Gezondheid

Dit gebeurt er met je lichaam als je vetpercentage daalt

Praat mee!
Contributing Digital Editor

Getty Images

Getty Images

Vetpercentage klinkt misschien als iets voor sporters met huidplooimeters, slimme weegschalen en macro’s in een Excel-sheet. Maar eigenlijk is het veel simpeler: het laat zien welk deel van je lichaam uit vetmassa bestaat en welk deel uit de rest, zoals spieren, botten, organen en vocht.

Als je vetpercentage daalt, kan dat veel doen met je lichaam. Soms positief, zoals meer energie, minder buikvet, betere gezondheid. Maar te ver doorschieten kan juist averechts werken, want vet is geen vijand. Je lichaam heeft het nodig voor je hormonen, energievoorraad, isolatie, bescherming van organen en de opname van vetoplosbare vitamines.

Het doel is dus niet zo weinig mogelijk vet, maar een gezond vetpercentage voor jouw lichaam.

Buikvet verliezen kan veel gezondheidswinst opleveren

Niet al het vet in je lichaam gedraagt zich hetzelfde. Vet onder je huid, bijvoorbeeld op je heupen, billen of bovenbenen, is iets anders dan visceraal vet. Dat laatste zit dieper in je buik, rondom je organen. Juist dat buikvet wordt sterker gelinkt aan gezondheidsrisico’s.

Daarom kijken Nederlandse gezondheidsorganisaties niet alleen naar gewicht of BMI, maar ook naar je middelomtrek. Je kunt namelijk op de weegschaal misschien niet spectaculair veranderen, terwijl je lichaamssamenstelling wél verbetert. Minder buikvet en meer spiermassa? Dat is voor je gezondheid vaak een betere deal dan alleen een lager getal op de weegschaal.

Je lichaam kan beter omgaan met suiker

Als je vetpercentage daalt, vooral wanneer je buikvet verliest, kan je lichaam vaak beter reageren op insuline. Dat is het hormoon dat helpt om suiker uit je bloed naar je cellen te brengen. Simpel gezegd: je lichaam wordt efficiënter in het verwerken van glucose. Dat is gunstig voor je energieniveau en je metabole gezondheid. Zeker visceraal vet speelt hierin een grote rol, omdat dit vetweefsel actief meedoet in processen rond ontsteking, hormonen en stofwisseling.

Je hart en bloedvaten kunnen profiteren

Een lager vetpercentage kan ook goed nieuws zijn voor je hart en bloedvaten. Vooral als je nu relatief veel buikvet hebt, kan vetverlies gezondheidswinst opleveren. Je bloeddruk kan verbeteren, je cholesterolwaarden kunnen gunstiger worden en ook laaggradige ontstekingen in je lichaam kunnen afnemen.

Daar zit wel een belangrijke kanttekening bij: hóé je vet verliest maakt uit. Crashdiëten, extreem weinig eten of jezelf kapot trainen leveren meestal niet het fitte, sterke lichaam op waar je op hoopt. Gezond vetverlies draait om een combinatie van voeding, beweging, krachttraining, slaap en herstel.

Je spieren worden zichtbaarder

Dit is het effect dat veel mensen als eerste zien. Als je vetpercentage daalt, ligt er minder vetlaag over je spieren. Daardoor kunnen je armen, schouders, buik, benen of rug strakker en gespierder lijken. Maar een lager vetpercentage betekent niet automatisch dat je sterker wordt. Val je te snel af of eet je te weinig eiwitten, dan kun je naast vet ook spiermassa verliezen. Dan zakt het getal op de weegschaal misschien, maar lever je ook kracht en vorm in.

Wil je vet verliezen zonder jezelf leeg te trekken? Dan is krachttraining je beste vriend. Daarmee geef je je lichaam het signaal: deze spieren willen we houden.

Je stofwisseling past zich aan

Als je vet verliest en lichter wordt, heeft je lichaam minder energie nodig. Een kleiner lichaam verbruikt nu eenmaal minder dan een groter lichaam. Dat is normaal en betekent niet dat je stofwisseling 'kapot' is.

Ga je alleen heel streng lijnen, dan kan je lichaam extra zuinig worden. Je krijgt meer honger, voelt je sneller koud, hebt minder zin om te bewegen en je trainingen kunnen zwaarder aanvoelen. Niet omdat je faalt, maar omdat je lichaam energie probeert te besparen. Rustig afvallen is daarom vaak slimmer dan in één keer vol in de dieetstand schieten. Zeker als je niet alleen kleiner wil worden, maar ook energie, spiermassa en humeur wil behouden.

Je hormonen kunnen reageren

Vetweefsel speelt mee in je hormoonhuishouding. Als je vanuit een hoog vetpercentage naar een gezonder vetpercentage gaat, kan dat juist gunstig zijn. Maar als je te weinig eet, veel traint en te laag in vetpercentage komt, kan je lichaam op de rem trappen.

Bij vrouwen kan dat bijvoorbeeld zichtbaar worden aan een onregelmatige of uitblijvende menstruatie. Bij mannen kan een langdurig energietekort invloed hebben op libido, testosteron en herstel. In de sportwereld wordt dit ook wel RED-S genoemd: Relative Energy Deficiency in Sport. Daarbij krijgt je lichaam te weinig energie voor alles wat het moet doen. Dus nee, je menstruatie kwijtraken door 'lekker droog trainen' is geen teken dat je extreem fit bent. Het is een signaal dat je lichaam aan de noodrem trekt.

Bewegen kan makkelijker voelen

Minder vetmassa kan ervoor zorgen dat wandelen, hardlopen, traplopen, fietsen of sporten lichter voelt. Je hoeft simpelweg minder gewicht mee te nemen. Zeker als je tegelijk sterker wordt, kan je conditie en belastbaarheid flink verbeteren. Maar ook hier geldt: lager is niet altijd beter. Als je vetpercentage te laag wordt en je te weinig brandstof binnenkrijgt, kun je juist minder goed gaan presteren. Je herstelt trager, blessures liggen sneller op de loer en je trainingen voelen ineens alsof iemand stiekem zandzakken aan je benen heeft gehangen.

Je honger, slaap en humeur kunnen veranderen

Gezond vetverlies kan je fitter, lichter en energieker laten voelen. Maar ga je te hard, dan merk je dat vaak snel genoeg. Je krijgt meer trek, slaapt slechter, bent sneller geïrriteerd en denkt ineens opvallend vaak aan eten. Dat is geen gebrek aan discipline. Vetverlies vraagt om een energietekort, en je lichaam vindt langdurige of extreme tekorten niet bepaald gezellig. Hongerhormonen, stress en je beloningsbrein gaan dan vrolijk meedoen. Een lager vetpercentage zou je leven niet kleiner moeten maken. Je moet nog kunnen sporten, werken, slapen, lachen, uit eten gaan en normaal functioneren zonder dat alles om eten draait.

Je botten willen ook meedoen

Bij vetverlies denken veel mensen aan buikspieren, broeken die losser zitten en zichtbare spieren. Maar je botten zijn minstens zo belangrijk. Vooral bij langdurig te weinig eten, een uitblijvende menstruatie of veel sport zonder genoeg herstel kan je botgezondheid onder druk komen te staan. Daarom zijn krachttraining, voldoende eten, eiwitten, calcium, vitamine D en rust geen details. Ze horen bij gezond vetverlies.

Wat is een gezond vetpercentage?

Daar is geen magisch getal voor. Een gezond vetpercentage hangt af van je leeftijd, geslacht, bouw, hormonen, sportniveau en meetmethode. Vrouwen hebben gemiddeld meer essentieel vet nodig dan mannen, onder andere vanwege hormonale functies. Sporters kunnen lager zitten dan gemiddeld, maar dat betekent niet dat zo’n percentage voor iedereen gezond of haalbaar is.

Kijk daarom liever naar het totaalplaatje dan naar één getal. Gaat je middelomtrek omlaag? Blijft je kracht redelijk op peil? Heb je genoeg energie? Herstel je goed? Slaap je prima? Blijft je menstruatie regelmatig, als je menstrueert? Kun je normaal omgaan met eten zonder paniek of schuldgevoel? Dan zit je waarschijnlijk een stuk gezonder dan wanneer je alleen naar een slimme weegschaal staart.

En over die slimme weegschaal gesproken: handig voor trends, maar niet heilig. Hydratatie, zout, training, cyclus en het moment van meten kunnen de uitslag beïnvloeden. Je lichaam geeft vaak betere feedback dan een tabel. Word je sterker, slaap je goed, herstel je normaal en voel je je mentaal oké? Dan zegt dat veel. Ben je continu koud, moe, obsessief bezig met eten, blessuregevoelig of raakt je cyclus van slag? Dan is dat geen teken dat je nog even moet doorbijten. Dan is het tijd om bij te sturen.

Kortom, gezond vetverlies is geen race naar het laagste getal. Het draait om een lichaam dat goed functioneert. Eet genoeg eiwitten, doe aan krachttraining, blijf dagelijks bewegen, slaap voldoende en kies een aanpak die je langer volhoudt dan één fanatieke dieetweek. Een lager vetpercentage kan mooi zijn. Maar een lichaam dat sterk, energiek en gezond blijft? Dat is pas echt winst.

Volg je Runner's World al op InstagramTikTokStrava en Facebook?