Tekenbeet voorkomen? Let vooral op deze veelgemaakte fout
© Getty Images

Een teek springt niet uit een boom en komt ook niet op je af rennen. Jij loopt meestal zelf zijn kant op. Even van het wandelpad af, door hoog gras struinen of langs wat struiken schuren is vaak al genoeg om een teek gratis mee naar huis te nemen.
Juist die onschuldige wandelgewoonte vergroot je kans op een beet.
Waarom van het pad af gaan meer risico geeft
Een teek gaat niet actief achter je aan. Het beestje zit meestal op lage begroeiing te wachten tot er een mens of dier langskomt. Zodra jij langs een grasspriet, varen of struik schuurt, grijpt de teek zich aan je schoen, sok of broek vast. Vervolgens kan hij over je kleding of huid omhoogkruipen op zoek naar een geschikte plek om zich vast te bijten. Wie midden op een breed en goed onderhouden pad blijft, komt doorgaans minder met gras, bladeren en struiken in aanraking. Het RIVM adviseert daarom om zoveel mogelijk op de paden te blijven en dichte begroeiing en struikgewas te vermijden. Dat biedt geen volledige bescherming, maar verkleint wel de kans dat een teek überhaupt op je lichaam terechtkomt.
Dat ene stapje naast het pad leidt natuurlijk niet automatisch tot een tekenbeet. Het risico neemt vooral toe wanneer je langere tijd door hoog gras loopt, tussen struiken struint, op de grond zit of tijdens het tuinieren met lage begroeiing in aanraking komt. Blote voeten en benen, open schoenen en korte sokken geven een teek bovendien sneller toegang tot je huid.
Teken zitten niet alleen diep in het bos
Een andere fout is denken dat je alleen tijdens een stevige boswandeling hoeft op te letten. Teken komen in heel Nederland voor, onder andere in bossen, parken, duinen, op de hei en in tuinen. Ze zitten vooral in de buurt van bomen en struiken, in hoger gras en tussen afgevallen bladeren. Een rondje door het stadspark, werken in de tuin of spelen in een groene berm kan dus ook eindigen met een ongewenste lifter.
Dat risico in de tuin is niet alleen theoretisch. Van de ongeveer 3500 tekenbeten die in juni 2025 bij Tekenradar werden gemeld, was 32 procent (!) in een tuin opgelopen. De helft van alle gemelde beten ontstond in het bos. Wandelen was de activiteit waarbij de meeste tekenbeten werden opgelopen, gevolgd door tuinieren. Side note: niet alle melders wisten overigens met zekerheid waar de teek was opgelopen, dus de percentages moeten als een indicatie worden gezien.
Vooral je benen zijn een makkelijke opstapplaats
Omdat teken vanaf lage planten en begroeiing op je overstappen, komen ze vaak als eerste bij je schoenen en benen terecht. Onderzoek op basis van tweeduizend Nederlandse tekenbeetmeldingen liet zien dat bij volwassenen 55 procent van de tekenbeten op de benen zat. Bij kinderen werden teken juist relatief vaak op het hoofd en in de nek gevonden, waarschijnlijk omdat zij kleiner zijn, vaker op de grond spelen en met hun hoofd dichter bij struiken en begroeiing komen.
Lange kleding kan daarom helpen. Draag bij wandelingen door dichtbegroeid gebied dichte schoenen, een lange broek en eventueel lange mouwen. Stop je broekspijpen in je sokken wanneer je door hoog gras of struikgewas moet. Op lichte kleding zie je een kruipende teek bovendien sneller dan op een zwarte broek.
Vergeet deze plekken niet te controleren
Ook wanneer je netjes op het pad bent gebleven, blijft een tekencheck belangrijk. Geen enkele voorzorgsmaatregel sluit een beet volledig uit. Controleer daarom je huid en kleding nadat je in een groene omgeving bent geweest. Kijk niet alleen naar de plek waar je gras hebt gevoeld. Teken kunnen eerst een tijd over je lichaam kruipen en zich ergens anders vastbijten. Bekijk vooral je liezen, knieholtes, oksels, bilspleet, de randen van je ondergoed, de huid achter je oren en de haargrens in je nek. Controleer bij kinderen ook het hoofd en de nek zorgvuldig. Kijk meteen of er niet meer teken aanwezig zijn, want bijna één op de vijf mensen die een tekenbeet meldde, vond meerdere teken tegelijk.
Goede tip
Gebruik de camera van je telefoon. Een teek is piepklein en daardoor makkelijk te missen. Open je camera, zet het negatief filter aan en beweeg langzaam langs de huid. Donkere puntjes kunnen zo extra opvallen. Zie dit wel als hulpmiddel: controleer het hele lichaam ook altijd met het blote oog, een spiegel of de hulp van iemand anders.
Kun je teken weren?
Voor extra bescherming kun je onbedekte huid insmeren met een middel dat DEET bevat. Ook bestaat er kleding die met permetrine is behandeld. Onderzoek naar preventieve maatregelen wijst erop dat beschermende kleding en teekwerende middelen het aantal contacten en beten kunnen verminderen, al verschilt de bewijskracht per maatregel en blijft een combinatie van voorzorgsmaatregelen het verstandigst. Volg bij zulke middelen altijd de gebruiksaanwijzing, zeker bij kinderen, tijdens de zwangerschap of wanneer je borstvoeding geeft.
Toch gebeten door een teek? Haal hem meteen weg
Vind je een vastgebeten teek, wacht dan niet tot je thuis een speciale tekentang hebt gevonden. Pak de teek met een puntig pincet zo dicht mogelijk bij de huid vast en trek hem rustig en recht uit de huid. Gebruik vóór het verwijderen geen alcohol, olie of andere middeltjes. Ontsmet het wondje pas nadat de teek eruit is en noteer de datum en de plaats van de beet. Hoe langer een teek vastzit, hoe groter de kans dat hij ziekteverwekkers overdraagt.
Ongeveer één op de vijf teken in Nederland draagt de bacterie bij zich die de ziekte van Lyme kan veroorzaken. Dat betekent niet dat iedere beet tot besmetting leidt. Van iedere honderd mensen met een tekenbeet krijgen er ongeveer twee de ziekte van Lyme. In totaal gaat het in Nederland naar schatting om 1,5 miljoen tekenbeten en ongeveer 27.000 gevallen van Lyme per jaar.
Houd de plek na de beet drie maanden in de gaten. Neem contact op met de huisarts wanneer er een vlek of ring ontstaat die steeds groter wordt, of wanneer je in de weken na de beet koorts, spierpijn of gewrichtspijn krijgt. Ook wanneer de teek vermoedelijk langer dan 24 uur vastzat, is het verstandig om met de huisarts te bespreken of behandeling nodig is.
Blijf op het pad, maar blijf vooral controleren
De fout is dus niet dat je van het pad afgaat, maar dat je jezelf daarna niet controleert. Door hoog gras, lage planten en struiken lopen vergroot de kans dat een teek op je kleding of huid terechtkomt. Juist dan is een grondige tekencheck extra belangrijk. Blijf waar mogelijk op het pad, draag bedekkende kleding en controleer jezelf altijd bij thuiskomst. Een teek kun je niet altijd voorkomen, maar je kunt hem wel op tijd vinden en verwijderen.
Volg je Runner's World al op Instagram, TikTok, Strava en Facebook?










