Lijstloper | Jochem Sprenger: 'We moeten heel snel overstappen op elektrisch vrachtverkeer'
Eigen foto

Op 18 maart is het tijd voor de gemeenteraadsverkiezingen. Runner’s World spreekt met verschillende partijen in verschillende regio’s om te zien wat er gedaan wordt voor de hardloper. In de vierde aflevering Jochem Sprenger van Volt in Den Haag.
Jochem Sprenger (42) loopt zondag de CPC Loop in die mooie stad achter de duinen: Den Haag. Door alle drukte blijft er weinig looptijd over voor Sprenger: ‘Door al het werk voor de campagne heb ik minder goed getraind dan de bedoeling was. Mijn PR van 1.26 ga ik zondag niet breken, maar ik vind het wel mooi om in mijn Volt-shirt te lopen door de stad waar ik woon.’
Hoe is het hardlopen voor jou begonnen?
‘Het was op een verjaardag van mijn tante in januari van 2007 dat mijn broer aan mij vroeg: “Wat doe jij op 14 april?” Ik zei dat ik geen flauw idee had, waarop hij zei: “Mooi, dan gaan we samen de marathon lopen.” Dat was al een ambitie van me, al was die op dat moment nog erg abstract. Ik nam even de tijd om te zien of ik mijn conditie op orde kon brengen, want ik liep wel, maar niet structureel. Twee weken later liep ik 16, 17 kilometer en ben ik de uitdaging aangegaan. Mijn broer haalde het uiteindelijk zelf niet, hij viel vrij snel uit met een blessure. Ik heb hem keurig uitgelopen. Het wakkerde mijn interesse: wat als ik de training structureel aan zou pakken met trainingsschema's? Ondertussen heb ik mijn tijd flink aangescherpt naar sub-3.’
Loop je vooral alleen of samen?
‘In coronatijd was hardlopen zowat de enige sport die je een groepsverband kon doen. Zo sloot ik me aan bij een hardloopgroep, die drie keer per week traint. Daar probeer ik af en toe aan te sluiten. Ik werk als volgt: één week voluit trainen, dan loop ik 80 à 100 kilometer. En de andere week heb ik mijn kinderen, dan tik ik misschien 20 kilometer aan. Dat schema van intensieve en extensieve weken werkt goed voor me, mijn lichaam herstelt steeds in die tweede week. Het is een goede methode om niet overbelast te raken.’
Wat kom jij als hardloper tegen in Den Haag wat beter kan?
‘Den Haag is een te volle stad, en het autoverkeer houdt nauwelijks rekening met andere weggebruikers. Ik liep een keer achter een vrachtwagen, nou, ik kon gewoon 10 minuten aan de beademing daarna. Ik was er meteen van overtuigd dat we in Nederland heel snel moeten overstappen op elektrische auto's en elektrisch vrachtverkeer. Het kan gewoon en het is voor de gezondheid zoveel beter. Ik denk dat we in Nederland echt grote stappen kunnen zetten door alle dieselmotoren uit de steden te verbannen. Ik woon in Den Haag, een van de weinige grote steden die in een natuurgebied ligt: de Hollandse Duinen. Als ik de deur uitga, ben ik in 3,5e kilometer in de duinen. Fantastisch, maar je ziet ook hoe kwetsbaar zo'n prachtig natuurgebied is vlakbij een metropool. Het is belangrijk dat we daar als samenleving zuinig op zijn.’
Als je één kleine, realistische verbetering voor lopers door mag voeren in Den Haag, wat zou dat dan zijn?
‘Ervoor zorgen dat in 2035 de stad vrij is van diesel-vrachtwagens en diesel-bestelbussen.’
Wat doe jij voor de veiligheid voor lopers in Den Haag?
‘Dat heeft twee kanten: veiligheid en verkeersveiligheid. De gemeente heeft een belangrijke rol om het verkeer veilig te houden: hoe auto's uitritten verlaten, auto’s die over de stoep rijden, dubbel parkeren, onoverzichtelijke kruispunten. Daar kan de gemeente heel veel aan doen. Daarnaast gaat het ook om het gevoel van onveiligheid door geweld. Dat begint met voldoende straatverlichting en overzichtelijke fietspaden. Als we hardlopen, lopen we toch vaker over fietspaden dan over de stoep. Verlichting helpt. En op kritieke punten wil je cameratoezicht hebben. Op dit vlak is echt nog veel werk te verzetten. Ik ken ook veel vrouwelijke lopers die gewoon ‘s avonds niet willen hardlopen. Dat is zonde. Nou ja, ik ken dat unheimische gevoel wel, als je laat gaat hardlopen in de buurt van de Scheveningse Bosjes. Er is een probleem met daklozen die in tentjes leven daar, een schrijnende situatie waar de gemeente óók iets aan te doen heeft.’
Wat kan een gemeente doen om meer mensen aan het bewegen te krijgen?
‘De grootste stap voor iemand is die van zitten op de bank naar een eerste 100, 200 meter. Het helpt als je in wijken kleine hardloopgroepjes hebt, waar mensen zich makkelijk bij kunnen aansluiten. Parkruns, wijkruns, cityruns, obstacle runs, noem maar op. Evenementen waarbij het niet om tijd gaat, maar om een fijne ervaring. Ik geef zelf atletiektraining aan de jongste jeugd en probeer hen in te laten zien hoe leuk hardlopen is, maar ook hoe mooi de omgeving is waar ze wonen. Sportverenigingen zijn niet goedkoop en juist hardlopen zou veel meer vanuit de gemeente in de wijken mogelijk gemaakt moeten worden. Je hoeft niet supersnel te kunnen lopen om bij zo'n clubje te mogen.’
Jochem Sprenger met andere Volt'ers tijdens een rondje in Brussel.
Volg je Runner's World al op Instagram, TikTok, Strava en Facebook?











