blijft bestaan, komt het probleem vaak terug zodra je weer opbouwt.

Zo test je jezelf thuis

Een uitgebreide loopanalyse bij een fysiotherapeut kan veel duidelijk maken, maar je kunt zelf ook al veel zien. Ga eens voor een spiegel staan en test het volgende.

  1. Ga op één been staan. Blijven je schouders boven je heupen?
  2. Blijft je heup recht?
  3. Zakt je knie niet naar binnen?
  4. En blijft je enkel stabiel?

Film jezelf tijdens het hardlopen, het liefst van voren, van achteren en van opzij. Let op je romp, heupen, knieën en enkels. Zie je veel draaien, zakken of naar binnen vallen? Dan is dat nuttige informatie.

Doe ook eens een rustige squat met je eigen lichaamsgewicht:

  1. Blijft je bovenlichaam redelijk rechtop?
  2. Gaan je knieën in dezelfde richting als je tenen?
  3. Blijven je enkels stabiel?

Kleine afwijkingen zijn niet meteen rampzalig, maar duidelijke verschillen tussen links en rechts zijn wel interessant.

Wat zegt die scheve beweging?

Zakt je heup naar één kant, valt je knie naar binnen of rol je enkel steeds weg? Dan betekent dat niet automatisch dat precies dát gewricht het probleem is. Vaak zit de zwakke schakel net iets hoger of lager in de keten. Let bijvoorbeeld op:

  • Je heup zakt naar één kant - Dit kan wijzen op te weinig stabiliteit in je bilspieren, heupspieren of rompspieren.
  • Je knie valt naar binnen - Dit kan te maken hebben met zwakkere bilspieren, minder kracht in je bovenbenen of beperkte beweeglijkheid in je voet en enkel.
  • Je enkel rolt veel naar binnen of buiten - Dan kan de oorzaak zitten in je enkel zelf, maar ook in minder controle vanuit je knie, heup of bilspieren.
  • Je bovenlichaam helt of draait veel mee - Dit kan erop wijzen dat je core en rugspieren niet genoeg stabiliteit geven.

Het lichaam werkt nu eenmaal als één keten. Een zwakke plek op de ene plek kan daardoor klachten of compensatie op een heel andere plek veroorzaken.

Zo pak je spierdisbalans aan

De oplossing is meestal niet: harder trainen. Slimmer trainen helpt veel meer. Twee keer per week krachttraining kan al veel doen, zeker als je oefeningen kiest die passen bij jouw zwakke plek.

Single-leg squats, step-downs, lunges en single-leg deadlifts helpen je om links en rechts apart sterker te maken. Calf raises zijn handig voor sterke kuiten en enkels. Glute bridges en banded side steps zijn fijn als je bilspieren wat extra aandacht nodig hebben. Let daarbij niet alleen op hoeveel herhalingen je haalt, maar vooral op hoe netjes je beweegt.

Ook je warming-up kun je slimmer maken. Heb je zwakke bilspieren? Doe dan voor je run een paar glute bridges of zijwaartse stappen met een weerstandsband. Heb je moeite met stabiliteit rond je enkels? Voeg dan rustige balansoefeningen toe.

En neem die controle mee tijdens het lopen. Denk aan licht landen, een stabiele romp en een actieve afzet. Niet krampachtig, maar bewust. Hoe beter je spieren samenwerken, hoe soepeler je loopt. En hoe kleiner de kans dat een klein zwak plekje uitgroeit tot een blessure die je weken aan de kant houdt.

Dit artikel is een syndication van Runner's World US.

Volg je Runner's World al op Instagram, TikTok, Strava en Facebook?