Mannen komen tijdens een marathon twee keer zo vaak de man met de hamer tegen

Praat mee!
Redacteur

© Getty Images

Mannen krijgen vaker de man met de hamer dan vrouwen

Mannen lopen gemiddeld sneller dan vrouwen, maar delen hun marathon minder verstandig in. Analyse van ruim 873.000 finishers van de marathon van Berlijn laat zien dat mannen ongeveer twee keer zo vaak instorten in  de tweede helft van de marathon, zelfs bij lopers onder de drie uur.

Zijn vrouwen biologisch beter gebouwd voor een gelijkmatige marathon? Of zijn mannen gewoon opportunistische idioten die na tien kilometer denken dat vandaag dan eindelijk alles mogelijk is? Waarschijnlijk zit de waarheid ergens in het midden.

Wanneer spreken de onderzoekers van instorten? 

De onderzoekers analyseerden de uitslagen van 873.334 finishers van de marathon van Berlijn tussen 1999 en 2025. Ze vergeleken onder meer de tijd over de eerste marathonhelft met die over de tweede helft. Waar beschikbaar werden ook de tussentijden per vijf kilometer bekeken. Om te bepalen wie ‘tegen de muur liep’, moesten de onderzoekers daar een concrete grens aan hangen. Ze spraken van een flinke inzinking wanneer iemand over de tweede helft minstens 20 procent langer deed dan over de eerste helft.

Dat betekent niet automatisch dat de glycogeenvoorraad van deze lopers volledig was uitgeput. De onderzoekers hebben geen bloedwaarden, hartslag of koolhydraatinname gemeten. De grens van 20 procent is vooral een praktische manier om normaal tempoverlies te onderscheiden van een serieuze inzinking. Ook bij alternatieve grenzen van 15 en 25 procent bleef het verschil tussen mannen en vrouwen bestaan.

Mannen vertragen duidelijk sterker

Gemiddeld liepen mannen de tweede marathonhelft 10,73 procent langzamer dan de eerste. Bij vrouwen bedroeg de gemiddelde vertraging 8,34 procent. Dat verschil is nog gering, zeker als we alleen kijken naar de grote inzinkingen. Van de mannelijke finishers vertraagde 17,63 procent met minstens 20 procent. Bij de vrouwen gebeurde dat bij 9,66 procent. Mannen hadden daarmee ongeveer twee keer zo vaak te maken met wat de onderzoekers ‘hitting the wall’ noemen - in Nederland zouden we eerder spreken van een nare aanvaring met de man met de hamer.

Ook de tussentijden per vijf kilometer wezen dezelfde kant op. Tussen kilometer 35 en 40 lag het tempo van mannen gemiddeld 17,8 procent lager dan tussen kilometer 5 en 10. Bij vrouwen bedroeg dat verval 12,6 procent. Mannen liepen bovendien onregelmatiger en hadden vaker te maken met extreme positieve splits. Ook vrouwen zakken dus wel degelijk in tegen het einde van een marathon, maar hun verval is duidelijk minder.

Mannen van alle niveaus storten vaker in

Je zou kunnen denken dat het verschil vooral wordt veroorzaakt door onervaren lopers die zonder behoorlijk plan aan hun eerste marathon beginnen. Het onderzoek laat echter zien dat mannen binnen ieder prestatieniveau vaker stevig terugvallen.

Finishtijd

Mannen met minstens 20% verval

Vrouwen met minstens 20% verval

Onder 3 uur

1,42%

0,23%

3.00-3.30 uur

4,61%

0,81%

3.30-4.00 uur

8,08%

1,50%

4.00-4.30 uur

18,81%

4,32%

Boven 4.30 uur

41,62%

17,66%

Wat vooral opvalt is dat lopers die lang onderweg zijn. Natuurlijk heeft dat ook te maken met het feit dat het lastig wordt een sub-3 marathon te lopen met 20% verval in de tweede helft, maar nogsteeds komt dit bij mannen 6 keer zo vaak voor.

Bij de langzaamste lopers was de kans op een inzinking voor beide groepen veel groter. Van de mannen die langer dan 4.30 uur liepen, verloor ruim 41 procent minstens 20 procent in de tweede helft. Bij de vrouwen was dat bijna 18 procent. Hoe langer een marathon duurt, hoe meer tijd er is om de rekening voor een te snel begin gepresenteerd te krijgen.

Zijn vrouwen biologisch betere marathonlopers?

Een mogelijke verklaring ligt in fysiologische verschillen. Vrouwen gebruiken tijdens langdurige inspanning gemiddeld relatief meer vet en minder koolhydraten als brandstof. Ook hebben ze gemiddeld een groter aandeel langzame spiervezels. Dat zou kunnen helpen om glycogeen te sparen en vermoeidheid tijdens een marathon langer uit te stellen. Zo zien we bijvoorbeeld ook dat vrouwen op ultralange inspanningen veel beter gewaagd zijn aan mannen dan op kortere onderdelen.

Een andere, misschien wel meer waarschijnlijke verklaring zit tussen het hoofd van mannen. De onderzoekers noemen onder meer risicobereidheid, overmoed en competitief gedrag als mogelijke verklaringen. Mannen zouden gemiddeld vaker hun mogelijkheden overschatten en eerder bereid zijn om voor een ambitieus tempo te kiezen. En zoals een oude wijsheid luidt: iedere seconde die je te hard start, betaal je terug in minuten.

Het is een herkenbaar verhaal, maar nog geen bewezen verklaring. De onderzoekers beschikten niet over de persoonlijke streeftijden, wedstrijdervaring, risicobereidheid of het zelfvertrouwen van de lopers. Ze tonen overtuigend aan dát mannen hun tempo minder goed vasthouden, maar niet waarom.

Wat kun je hiervan leren voor je eigen marathon?

De belangrijkste les is dus vooral dat je een marathon conservatief aan dient te vliegen. Bij vrouwen blijkt die boodschap beter te landen dan bij mannen. Vaak verlies je een marathon al in de eerste kilometers door te hard van leer te trekken. Het is immers geen sprint, maar een marathon.

Volg je Runner's World al op Instagram, TikTok, Strava en Facebook?