Kimberley Bos gaat voor goud op de Winterspelen: 'Teleurgesteld als ik niet win'

(Eind)redacteur

Vincent Riemersma

Vincent Riemersma

Skeleton-wereldkampioen Kimberley Bos (32) gaat in Milaan-Cortina voor goud. Dat zou een historische prestatie zijn voor TeamNL dat sinds snowboardster Nicolien Sauerbreij in 2010 geen goud meer won buiten de schaatsbaan.

De snelheid went nooit helemaal, zegt Kimberley Bos. Dat zal je begrijpen als je bedenkt dat ze met 130 kilometer per uur, head first en met haar kin vijf centimeter boven het ijs, een bobsleebaan af raast. ‘Soms gaat het zelfs nog harder’, vertelt de regerend wereldkampioen skeleton. ‘Mensen beginnen er vaak over: dat je wel gek moet zijn om zo hard naar beneden te gaan. En eerlijk: voor iemand die het nooit gedaan heeft, raad ik het ook niet aan. Dan moet je echt rustig opbouwen. Maar voor mij voelt het inmiddels bijna als fietsen. Dat was als kind misschien spannend, maar nu doe je het zonder na te denken.’

De vergelijking met fietsen gaat verder dan alleen het gevoel. Bos gebruikt de mountainbike namelijk actief als training. Niet eens voor haar conditie, maar om haar oog-handcoördinatie scherp te houden: ‘Een slee stuur je met je hele lichaam, dus ik vind het belangrijk dat ik ook in de zomer prikkels blijf krijgen vanuit andere sporten. Op de Veluwe kan ik perfect fietsen. Het gaat niet om bochten die lijken op die van de baan, maar om gevoel, timing en coördinatie.’

Milaan komt dichterbij

Bos kijkt ontspannen uit naar de Spelen, ook al is ze een van de grote kanshebbers voor olympisch goud in Milaan. In Beijing vier jaar geleden werd ze derde, goed voor de eerste Nederlandse sleesportmedaille ooit. In 2024 won ze de World Cup, in 2025 veroverde ze als eerste Nederlander de wereldtitel. Ze voelt zich dan ook goed: ‘Ik zal teleurgesteld zijn als ik niet win. Dat hoort ook bij topsport, zeker op dit niveau.’

Het grote toernooi komt eindelijk dichterbij. Sinds april 2025, maar in zekere zin al sinds die bronzen medaille in 2022, werkt ze naar die ene dag toe: de olympische finale op 15 februari. ‘Daar leef ik al bijna vier jaar naartoe. Dan moet het kloppen. Die dag moet ik mijn beste race van het seizoen laten zien.’ Ofschoon Milaan niet om de hoek ligt, is het na Spelen in Zuid-Korea en China toch een soort thuiswedstrijd. ‘Dat er weer mensen kunnen komen kijken, maakt het voor mij heel speciaal. In Korea had ik dat ook. In China lag dat anders, maar dat deed voor mij niets af aan de Spelen zelf. Nu wordt het gewoon weer een mooie editie, met familie, vrienden en ander publiek op de tribune. Dat geeft echt energie.’

Eigen achtbaan

Wie nog nooit van dichtbij heeft gezien wat skeleton is, kan zich moeilijk voorstellen hoe technisch de sport is. Een run duurt iets meer dan een minuut, maar zit vol finesse. ‘Je moet wel een beetje stalen zenuwen hebben’, zegt Bos. ‘Je hoeft niet gestoord te zijn, maar je moet wel je grenzen willen verleggen. Je moet steeds over een drempel heen durven.’

Het startmoment is cruciaal: een explosieve sprint van ongeveer dertig meter waarbij atleten de slee voor zich uit duwen, erop springen en vervolgens razendsnel de eerste bocht in schieten. Daarna begint het sturen, maar niet met een stuur of rem zoals bij een fiets. ‘Je stuurt met je schouders en knieën’, legt ze uit. ‘En dat moet heel subtiel. Als je te hard corrigeert, verlies je snelheid. Het is alsof je je eigen achtbaan bestuurt. Wie wil dat nou niet?’

Hardlopen als fundament 

Skeleton mag dan een sleesport zijn, de basis wordt gelegd op de atletiekbaan. Bos loopt drie tot vier keer per week sprinttraining op Papendal. ‘Uiteindelijk sprint ik met slee, dus het is ook van belang om te kunnen sprinten zonder. Dat hoort allemaal bij dezelfde explosiviteit. Ik probeer andere sporten te doen die je ook maar een beetje kan linken aan skeleton.’

Die trainingen zijn intens. Soms bestaan ze uit blokken van 200, 300 of 100 meter, en dan volop tempo’s en intervallen. ‘Andere keren zijn de sprints juist superkort’, voegt ze toe. ‘40 meter sprinten, draaien en meteen weer terug. Suicides, heen en terug zonder rust. Zulke dingen.’ Suicides is niet een woord dat iemand uit de atletiek zou gebruiken, dat begrijpt ze: ‘Maar als je ze ziet, snap je het wel. Het verste dat ik in één stuk loop, is zo’n 300 meter. Een hele training komt meestal uit op drie tot vijf kilometer. Je zal me geen lange duurlopen voor de lol zien doen. Dan stap ik liever op de fiets. Dat is minder belasting voor schenen en knieën.’

Juist de combinatie van explosief lopen, zware krachttraining en fietsen voor coördinatie, maakt haar tot de complete atleet die ze is. Dat is nodig in een sport waarin de kleinste glijfout tienden van seconden kost. ‘Hardlopen geeft mij de kracht bij de start en die start is essentieel. Je kunt niet zoals in een marathon langzaam starten en dan hopen dat je het onderweg goed maakt.’

Je leest nu een deel van het interview met Kimberley Bos. Het volledige interview is te vinden in de nieuwste Runner's World.

KOOP HET NIEUWE NUMMER HIER

Volg je Runner's World al op InstagramTikTokStrava en Facebook?

Kimberley Bos gaat voor goud op de Winterspelen: 'Teleurgesteld als ik niet win'