Stressfractuur of toch een andere blessure? Zo herken je de verschillen
Getty Images

Experts leggen uit aan welke signalen je een stressfractuur kunt herkennen en hoe je die onderscheidt van scheenbeenirritatie, peesklachten en andere veelvoorkomende hardloopblessures.
Een stressfractuur ontstaat wanneer een bot door herhaalde belasting letterlijk een scheurtje oploopt. Op basis van die definitie zou je verwachten dat de klachten overduidelijk zijn. Toch is dat lang niet altijd het geval. Daardoor zien hardlopers de signalen van een stressfractuur 'keer op keer over het hoofd', vertelt sportfysiotherapeut Chris Johnson aan Runner's World.
Ook artsen missen de diagnose soms. 'Zelfs binnen de geneeskunde zien we een stressfractuur waarschijnlijk af en toe over het hoofd of denken we er minder snel aan dan we zouden moeten', zegt sportarts Todd McGrath. Een deel van het probleem is dat een stressfractuur gemakkelijk kan worden verward met minder ernstige hardloopblessures, zoals scheenbeenirritatie (shin splints), irritatie van de iliotibiale band, een heupbuigpeesontsteking, SI-gewrichtsklachten of algemene pijn in de onderrug of voet. Toch zijn er duidelijke signalen die een stressfractuur onderscheiden van andere blessures.
Hier lees je waarom het belangrijk is om dat onderscheid te maken, welke waarschuwingssignalen je niet mag negeren en wat je het beste kunt doen als je een stressfractuur vermoedt.
Waarom het belangrijk is een stressfractuur van andere blessures te onderscheiden
Een stressfractuur is een vorm van een botstressblessure (bone stress injury, BSI). Zo'n botstressblessure ontstaat wanneer een bot de herhaalde belasting niet meer aankan en daardoor structurele schade oploopt. Een stressfractuur is de ernstigste vorm van een botstressblessure. Meestal begint het proces met een botstressreactie: het bot raakt verzwakt en gezwollen, maar vertoont nog geen scheurtje.
Elke botstressblessure is vervelend, maar als je een botstressreactie in een vroeg stadium herkent en goed behandelt, kun je voorkomen dat deze uitmondt in een stressfractuur. 'Idealiter ontdek je de blessure al in het stadium van een botstressreactie en niet pas wanneer er sprake is van een stressfractuur', zegt fysiotherapeut Nicole Haas. Johnson is het daarmee eens. 'Het belangrijkste bij botstressblessures is dat je ze zo vroeg mogelijk herkent.' Volgens McGrath verkort een vroege behandeling niet alleen de hersteltijd, maar verklein je ook de kans op ingrijpendere behandelingen, zoals een operatie.
Veel hardlopers hopen dat pijntjes vanzelf verdwijnen, zegt Haas. En soms gebeurt dat inderdaad, zelfs bij botstressreacties zonder klachten. Maar dat geldt niet voor een stressfractuur of een botstressreactie die wél klachten geeft. In dat geval moet je stoppen met hardlopen zodat het bot kan herstellen. Blijf je het bot belasten, dan maak je de blessure waarschijnlijk erger. Dat is een belangrijk verschil met andere hardloopblessures, zoals het iliotibiaal-frictiesyndroom, scheenbeenirritatie of een achillespeesontsteking. Daarbij kun je vaak blijven lopen, mits je je training aanpast, bijvoorbeeld door minder intensief of minder ver te lopen en krachttraining toe te voegen.
Het herstel van een botstressblessure duurt volgens Johnson tussen de zes weken en zes maanden. Factoren als een lage energie-inname (te weinig eten om je dagelijkse activiteiten en trainingen te ondersteunen), hormonale of menstruatieproblemen, een lage botdichtheid, onvoldoende voeding of een voorgeschiedenis met botstressblessures kunnen het herstel aanzienlijk vertragen. Ook de ernst en de locatie van de blessure spelen een grote rol. Hardlopers met een lichte botstressblessure (graad 1 of 2) op een plek met een laag risico (zoals de achter- of binnenzijde van het scheenbeen, de tweede tot en met vierde middenvoetsbeentjes of het kuitbeen) kunnen meestal sneller weer beginnen met trainen.
Bij ernstigere botstressblessures (graad 3 of 4) of blessures op risicolocaties, zoals de femurhals, de voorzijde van het scheenbeen of het os naviculare (een botje in de middenvoet), duurt het herstel doorgaans aanzienlijk langer.
Hoe herken je een stressfractuur?
Meestal is het niet één symptoom dat op een stressfractuur wijst, maar een combinatie van signalen. Volgens de drie experts zijn dit de belangrijkste.
Pijn op één duidelijke plek
Drukpijn op één specifieke plek van het bot is een belangrijk waarschuwingssignaal. 'Scheenbeenirritatie doet vaak pijn over een groter deel van het scheenbeen. Maar als de pijn zich beperkt tot één duidelijk aanwijsbare plek op het scheenbeen, maken we ons veel meer zorgen over een stressfractuur', zegt McGrath.
Johnson hanteert daarbij een praktische vuistregel: bevindt de pijn zich op een plek van ongeveer vijf centimeter of kleiner (vergelijkbaar met de lengte van een AA-batterij of een huissleutel), dan is dat verdacht. Een ander voorbeeld is pijn aan de voorzijde van de lies tijdens periodes met veel trainingsomvang. 'Dat is altijd een signaal waar we alert op zijn', aldus McGrath.
Volgens Johnson blijken hardlopers die denken dat ze een bovenbeenblessure, een heupbuigpeesblessure of SI-gewrichtsklachten hebben, in werkelijkheid soms een botstressblessure te hebben in respectievelijk het dijbeen, de femurhals of het heiligbeen. Vaak is er rond de pijnlijke plek ook sprake van zwelling of drukgevoeligheid.
Pijn na een flinke toename van de trainingsbelasting
Ontstaat de pijn enkele weken nadat je je trainingsomvang fors hebt verhoogd, dan kan dat wijzen op een stressfractuur. McGrath noemt een wekelijkse toename van 30 procent of meer.
Pijn die steeds erger wordt
De pijn van een stressfractuur neemt meestal geleidelijk toe. Het begint vaak met lichte klachten aan het einde van een training. Daarna ontstaat de pijn steeds eerder tijdens het lopen, verandert mogelijk je loopstijl en uiteindelijk doet het ook pijn tijdens wandelen en zelfs in rust. In tegenstelling tot bijvoorbeeld een milde kniepeesblessure, iliotibiaal-frictiesyndroom of fasciitis plantaris nemen de klachten niet af zodra je in beweging komt. Werden de klachten eerst minder tijdens het lopen en gebeurt dat ineens niet meer, dan is dat een belangrijk waarschuwingssignaal.
Ook een sprong op één been verergert de pijn vaak.
Pijn in combinatie met je medische voorgeschiedenis
Pijn in combinatie met een voorgeschiedenis van Relative Energy Deficiency in Sport (RED-S) of huidige signalen van RED-S verhoogt de kans op een botstressblessure. RED-S, vroeger bekend als de vrouwelijke sporttriade, ontstaat door een langdurig tekort aan beschikbare energie doordat een sporter structureel te weinig eet ten opzichte van de trainingsbelasting.
Ook wanneer je eerder een botstressblessure hebt gehad, kan nieuwe pijn wijzen op een stressfractuur.
Moeilijk te plaatsen pijn
Vage pijn die niet is terug te voeren op één specifieke beweging of gebeurtenis kan eveneens passen bij een stressfractuur. Johnson omschrijft die pijn als 'onbekend, verontrustend en afleidend'.
Ernstige pijn
Is de pijn zo hevig dat je pijnstillers nodig denkt te hebben om überhaupt te kunnen hardlopen, dan is dat een serieus alarmsignaal. Johnson raadt bovendien af om tijdens het hardlopen NSAID's, zoals ibuprofen of naproxen, te gebruiken. Onderzoek laat zien dat deze ontstekingsremmers het herstel van botweefsel kunnen vertragen doordat ze de aanmaak van collageen remmen, een belangrijke bouwstof van botten en pezen.
Wat moet je doen als je een stressfractuur vermoedt?
'Stop met hardlopen', zegt McGrath. Voor de meeste mensen is wandelen nog wel mogelijk, zolang dat geen of slechts weinig pijn doet. Beperk de totale schokbelasting echter zoveel mogelijk totdat je terechtkunt bij een sportarts of sportfysiotherapeut.
Die kan beoordelen wat er aan de hand is en adviseren over de vervolgstappen. Zo nodig zal aanvullend beeldvormend onderzoek, zoals een röntgenfoto of MRI-scan, worden ingezet om de diagnose te bevestigen.
Volg je Runner's World al op Instagram, TikTok, Strava en Facebook?











