Na een mislukte bloeddonatie ging ik naar de cardioloog: zo plan je beter

Update: 21 augustus 2026 om 08:32
Praat mee!

Getty Images

Getty Images

Zodra de verpleegkundige de naald uit mijn ader haalt, probeer ik overeind te komen om mijn plek vrij te maken voor de volgende bloeddonor. Meteen trekt er een hittegolf door mijn lichaam en laat ik me weer achterover zakken.

Voor hardlopers kunnen andere richtlijnen gelden dan voor de gemiddelde bloeddonor.

Wanneer het voor lopers verstandig is om bloed te doneren

Heel kalm pakt de verpleegkundige een zak met ijs uit een koelbox in de buurt en legt die achter mijn nek. Ze vertelt me dat ik zo lang als nodig horizontaal moet blijven liggen. ‘Gebeurt dit vaak?’ vraag ik terwijl ik mijn ogen sluit om de duizeligheid tegen te gaan. Ze knikt. ‘Af en toe.’ Ik ben verbaasd. Ik heb vaker bloed gedoneerd en hoewel ik er niet tegen kan om een naald in de binnenkant van mijn elleboog te zien verdwijnen, heb ik verder weinig last van de procedure. Zolang ik mijn hoofd maar de andere kant op kan draaien, gaat het meestal prima.

Zodra ik het tussendoortje op heb dat de verpleegkundige me gaf om mijn bloedsuikerspiegel weer wat op peil te brengen, probeer ik opnieuw overeind te komen. Meteen zorgt dezelfde duizeling ervoor dat mijn hoofd weer op het ijspak belandt. Te vroeg dus. Goed, dan blijven we nog maar even liggen en bedenken we wat ik deze keer anders heb gedaan. Een paar dingen schieten me te binnen. Misschien zijn bloeddonaties in de ochtend gewoon niets voor mij, ondanks dat ik had ontbeten. Of misschien was acht weken na mijn vorige donatie toch te snel. Of misschien had ik niet de dag na een intervaltraining moeten doneren. Ik was net begonnen aan een nieuw trainingsblok en had er daarom niet zo bij stilgestaan.

Hoewel mijn volgende wedstrijd allang achter de rug zal zijn tegen de tijd dat ik weer bloed mag geven, besluit ik op dat moment een arts te vragen wanneer het voor hardlopers het verstandigst is om bloed te doneren.

De basis van bloeddonatie

Bloed doneren is een ontzettend waardevolle manier om iets voor een ander te betekenen. Met één donatie volbloed kunnen tot drie mensen worden geholpen. In de Verenigde Staten mag je bloed geven als je in de meeste staten minimaal 16 jaar oud bent, minstens 50 kilo weegt en je in de dagen voor de afspraak goed voelt. Vooraf controleert een verpleegkundige je hartslag, bloeddruk en hemoglobinegehalte om te beoordelen of je lichaam klaar is om ongeveer tien procent van je bloedvolume af te staan. Volgens de richtlijnen van de Amerikaanse Food and Drug Administration kan dat iedere 56 dagen, oftewel acht weken, en maximaal zes keer per jaar, ongeacht je geslacht.

In veel Europese landen gelden andere grenzen. Daar wordt mannen aangeraden maximaal vijf keer per jaar bloed te geven en vrouwen maximaal vier keer. Per keer wordt 450 milliliter afgenomen, tegenover ongeveer 500 milliliter in de Verenigde Staten. In Tsjechië, mijn geboorteland, ligt het aanbevolen maximum nog lager: vier keer per jaar voor mannen en drie keer voor vrouwen, met minimaal tien weken tussen twee donaties. Die beperkingen hebben onder meer te maken met het voorkomen van bloedarmoede. Daarnaast verliezen vrouwen tijdens iedere menstruatie bloed en hebben ze gemiddeld een lager bloedvolume en kleinere ijzervoorraden dan mannen.

Het beste moment om bloed te geven

Als je weet hoeveel een lichaam te verduren krijgt tijdens het hardlopen, is het dan verstandig voor lopers om net zo vaak bloed te geven als mensen die geen duursport beoefenen?

‘Het is absoluut anders, omdat we ons lichaam met hardlopen al behoorlijk belasten. We hebben bijvoorbeeld meer ijzer nodig en zijn sterk afhankelijk van de opname van zuurstof om onze spieren en vitale organen te ondersteunen’, zegt cardioloog Tamanna Singh. ‘Uit de literatuur die ik over hardlopers heb gezien, blijkt dat twee of drie keer per jaar misschien een betere richtlijn is. Maar ook dat hangt waarschijnlijk af van waar je je in je trainingscyclus bevindt.’ Vooral vrouwelijke hardlopers hebben relatief vaak last van bloedarmoede door ijzertekort, die soms onbehandeld blijft omdat het probleem niet wordt vastgesteld of omdat men zich er niet van bewust is.

Als je vaak wedstrijden loopt, stapelen veelvoorkomende uitdroging en het verlies van ijzer door de afbraak van rode bloedcellen als gevolg van de fysieke belasting van iedere voetlanding zich op. Je lichaam probeert die rode bloedcellen voortdurend weer aan te maken, legt Singh uit. Zo kan een vicieuze cirkel ontstaan. ‘Als je bloed wilt doneren, zijn daar geschikte momenten voor, bijvoorbeeld buiten het wedstrijdseizoen. Maar zeker niet vlak voor een wedstrijd, midden in een intensieve trainingsperiode en ik zou het ook afraden vlak na een wedstrijd.’

Mik liever op de periode tussen twee trainingsblokken in, wanneer je je basisconditie alleen onderhoudt. Plan je donatie bovendien op een dag waarop je niet traint. ‘Ik zou het niet doen op een snelheidstraining, de dag ervoor of de dag voor een lange duurloop. Houd de donatie uit de buurt van intensiteit en omvang’, zegt Singh. Je bent op zulke momenten immers al uitgedroogd en hebt veel van je reserves aangesproken. Een bloeddonatie kan ervoor zorgen dat je je de dagen erna nog slechter voelt. ‘Ik zou het doen als je een paar rustdagen hebt. Houd er wel rekening mee dat het meer dan een paar dagen duurt voordat je al het verloren ijzer weer hebt aangevuld.’

Na een wedstrijd geeft Singh een praktische richtlijn voor hoe lang je zou moeten wachten: neem minstens dezelfde tijd om te herstellen voordat je weer gaat hardlopen. Runner's World adviseert doorgaans om voor iedere mijl die je in een wedstrijd hebt gelopen een dag rust te nemen. Omgerekend naar kilometers betekent dat bij een halve marathon ongeveer dertien dagen en na een marathon ongeveer 26 dagen.

Loop je één marathon per jaar, dan zit je waarschijnlijk een groot deel van het jaar buiten het wedstrijdseizoen. Dat kan een goed moment zijn om bloed te geven. Houd er wel rekening mee dat je gedurende die periode niet op het hoogste niveau van je kunnen zult presteren. ‘In die periodes zul je tijdens het lopen waarschijnlijk wat sneller vermoeid zijn’, zegt Singh. ‘Als je dat een beetje kunt ondervangen met extra ijzer, prima. Maar dit is niet het moment om een paar weken later ineens aan een extreem intensief trainingsprogramma voor een zware wedstrijd te beginnen.’ Wie twee of drie marathons per jaar loopt of nog vaker wedstrijden doet, heeft misschien nauwelijks een echte rustperiode. ‘Doe het dan tijdens je minder belangrijke wedstrijden, maar zorg in die periode extra goed voor je vochtinname, gebruik eventueel ijzersupplementen en houd je ferritinegehalte goed in de gaten’, adviseert Singh.

In mijn geval had ik net een halve marathon gelopen. Het herstel daarvan ‘kan twee weken duren, afhankelijk van de intensiteit’, zegt Singh. ‘Als je echt diep bent gegaan, kan het drie tot vier weken duren voordat je hersteld bent. Dat is een redelijke periode om een bloeddonatie te overwegen.’

Voor kortere wedstrijden geldt dezelfde regel. ‘Het hangt echt af van de intensiteit en omvang van je training en van je doelen’, zegt Singh. ‘Als je heel competitief bent en keihard traint voor een 5 kilometer, kan bloed doneren in die periode je zuurstoftransport behoorlijk beïnvloeden en leiden tot extra vermoeidheid.’

Andere vormen van doneren

Als een volledige bloeddonatie niet in je trainingsschema past, kun je ook een deel van je bloed doneren. ‘Bij het afstaan van rode bloedcellen verliezen we 200 tot 250 milligram ijzer. Zonder ijzersupplementen kan het vier tot acht weken duren voordat je dat hebt aangevuld’, zegt Singh. ‘Bij plasmadonatie nemen we geen rode bloedcellen af en putten we de ijzervoorraden dus niet uit. Je kunt je direct na de donatie wel vermoeid voelen, maar meestal ben je binnen twee of drie dagen weer hersteld.’

Uiteindelijk moet je zelf bepalen wat voor jou het beste werkt. ‘Het is een kwestie van balans, toch? Als bloed doneren echt belangrijk voor je is, doe het dan. Het is fantastisch en een geweldige manier om iets voor een ander te betekenen’, zegt Singh. ‘Maar het is ook prima om doelen te hebben met hardlopen. Iedereen zou periodes buiten het wedstrijdseizoen of periodes van basisopbouw moeten hebben. Dat is het juiste moment om bloed te doneren.’

De conclusie

Als Europeaan kon ik in de Verenigde Staten tot oktober 2022 geen bloed doneren vanwege beperkingen die verband hielden met de variant van de ziekte van Creutzfeldt-Jakob, ook wel de ‘gekke-koeienziekte’ genoemd. Die ziekte heerste in de jaren negentig in Europa en werd destijds gevreesd. Omdat het risico de afgelopen jaren als laag wordt beschouwd, heeft het Amerikaanse Rode Kruis de toelatingsregels inmiddels aangepast.

Toen ik begin 2025 eindelijk mijn eerste halve liter bloed kon doneren, stuurde ik mijn vader meteen een bericht. Ik was enthousiast om mijn bloedgroep met hem te delen en onze ervaringen te vergelijken. Toen ik opgroeide, hing in zijn werkplaats een muur vol speldjes, met meerdere rijen in de vorm van kleine bloeddruppels. Ik had nooit gevraagd waar ze vandaan kwamen en ging er simpelweg van uit dat ze iets met bloeddonaties te maken hadden.

Toen ontdekte ik dat mijn vader bang is voor naalden en er nooit vrijwillig een in zijn arm zou laten steken. Die speldjes waren van mijn opa. Hij begon met doneren tijdens zijn militaire opleiding, toen hij in de twintig was. Zijn hele leven lang kwam een lokaal ziekenhuis hem zelfs op zijn werk ophalen wanneer de bloedvoorraad laag was, omdat hij universele donor was. Mijn opa overleed in oktober 2024. Ik vind het mooi om te denken dat hij er op de een of andere manier voor heeft gezorgd dat ik zijn plek kon innemen.

Terwijl ik op het bed lig en in het zachte balletje knijp dat de verpleegkundige in mijn prikhand heeft gestopt, denk ik aan hem. Hij is de reden waarom dit voor mij zo belangrijk is.

Na mijn duizelingwekkende ervaring met het ijspak besloot ik mijn eigen schema te volgen, gebaseerd op de Europese én de aanbevelingen van de cardioloog. Ik beperk mijn donaties tot drie keer per jaar, in plaats van de zes keer waarvoor het Amerikaanse Rode Kruis me zou kunnen uitnodigen. Ik houd voldoende tijd tussen de donaties en plan ze uitsluitend tussen mijn trainingsblokken in.

Nu mijn halve marathon achter de rug is, is het tijd voor de volgende. Ik weet in ieder geval wanneer ik níét naar de bloedbank moet.

Volg je Runner's World al op InstagramTikTokStrava en Facebook?