'Niets haalt mijn hardloopritme zo onderuit als een rood licht'

Update: 2 maart 2026 om 14:58

Getty Images

Getty Images

Soms is dat juist het mooiste moment. Mijn humeur wordt vaak bepaald door drie kleuren.

Elke dag leg ik de 60 meter af naar de hoek van mijn straat, sla linksaf en hoop dat de stoplichtgoden van Philadelphia me gunstig gezind zijn. Terwijl ik naar de volgende kruising loop, wordt een gloed van rood, geel of groen steeds duidelijker. Als ik de hoek om ga en de kruising nader, weet ik nooit goed welke kleur ik hoop te zien en hoe lang het nog duurt voordat het licht verspringt.

Maar zodra ik nog maar een paar passen verwijderd ben, wil ik maar één ding: groen. Rood is geen optie. Geel is te onzeker, elk moment kan het in rood veranderen en me abrupt tot stilstand dwingen. Veel te vaak is het rood en wordt mijn rondje meteen onderbroken. Horloge op pauze, humeur getemperd, ritme gebroken.

In deze tijd van het jaar, wanneer ijzige wintertemperaturen het noordoosten van de VS in hun greep houden - mijn weerapp gaf tijdens mijn rondje op zaterdag een gevoelstemperatuur van -26 graden aan - gebruik ik de eerste tien minuten van elke training om warm te worden en te ontdooien. Als een rood licht dat proces vertraagt, slaat de vrieslucht opnieuw toe, dringt door al mijn lagen heen en lijkt het ontdooien weer met tien minuten te verlengen. Op zulke momenten zijn rode stoplichten niet mijn bondgenoot.

En zodra het warmer wordt, met een luchtvochtigheid die zich samen met de Phillie Phanatic tot onofficiële zomermascotte van de stad kroont, zijn rode lichten een constante tegenstander. Tussen juni en september is het doel simpel: zo snel mogelijk de deur uit en weer thuis zijn voordat de benauwende lucht me overweldigt. Dan zit ik niet te wachten op stoplichten die mijn rondje rekken, terwijl de zon zwaar op me drukt en het zweet zich in verontrustende hoeveelheden op mijn voorhoofd verzamelt en langs mijn wangen loopt.

Maar vraag het me halverwege een lange training en mijn toon verandert.

Misschien heb ik mijn longen leeggetrokken en snak ik naar adem. Op zo’n moment koester ik een rood licht. Het is een verkwikkende adempauze die me net genoeg herstelt om door te trekken tot het volgende rode licht. Of tot ik de ‘finish’ van mijn portiek in zicht heb (of de supermarkt, voor een klassieke chocolademelk na het lopen).

Misschien heeft het asfaltparadijs dat Philadelphia heet mijn lichaam tijdens een lange duurloop murw gebeukt. Botten, pezen en banden verlangen naar een foamroller en een icepack die niet direct voorhanden zijn. Mijn krakende knieën (de rechter is tegenwoordig extra kieskeurig), wankele heupen en gevoelige hamstrings smeken dan om een rood licht.

En soms heeft mijn verlangen naar een stoplicht niets te maken met hoe mijn longen of benen aanvoelen.

Soms weet mijn Spotify-playlist simpelweg niet de endorfines los te maken die nodig zijn voor een glimlach (lopen is nu eenmaal leuker als je lacht!). Omdat ik het merendeel van mijn kilometers solo maak, is een goede playlist net zo cruciaal als de brandstof en hydratatie vooraf. Een rood licht geeft precies genoeg tijd voor een muzikale herstart. Op zulke momenten waardeer ik ze.

Dus, zijn rode stoplichten mijn vriend? Nee, zo makkelijk maak ik het woord ‘vriend’ niet; daarvoor is onze relatie te complex. Maar heb ik respect voor rode lichten? Absoluut, met zowel genegenheid als tegenzin. En dat is precies goed zo.

Volg je Runner's World al op InstagramTikTokStrava en Facebook?

'Niets haalt mijn hardloopritme zo onderuit als een rood licht'