Papendal helpt buitenlandse atleten naar medailles: wat levert Nederland dat op?

Update: 16 september 2026 om 05:43
Praat mee!
Geschreven door

ANP

ANP

Nederland beschikt over een van de succesvolste atletiekprogramma’s van Europa, en dat trekt ook buitenlandse toppers aan. Zij kunnen zich in Arnhem meten met de beste Nederlandse atleten en profiteren van de trainingsgroep rondom bondscoach Laurent Meuwly (die afgelopen 7 jaar zeer succesvol was met 56 internationale medailles) voor Nederland. Tegelijkertijd levert het een bijzondere situatie op. Want wat als diezelfde trainingspartners op een EK of WK een Nederlander van het podium houden? Waarom kiest de Atletiekunie ervoor om buitenlandse concurrenten op Papendal te laten trainen en wie profiteert daar uiteindelijk het meest van? Is er sprake van potentieel financieel tegenstrijdig belang? En, is het belang van de trainingsgroep van Meuwly automatisch hetzelfde als het belang van TeamNL als geheel?

WK Torún 2026

WK indoor in Torún, Polen. Na de eerste finale staat Lieke Klaver op een zilveren medaille en durft ze vanuit de hotseat niet te kijken naar de twee finale die na haar volgt. Duiken er nog mensen onder haar tijd van 51,02 seconden? Een kleine minuut later staat ze met de Nederlandse vlag in haar handen. Het is brons geworden. Alleen de Tsjechische Lurdes Gloria Manuel troeft haar af en pakt het goud, waardoor Klaver van zilver naar brons gaat. Achteraf gaat het vooral over de vreemde opzet van de nieuwe finale over 400 meter. Waar het veel minder over gaat is dat Klaver zojuist is verslagen door een van de buitenlandse atleten die met Nederlandse voorzieningen op Papendal traint onder de vleugels van de Zwitser Laurent Meuwly, bondscoach van de Nederlandse Atletiekunie.

Later dat toernooi zien we Nadine Visser het zilver pakken in dezelfde tijd als de Poolse Pia Skrzyszowska, die het brons pakt. Op een haar na weet de Nederlandse haar trainingsgenoot voor te blijven.

Tomasz Lewandowski

Dit fenomeen beperkt zich overigens niet alleen tot de groep Meuwly. In april jongstleden nam Atletiekunie per direct afscheid van Tomasz Lewandowski. De bond spreekt in een persbericht over “situaties waarin het handelen van Lewandowski niet volledig in lijn was met de professionele afspraken en richtlijnen op het gebied van commerciële belangen.”

Ook Lewandowski trainde, naast Nederlandse toppers op de middellange afstand als Niels Laros en Stefan Nillessen, ook internationale topatleten zoals de Portugees Isaac Nader en de Australiër Adam Spencer. Nader werd in 2025 in Tokio wereldkampioen 1500 meter. Bij de wereldkampioenschappen indoor in maart van dit jaar won hij zilver voor Adam Spencer die brons won. Zweed Samuel Pihlström, die vierde werd, was ook regelmatig te vinden op de trainingskampen van Lewandowski. Een fractie van een seconde daarachter werd Samuel Chapple vijfde in de finale. Je zou dus kunnen stellen dat atleten van Lewandowski, die toen nog in Nederlandse dienst was, een Nederlander van een medaille hielden.

EK Birmingham 2026

Tevens op de 400 meter bij de mannen had Nederland stevige concurrentie van eigen trainingscentrum. De Hongaar Atilla Molnár is een van de grootste concurrenten van onder andere Jonas Phijffers en Eugene Omalla. In Birmingham bleef Phijffers de Hongaar ternauwernood voor. Phijffers traint trouwens niet onder Meuwly, Molnár doet dat wel. ‘Your day is coming soon’ post de Nederlandse bondscoach op zijn Instagram om zijn Hongaarse pupil een hart onder de riem te steken nadat hij 0,14 seconde achter Phijffers een medaille misloopt. Rondom de Nederlander Eugene Omalla die 0,09 te kort kwam voor een finaleplek bleef het op de Instagrampagina van de bondscoach stil. Opnieuw houdt een pupil van de Nederlandse bondscoach TeamNL bijna van een medaille af.

Poolse Pia Skrzyszowska en Nadine Visser maken het op de 100 meter horden tijdens de EK nóg spannender dan eerder dit jaar tijdens de WK in Torún. Hetzelfde scenario herhaalt zich nog eens, maar dan om het goud. Visser hield op de meet één duizendste van een seconde over op de Poolse voor het goud.

Tekst gaat door onder foto's

Atilla Molnár wordt 4e (400m) vlak achter Jonas Phijffers tijdens de EK Atletiek in Birmingham© Instagram Laurent Meuwly

Atilla Molnár wordt 4e (400m) vlak achter Jonas Phijffers tijdens de EK Atletiek in Birmingham

Nadine Visser vs Pia Skrzyszowska© Getty Images

Nadine Visser vs Pia Skrzyszowska

'Zonder de internationale atleten zouden de Nederlandse atleten niet zo kunnen presteren'

Na afloop van de EK Atletiek in Birmingham spreken we de bondscoach. Meuwly benadrukt vooral dat de buitenlandse atleten een meerwaarde zijn voor Nederlandse atleten. In zijn visie op deze casus, haalt hij Europees kampioene 100 meter horden Nadine Visser aan, die vaak samen traint met haar grote concurrent Pia Skrzyszowska: ‘Onder de streep is mijn analyse dat zonder deze competitie onze atleten niet op dit niveau zouden zijn. Nadine komt uit op een onderdeel waar concurrentie heel belangrijk is, wanneer je startjes oefent, wanneer je specifieke sessies doet. In Nederland is er geen atleet die opereert op haar niveau, want ze is al de beste van Europa. Ik denk dat deze competitie, zeker van atleten die uit andere culturen komen, ook een sociaal deel brengt in een individuele sport.’

(Zie het interview vanaf 03:45)

Tekst gaat door onder video

Ook tijdens een interview van Meuwly met CitiusMag wordt er verwezen naar de grote groep buitenlandse atleten die onder support van de Nederlandse federatie kunnen meedraaien en onder zijn schema’s trainen. Meuwly vertelt aan de interviewer Preet Majithia dat er wel wat overtuigingskracht voor nodig was. ‘Overal zijn bonden of officiële trainingscentra wat terughoudend en beschermend als het gaat om buitenlandse atleten die samen met hun nationale atleten trainen. Maar ik denk dat ik al snel kon aantonen dat we iets kunnen opbouwen waarbij atleten elkaar helpen groeien en beter maken. Natuurlijk is het op de wedstrijddag ieder voor zich en loopt iedereen zo hard mogelijk, maar de rest van het jaar helpt het enorm om atleten van hetzelfde niveau te hebben die elkaar pushen om de concurrentie te verslaan. Ik denk dat er een geweldige sfeer in de groep hangt. Iedereen ziet de voordelen van deze mix en de onderlinge competitie tijdens de dagelijkse trainingen; het is namelijk vrij uniek in Europa om zo'n hoog prestatieniveau bij elkaar te hebben, waarbij iedereen hetzelfde doel nastreeft en dezelfde topsportmentaliteit deelt.’

Hoe de prestaties van deze buitenlandse atleten invloed hebben op de atleten van TeamNL die niet op Papendal trainen wordt in dit interview niet op ingegaan. 

Wat laten de prestaties van de Nederlanders zien?

Opvallend is dat, ondanks de podiumsuccessen dit jaar, de Nederlandse toppers uit Meuwly's groep hun persoonlijk records niet verbeterden. Klaver evenaarde in Londen haar beste tijd uit 2024, terwijl bijvoorbeeld Visser en Bisschops boven hun persoonlijke records bleven. Zet je hier de prestaties van buitenlandse trainingsgenoten tegen af, dan is daar juist wel sprake van flinke progressie: Manuel verbeterde zich van 50,52 naar 49,37 op de 400 meter, Australische Torrie Lewis dook voor het eerst onder de elf seconden op de 100 meter en Molnár scherpte zijn Hongaarse record verder aan op de 400 meter outdoor en zette indoor zelfs het Europees record op zijn naam. Poolse Skrzyszowska verbeterde zich alleen op de 60 meter horden en bleef outdoor 0,07 boven haar persoonlijk record.

Dat betekent niet automatisch dat de buitenlandse atleten meer van de trainingsgroep profiteren dan de Nederlanders. Klaver en Visser wonnen dit seizoen meerdere internationale medailles en een persoonlijk record is niet de enige graadmeter voor progressie. Wél maken de cijfers de uitspraak van Meuwly interessant. Volgens de bondscoach zouden de Nederlandse atleten zonder de buitenlandse concurrentie in zijn groep niet het niveau hebben bereikt waarop ze nu acteren. Of dat daadwerkelijk zo is, valt op basis van prestaties alleen niet vast te stellen: we weten immers niet welk niveau de Nederlanders zonder deze trainingspartners hadden bereikt.

Tegelijkertijd laten Nederlandse sprinters buiten de trainingsgroep van Meuwly flinke progressie zien. Jonas Phijffers, die niet op Papendal onder Meuwly traint, verbeterde zijn persoonlijk record dit seizoen van 44,71 naar 44,41 en nam daarmee het Nederlands record over. Op de EK leverde die tijd hem brons op, vóór Meuwly's Hongaarse pupil Attila Molnár. Eugene Omalla, eveneens geen onderdeel van Meuwly's groep, verbeterde dit seizoen zijn persoonlijk record op de 400 meter naar 45,03.

🎥 Zie de recente documentaire van WorldAthletics over de trainingsgroep.

Profiteert iedereen?

De voordelen die Meuwly beschrijft, gelden vooral voor de Nederlandse atleten die dagelijks onderdeel zijn van zijn trainingsgroep. Maar het belang van die groep is niet automatisch hetzelfde als het belang van TeamNL als geheel. Ook op Papendal trainen Nederlandse atleten die niet door Meuwly worden begeleid en daardoor niet rechtstreeks profiteren van zijn internationale trainingsgroep, terwijl hun buitenlandse concurrenten daar wél onderdeel van kunnen zijn.

Zo trainen de internationale topsprinters Torrie Lewis, Ajla del Ponte en Emma van Camp in de groep van Meuwly, terwijl Nederlandse concurrenten Minke Bisschops en N'ketia Seedo worden begeleid door sprintcoaches Renaud Longuèvre en Brendan Troost. Daarnaast zijn er Nederlandse toppers die helemaal niet op Papendal trainen. Op de 400 meter krijgen Jonas Phijffers en Eugene Omalla bijvoorbeeld te maken met de Hongaar Attila Molnár, die wél door de Nederlandse bondscoach wordt begeleid. Ook op de 100 meter kan Israëlische Blessing Afrifa uiteindelijk tegenover een Nederlandse atleet als Elvis Afrifa komen te staan.

Dan wordt de vraag: Hoe weegt de Atletiekunie de door Meuwly omschreven voordelen van deze internationale trainingsgroep af tegen de belangen van Nederlandse atleten die niet door Meuwly worden begeleid, maar op kampioenschappen wel tegenover zijn buitenlandse pupillen kunnen komen te staan?

Tekst gaat door onder foto’s.

Groei van groep internationale atleten

Buitenlandse atleten die op Papendal trainen is in de atletiek niet iets nieuws. Met de komst van sprinttrainer Rana Reider in 2015 kwam ook een groep wereldtoppers naar Papendal, onder wie Amerikanen Christian Taylor (hink-stap-springen), Tianna Bartoletta (verspringen) en Tiffany Porter (100mh). Dit gebeurt vaker bij de aanstelling van internationale coaches. Het verschil met nu: deze groep internationale atleten concurreerden toen niet om podiumplekken met de Nederlanders.

Met het vertrek van Reider en de komst van de huidige bondscoach vertrokken de Amerikanen en nam Meuwly in 2019 de Zwitserse atleten Ajla Del Ponte en Lea Sprunger met zich mee. Wat begon met deze twee atleten is inmiddels uitgegroeid tot een groep van zo'n tien tot twaalf atleten die tijdens trainingsstages nog verder wordt uitgebreid.


Hoe zit dat bij andere sporten?

Dat atleten gebruikmaken van de faciliteiten van een andere bond dan hun eigen bond, kan scheve gezichten opleveren. Daarom heeft bijvoorbeeld de schaatsbond KNSB twee jaar geleden al laten weten dat buitenlandse topschaatsers niet meer bij Nederlandse commerciële ploegen mogen rijden om ook in de toekomst met TeamNL olympisch succes te boeken. Ze zijn nog wel welkom in Thialf, maar niet in de topsporturen die worden gefinancierd door sportkoepel NOC*NSF. Het schaatsen trekt dus een duidelijke lijn. Het Nederlandse niveau van het schaatsen is voor de buitenlandse concurrenten heel aantrekkelijk, maar de schaatsbond heeft grenzen gesteld aan hoe ver die integratie in het Nederlandse topsportsysteem mag gaan.

Voor zover Runner's World kon nagaan, komt een vergelijkbare constructie op deze schaal bij andere olympische sporten in Nederland niet voor: meerdere buitenlandse wereldtoppers die structureel in Nederland meetrainen, gebruik maken van de faciliteiten en de staf én Nederland onder druk zetten als het aankomt op de verdeling van de medailles. Wél worden er bijvoorbeeld in het judo en in het zwemmen gezamenlijke trainingskampen georganiseerd waar atleten uit allerlei landen elkaar treffen op trainingsstage.

Wie betaalt?

Dan is er nog de vraag: wie dit allemaal betaalt? Die financiële constructie is niet eenvoudig. De Atletiekunie heeft eigen inkomsten, maar ontvangt voor haar topsportprogramma’s ook financiering via NOC*NSF. Die topsportmiddelen zijn op hun beurt afkomstig uit verschillende bronnen, waaronder het ministerie van VWS, de Nederlandse Loterij en commerciële partners.

Vaststaat dus dat er publiek geld in het Nederlandse topsportsysteem en de faciliteiten op Papendal zit. Onduidelijk is in hoeverre de buitenlandse atleten daarvan profiteren. Betalen zij of hun nationale bond bijvoorbeeld voor de begeleiding van Laurent Meuwly en het gebruik van de faciliteiten? En zo ja, hoeveel? Of kunnen zij kosteloos gebruikmaken van voorzieningen die mede met Nederlands topsportgeld worden gefinancierd?

Hoe bewaakt de Atletiekunie de belangen?

Internationale trainingsgroepen zijn in de atletiek niet ongebruikelijk. Een voorbeeld: De Amerikaanse sprintcoach Lance Brauman begeleidt vanuit PURE Athletics atleten uit verschillende landen (waaronder Noah Lyles, Shaunae Miller-Uibo en Matthew Hudson-Smith). De atleten of hun federaties betalen Brauman een fee + prestatiebonus. Nu is er één belangrijk verschil met de situatie op Papendal: Brauman runt een professionele commerciële internationale trainingsgroep, terwijl Laurent Meuwly als Nederlandse bondscoach voor de nationale atletiekbond werkt en onderaan de streep verantwoordelijk is voor TeamNL.

Juist daarom zijn de afspraken die de Atletiekunie hierover met Meuwly heeft gemaakt interessant. Bij federatiecoaches is het gebruikelijk dat ze géén prestatiebonussen van de federatie-atleten ontvangen die ze begeleiden (in dit geval de Nederlanders). Buiten een federatieconstructie kunnen coaches en buitenlandse atleten andere financiële afspraken maken. Zo kan een coach bijvoorbeeld rechtstreeks door een atleet, sponsor of buitenlandse bond worden betaald en kunnen daarbij ook prestatieafhankelijke beloningen worden afgesproken. Hoe dat bij de internationale atleten van Meuwly is geregeld, is niet openbaar. Runner's World heeft niet kunnen vaststellen of Meuwly voor hun begeleiding een aparte vergoeding ontvangt en of daarbij prestatieafhankelijke afspraken bestaan.

Die vraag is wel relevant omdat op een wedstrijddag de belangen van zijn atleten rechtstreeks tegenover elkaar kunnen staan. Meuwly begeleidt zowel Nederlandse als buitenlandse atleten die op internationale kampioenschappen om dezelfde medailles strijden. Mochten aan de begeleiding van die buitenlandse atleten prestatieafhankelijke beloningen verbonden zijn, dan zou Meuwly persoonlijk financieel kunnen profiteren van een medaille of record van een buitenlandse pupil die ten koste gaat van een Nederlandse atleet. Daarmee zou er een risico op financiële belangenverstrengeling kunnen ontstaan tussen zijn rol als Nederlandse bondscoach en zijn eventuele financiële belang bij de prestaties van buitenlandse atleten. De vraag blijft daarom vooral: welke afspraken heeft de Atletiekunie gemaakt om zo'n mogelijk tegenstrijdig belang te voorkomen?

Welke visie heeft de Atletiekunie?

Het meest interessante is om te weten wat de visie is van de Atletiekunie. Waarom de keuze het internationale programma zo uit te breiden? Hoe kijken zij aan tegen het opleiden van de concurrentie en daardoor een verhoogde druk op internationale medailles? Hoe is hun visie ten opzichte van de TeamNL-atleten die niet op Papendal trainen? Wordt er overlegd met huidige Papendal-atleten of ze deze manier van trainen prettig vinden, en hoe handelen ze zodra dat gevoel verandert? Hoe zit het met het financiële plaatje, de trainingsstages en met de druk op de staf? De buitenlandse atleten maken immers gebruik van de Nederlandse fysiotherapeuten en de trainers. Al deze vragen legden wij de bond voor, maar de Atletiekunie gaf aan niet te willen meewerken. De reactie luidde als volgt: 'De Atletiekunie kiest ervoor niet inhoudelijk op deze onderwerpen in te gaan. De vragen raken aan interne afspraken tussen coaches, atleten en de bond en richten zich op individuele situaties en relaties, zonder een helder kader of bredere duiding.'

Reactie NOC*NSF

Naast de Atletiekunie heeft Runner's World ook de NOC*NSF, de centrale koepelorganisatie van de georganiseerde sport in Nederland, om reactie gevraagd en die luidde als volgt: 'Middelen en services van NOC*NSF zijn bedoeld om de Nederlandse topsport te versterken. Samenwerken met buitenlandse trainingspartners kan bijdragen aan ons doel en vindt binnen meerdere sporten plaats. Werken met internationale samenwerkingsverbanden wordt in meerdere sporten steeds gangbaarder. In diverse sporten binnen TeamNL trainen Nederlandse sporters in nationale selecties van concurrerende landen mee en vice versa. NOC*NSF en de betreffende sportbonden staan in nauw contact met elkaar om altijd de meest optimale situatie te realiseren.'

Volg je Runner's World al op Instagram, TikTok, Strava en Facebook?