Nick Schilder over hardlopen: 'Ik was een junkie voor de runner’s high'
Nick Schilder liep op zijn zeventiende al honderd kilometer per week. Nu maakt hij een rentree als loper met kleine rondjes langs de Dijk.
Dirk-Jan van Dijk

Zanger Nick Schilder (die van Simon) liep op zijn zeventiende al honderd kilometer per week. Na jaren van krachttraining en een drukke muziekcarrière maakt hij nu een rentree als loper. Geen 'hardloopjunkie' zoals vroeger, maar nog altijd fanatiek.
Hardloopverslaving
Nick Schilder is bij het grote publiek bekend als zanger, maar wie hem van dichterbij kent, weet dat hij ook een fanatieke loper is – of beter gezegd: een herintreder. Op zijn zeventiende liep hij 100 kilometer per week en was hij verslaafd aan de runner’s high. 'Ik dwong mezelf om elke dag minstens 14 kilometer te lopen', zegt hij. 'Op zaterdag had ik een baantje, en voordat ik 's avonds naar de kroeg ging, liep ik eerst nog 14 kilometer. Ik stond half stoned van het lopen in de kroeg.'
Die drang om te bewegen zat er altijd al in. 'Ik was een echte junkie. Iedere dag wilde ik die runner's high voelen. Dat gevoel dat je zweeft, dat je nergens meer aan denkt, dat je lijf vanzelf gaat.' De motivatie kwam van binnenuit. 'Ik had geen doelen, geen wedstrijden. Ik liep omdat ik moest lopen.'
Nick was dus topfit. Iets wat onverwachts van pas kwam toen Nick gewond raakte bij de beruchte nieuwjaarsbrand in café 't Hemeltje: 'Ik moest een tijd in het ziekenhuis liggen. De artsen zeiden dat mijn herstel enorm geholpen werd doordat ik in topvorm was. Dat vond ik zo bijzonder. Alsof ik het van tevoren aanvoelde, alsof mijn lijf wist dat het klaar moest zijn voor iets groots.'
Lichter, flexibeler, wijzer
Tegenwoordig pakt Nick het anders aan. Zijn schema is flexibel: als er ergens in de dag een halfuurtje vrij is, gaat hij lopen. 'Wat dat betreft is hardlopen ideaal. De racefiets kost al snel twee uur, maar een rondje lopen kan altijd.' Hij loopt op gevoel, zonder vaste routes of schema's. 'Vroeger was het dwangmatig, nu is het intuïtief. Als het uitkomt, ga ik. En als het niet past, is dat ook oké.'
Voeding speelt ook een rol in zijn voorbereiding. 'Ik eet vooraf iets lichts: een halve banaan, wat rijstebloem of bosbessen, soms wat pindakaas. Als ik te zwaar eet, breekt dat me op tijdens het lopen. Daarna vul ik mijn koolhydraten en elektrolyten weer aan. Ik weet inmiddels wat mijn lijf nodig heeft.'
Geen lijf voor de marathon
Met zijn lengte van 1,96 meter en een gewicht van 100 kilo moet Nick extra op zijn lijf letten. 'Dat is geen lichaam om marathons mee te lopen. Ik ben gevoelig voor knieklachten, dus ik moet voorzichtig zijn.' Toch heeft hij al eens 18 kilometer gelopen, bijna een halve marathon. 'Het zit er misschien wel in, maar ik wil niet stuk gaan. Dan train ik liever slim en blijf ik blessurevrij.'
Door zijn krachttrainingen zijn zijn bovenbenen flink ontwikkeld. 'Een goede tight is onmisbaar. Als mijn benen schuren, loop ik niet lekker. Qua schoenen loop ik op de Nike ZoomX Invincible Run. Die geven veel demping, precies wat ik nodig heb.'
In stilte op pad
Lopen doet hij het liefst alleen, zonder muziek of data. 'Ik gebruik geen horloge en loop ook zonder muziek. Tijdens mijn werk hoor ik al genoeg, dus die stilte buiten is heerlijk. Dan hoor ik mijn ademhaling, mijn stappen, en dat is genoeg.'
Het solo lopen past ook bij zijn leven. 'Mijn dagen zijn te onvoorspelbaar om met iemand af te spreken. En ik merk dat ik lekkerder loop als ik het op mijn eigen tempo doe. Soms voel ik me goed en doe ik spontaan een interval, soms juist een rustige duurloop. Alleen lopen is vrijheid.'
De cadans van het lopen werkt bijna meditatief. 'Je komt in een ritme, een flow. Soms voelt het alsof ik mijn hoofd opruim. Alsof alles even op z'n plek valt. Dat is goud waard, zeker in een druk leven.'
Gewoon doorgaan
Hij loopt meestal hetzelfde rondje van vijf kilometer, met een lus naar zes of zeven. 'Gemakzucht, dat geef ik toe. Maar als ik verder ben, zoek ik wel weer mooie routes. In Volendam kun je prachtig langs de dijk lopen.'
Om zichzelf over de drempel te helpen, heeft hij een trucje: 'Na tien minuten mag ik van mezelf omdraaien, maar dat doe ik nooit. Je bent dan al onderweg, je loopt gewoon door.'
Zijn motivatie haalt hij vaak uit het gevoel achteraf. 'Ik herinner me een marathonloper die zei: "Ik loop, omdat stoppen zo lekker is." Dat herken ik. De voldoening na het hardlopen is soms mijn grootste drijfveer.'
© Dirk-Jan van DijkDit artikel is een ingekorte versie van het volledige interview met Nick Schilder, dat eerder verscheen in Runner’s World magazine. Wil je meer verhalen van bekende en inspirerende lopers? Neem dan een abonnement.
Volg je Runner's World al op Instagram, TikTok, Strava en Facebook?




