Mentaal

Waarom je jezelf steeds vergelijkt met andere lopers en hoe je daarmee stopt

Contributing Digital Editor

Getty Images

Getty Images

Je opent Strava en ziet dat iemand alweer een PR heeft gelopen. Op Instagram loopt een ander ogenschijnlijk moeiteloos door de duinen met een hartslag waar jij alleen maar van kunt dromen. En ineens voelt jouw eigen rondje, waar je net nog best trots op was, een stuk minder indrukwekkend.

Herkenbaar? Dan is het tijd om één ding te onthouden: andermans hardlooptempo zegt heel weinig over jouw vooruitgang.

Waarom vergelijken zo verleidelijk is

Hardlopen is heerlijk overzichtelijk. Althans, dat lijkt zo. Je hebt afstand, tempo, hartslag, hoogtemeters, rondetijden, PR’s en medailles. Alles krijgt een getal. Dat kan motiverend zijn, maar het maakt het ook heel makkelijk om jezelf naast andere lopers te leggen. Alleen vergelijk je dan vaak appels met peren. Je ziet iemands snelle 10 kilometer, maar niet de jaren training ervoor. Je ziet een marathonmedaille, maar niet de blessure die eraan voorafging. Je ziet een strak tempo, maar niet iemands leeftijd, slaap, stress, werkdruk, cyclus, genetische aanleg, trainingsschema, herstelcapaciteit of sportverleden.

Daarom kan vergelijken zo oneerlijk voelen. Je beoordeelt jouw hele proces op basis van één zichtbaar stukje van iemand anders. En precies daar gaat het vaak mis.

Strava en Instagram maken het niet makkelijker

Sociale media kunnen inspireren. Een leuke looproute, een knappe comeback of een eerlijke post over een mislukte training kan je net dat zetje geven om zelf ook de deur uit te gaan. Maar dezelfde apps kunnen je ook het gevoel geven dat je altijd achterloopt.

Jezelf vergelijken met andere lopers is menselijk. Sterker nog, in sport gebeurt het bijna vanzelf. Onderzoek naar sociale vergelijking bij sporters laat zien dat atleten zich vaak spiegelen aan anderen en dat dit invloed kan hebben op motivatie, emoties en inzet. Soms kan dat inspirerend werken, maar het kan ook schaamte, frustratie of afhaken oproepen, vooral als je jezelf steeds vergelijkt met iemand die verder, sneller of sterker lijkt.

Ja, sociale media kunnen negatieve effecten hebben, onder andere doordat mensen zichzelf ongunstig vergelijken met anderen. En bij sportcontent op sociale media is het effect dubbel: rolmodellen kunnen motiveren, maar ze kunnen ook zorgen voor extra prestatiedruk. Kortom: als jij je na tien minuten scrollen ineens een slechte loper voelt, ligt dat niet per se aan jou. Je brein krijgt simpelweg een parade van hoogtepunten voorgeschoteld.

Het probleem is niet kijken, maar meten

Natuurlijk mag je geïnspireerd raken door andere lopers. Misschien geeft iemand je zin om eens een nieuwe route te proberen. Misschien motiveert een vriendin je om toch mee te doen aan die 10 kilometer. Dat is juist leuk. Het wordt pas lastig als andermans prestatie jouw meetlat wordt. Dan voelt een rustige duurloop ineens 'te langzaam'. Dan voelt drie keer per week lopen niet meer genoeg, omdat iemand anders vijf keer loopt. Dan vergeet je dat jouw training een andere functie kan hebben dan die van een ander. Voor je het weet ga je niet meer hardlopen omdat het je goed doet, maar omdat je iets moet bewijzen. En daar verdwijnt het loopplezier vaak als eerste.

Tips om te stoppen met jezelf te vergelijken met andere lopers

1. Vergelijk jezelf met je eigen vorige versie

De enige vergelijking die echt iets zegt, is die met jezelf. Niet omdat je nooit naar anderen mag kijken, maar omdat jouw lichaam jouw startpunt is. Vraag jezelf liever af: loop ik constanter dan een paar maanden geleden? Kan ik langer ontspannen lopen? Herstel ik beter? Durf ik eindelijk rustig te lopen op rustige dagen? Heb ik minder pijntjes? Kom ik makkelijker de deur uit?

Vooruitgang zit namelijk niet alleen in een sneller tempo. Vooruitgang is ook dat je na je werk tóch gaat, dat je beter doseert, dat je een wandeling neemt voordat een pijntje erger wordt of dat je een training overslaat omdat je lichaam moe is. Dat klinkt minder spectaculair dan een PR, maar het is vaak precies wat je op de lange termijn sterker maakt.

2. Maak doelen waar je zelf invloed op hebt

'Net zo snel worden als die ene loper' is een frustrerend doel, want je hebt geen controle over iemands genen, schema, slaap, herstel of sportachtergrond. Kies liever doelen die gaan over gedrag. Denk aan: drie keer per week lopen, één keer per week krachttraining, na elke training goed eten, je rustige duurlopen écht rustig houden of acht weken blessurevrij opbouwen.

3. Geef je rustige trainingen hun waarde terug

Een veelgemaakte fout: denken dat een langzame training minder waard is. Zeker als je in je app ziet dat anderen hard gingen, voelt een rustige run al snel alsof je 'niks' hebt gedaan. Maar rustige kilometers hebben een doel. Ze helpen je conditie opbouwen, je lichaam wennen aan belasting en geven ruimte om te herstellen tussen zwaardere trainingen. Niet elke run hoeft bewijsdrang op wieltjes te zijn. Dus liep je vandaag bewust rustig? Dan was dat geen mislukte snelle training. Het was een geslaagde rustige training. Dat verschil mag je best even hardop tegen jezelf zeggen.

4. Check waarom je eigenlijk loopt

Loop je omdat je sterker wilt worden? Omdat je hoofd rustiger wordt? Omdat je graag buiten bent? Omdat je een doel hebt dat voor jou belangrijk is? Of omdat je bang bent om achter te blijven? Dat maakt nogal uit. Onderzoek laat zien dat mensen fysieke activiteit vaker volhouden wanneer hun motivatie meer vanuit henzelf komt.

Maak daarom eens een lijstje van wat hardlopen jou geeft zonder cijfers. Denk aan frisse lucht, tijd voor jezelf, trots, energie, structuur, betere nachtrust of het gevoel dat je lichaam iets kan. Dat lijstje is een stuk vriendelijker dan een ranglijst vol tempo’s.

5. Zet je sportapps slimmer in

Je hoeft Strava of Instagram niet meteen te verwijderen, maar je mag ze wel minder macht geven. Een paar simpele aanpassingen kunnen al helpen:

  • Verberg je tempo tijdens rustige runs
  • Zet meldingen uit
  • Mute accounts waardoor je je slechter voelt
  • Deel niet elke training openbaar

Je kunt ook alleen je eigen logboek bekijken en minder door de feed scrollen. Nog beter: noteer na je training niet alleen afstand en tempo, maar ook hoe het voelde. Had je energie? Was je hoofd rustiger? Liep je ontspannen? Was deze training passend bij je week? Zo wordt je app weer een hulpmiddel in plaats van een jury.

6. Gebruik jaloezie als informatie

Voel je een steek als iemand een marathon loopt, een snelle 5 kilometer knalt of 'even' twintig kilometer doet op zondag? Dat maakt je geen slechte sporter. Jaloezie is niet altijd iets om weg te duwen. Soms wijst het juist naar iets wat jij zelf graag wilt. Vraag jezelf af: wat raakt me precies? Wil ik sterker worden? Verder kunnen lopen? Eindelijk meedoen aan een wedstrijd? Meer structuur? Meer vertrouwen? Maak daar vervolgens een haalbare eerste stap van.

7. Praat tegen jezelf zoals tegen een loopmaatje

Als een vriendin baalt omdat ze langzamer liep dan iemand anders, zou je waarschijnlijk niet zeggen: “Klopt, kansloos.” Je zou haar herinneren aan haar doel, vragen hoe ze zich voelde en zeggen dat één training niet alles zegt. Doe dat ook bij jezelf.

Zelfcompassie klinkt misschien soft, maar is juist handig als je serieus traint. Het betekent niet dat je geen doelen mag hebben, maar dat je jezelf niet meteen afbrandt als een training tegenvalt. Onderzoek bij sporters laat zien dat zelfcompassie kan samenhangen met minder prestatieangst en meer flow. Een slechte training maakt je dus geen slechte loper. Het was gewoon een mindere run. Morgen, volgende week of na wat extra rust kan het alweer heel anders voelen.

8. Kies je hardloopomgeving bewust

Online en offline maakt je omgeving uit. Volg lopers die je inspireren zonder dat je jezelf daarna kleiner voelt. Mensen die ook delen dat ze moe zijn, dat trainingen soms mislukken, dat rust erbij hoort en dat progressie niet altijd netjes omhoog loopt. En loop je in een groep? Kies dan liever een omgeving waar verschillende niveaus normaal zijn. Waar de snelste loper niet automatisch 'de beste' is en waar rustig opbouwen net zo serieus wordt genomen als racen.

Hardlopen mag ambitieus zijn. Natuurlijk mag je sneller willen worden en natuurlijk mag je trainen voor een PR. Maar dat hoeft niet te betekenen dat je jezelf continu langs de meetlat van een ander legt. Andere lopers mogen je inspireren, maar ze hoeven niet te bepalen hoe trots jij op jezelf mag zijn.

Volg je Runner's World al op InstagramTikTokStrava en Facebook?