Ramon liep Conquer the Wall Marathon: 'De grootste hardloopprestatie uit mijn leven'
Eigen foto

Als Ramon Everts (30) je vertelt dat 'ie even iets uit de muur halen is, dan heeft hij het waarschijnlijk niet over de FEBO. Voor Runner's World #6 schreef hij een episch verslag van de Conquer the Wall Marathon die hij eerder dit jaar finishte. 'Wat was dit verschrikkelijk. Wat was dit fantastisch.'
Wat je niet wil, een kwartier voor de grootste uitdaging van je leven? Je nieuwe camera kwijtraken. Deze wedstrijd is al spannend genoeg, en vlak voor de start zorgt die GoPro voor nog wat extra stress. En dus bestaat mijn warming-up uit onrustig door het dorp lopen, om de actioncam te zoeken. Jinshanling is idyllisch, maar daar heb ik nu even geen oog voor. Als er bij start/finish wordt omgeroepen dat er een GoPro is gevonden, kan ik me eindelijk gaan richten op de race.
Om 06:30 klinkt het startschot, en samen met zo’n 150 andere lopers vertrek ik richting de muur. Het is mijn tweede marathon, maar ik maak me geen illusies. Het parcoursrecord van de Conquer the Wall Marathon ligt ruim boven de zes uur. Een PR zit er hier in China niet in. Stiekem hoop ik binnen 10 uur te finishen. Als dat lukt ben ik namelijk op tijd om nog te douchen (en misschien zelfs een biertje te drinken) voordat de bus terug naar Beijing vertrekt. 12 uur is overigens de limiet, want dan wordt het alweer donker. Het voelt nog ver weg.
De eerste kilometers sta ik in de file. Zowel op als naast de muur is het smal en druk. Sommige delen van het wereldwonder zijn afgezet, waardoor we een flink stuk door het bos lopen waar de ene na de andere loper uitglijdt. Mijn splinternieuwe trailschoenen bewijzen hun waarde en het is een wonder dat ik nog geen mensen heb zien uitvallen. Even later, terug op de muur, besef ik ineens waar ik mee bezig ben. Ik stop even en probeer het in me op te nemen. Waar ik ook kijk zie ik langgerekte en dichtbegroeide heuvels. Boven dat bos steekt vanaf mijn voeten tot de horizon het eeuwenoude, indrukwekkende bouwwerk uit. En ik zie nog iets: ik moet nog heel ver!
'Je bent op de helft. Oh nee jij nog niet!'
Wanneer ik na 17 kilometer mijn neef tegenkom, die de halve marathon loopt en later is gestart, weet hij me niet te motiveren. Hij vergeet even dat ik 42 kilometer moet afleggen in plaats van 21 en doet de valse belofte dat ik over de helft ben. De pijn in mijn rechterknie begint intussen serieuze vormen aan te nemen. Het is heel even vlak, maar het gaat niet van harte. Sneller dan acht minuten per kilometer kan ik nu al niet meer lopen. Ik merk dat andere lopers het er beter vanaf brengen en maak me een beetje zorgen.
Na 25 kilometer en ruim 1200 hoogtemeters stort ik even in. Mijn linkerknie is inmiddels ook aan de beurt en de pijn blijft toenemen. De klappen van het afdalen vallen me zwaarder dan gehoopt en ik weet dat het venijn van deze race in de staart zit. Een flinke staart trouwens, van een kilometer of 17. Gelukkig kom ik dokter Jack tegen. Hij staat halverwege het parcours en helpt lopers waar nodig. Na wat pijnstilling, Powerade, en Pringles die er bijna weer uitkomen, ga ik met goede (of in ieder geval betere) moed de laatste fase in.
Op dit deel van het parcours zijn alleen de marathonlopers nog over. Het uitgedunde deelnemersveld en het gebrek aan supporters laat me in fases eenzaam voelen. Elke loper die je tegenkomt steekt je wel een hart onder de riem. Iedereen loopt alleen, maar daarin zijn we samen. Met het voortdurende glooien van de Chinese Muur is elke afdaling vreselijk en elke stijging verlichtend voor mijn lichaam. Het gaat recht omhoog, recht naar beneden, hoge trappen, lage trappen, het is springen en klimmen. Maar gelukkig is er altijd dat uitzicht.
'Wait, we have to do this part twice!?'
Het laatste deel van het parcours moeten we twee keer afleggen. Vanaf het beginpunt op de muur naar links, in een klein dorpje keren, terug naar dat beginpunt. En dan nog een keer. De arme ziel naast me heeft die informatie even gemist. Hij is goedgemutst op weg naar de finish, totdat ik hem vraag of hij hier al twee keer is geweest. Net haalde hij me nog lachend in, nu zakt de moed hem in de schoenen. Don’t shoot the messenger.
De laatste kilometers zijn overleven. Het is bij vlagen verschrikkelijk steil. Ik daal al een tijdje zijwaarts af om mijn knieën te ontlasten, en mijn tempo ligt ergens tussen 15 en 20 minuten per kilometer. De pijn is nagenoeg ondraaglijk en het genieten is nu echt voorbij. Mijn hartslag en energie zijn eigenlijk al de hele dag goed en mentaal ben ik best sterk, maar die knieën. Ze kunnen niet meer. Opgeven is dichtbij, maar de finish gelukkig dichterbij.
Na 9 uur, 32 minuten en 27 seconden valt voor mij het finishlint. Hij wordt voor iedereen gespannen, want we zijn allemaal winnaars. Mijn trouwe fans staan me met een even grote als koude Tsing Tao op te wachten. Het meest welverdiende biertje uit mijn leven, na de grootste hardloopprestatie uit mijn leven. Uiteindelijk eindig ik als 43e, in een veld van 153 deelnemers. Met überhaupt finishen ben ik tevreden, maar mijn tijd maakt me extra trots.
Wat was dit verschrikkelijk. Wat was dit fantastisch.
Dit verhaal stond in Runner's World #6. Wil je 'm nabestellen? Dat kan hier!
Volg je Runner's World al op Instagram, TikTok, Strava en Facebook?











