Irene Kinnegim finishte de Spartathlon onder de 30 uur: ‘Ik had me vergist in de afdaling’

Update: 2 oktober 2026 om 09:43
Praat mee!

Louis Konstantakakos

Louis Konstantakakos

Ultraloopster Irene Kinnegim (51) was afgelopen weekend de snelste Nederlandse vrouw op de legendarische Spartathlon. Ze finishte maar liefst 246 Griekse kilometers in een tijd van 28.31,51. Dat was goed voor een 39e plek op de ranglijst. Daarbij heeft Kinnegim de snelste tijd van Nederlandse vrouwen verbroken. Deze stond al sinds 2012 op de naam van Leonie van de Haak, die toen een tijd liep van 28 uur en 42 minuten.

Al sinds 2014 is Kinnegim actief in de ultraloop-wereld. Toch stond de Spartathlon een lange tijd niet op haar verlanglijstje. Ze wist al jaren van het bestaan van de race, maar werd er nooit enthousiast van. Je loopt tijdens de Spartathlon namelijk grote delen op asfalt en Kinnegim gaf aan dat zij trails veel leuker vindt om te lopen. ‘Ik zou deze wedstrijd nooit en never gaan doen,’ vertelde Kinnegim vanuit Griekenland aan Runner’s World. 

Toch is ze, met invloed van andere ultralopers, een paar jaar geleden van gedachten veranderd. Ondanks dat ze al eerder extreem lange afstanden heeft gelopen, waaronder de UTMB, vond ze dat de Spartathlon ook bij dit rijtje van extreme lopen hoorde.  

Irene Kinnegim tijdens de Spartathlon© Eirini Athan

Een plek aan de start 

Je kunt niet zomaar meedoen met de Spartathlon. Je moet een bepaalde afstand in een bepaalde tijd hebben gelopen. Er mogen namelijk maar 400 deelnemers meedoen aan deze race en duizenden hebben aangegeven mee te willen doen. Om deze reden werd er geloot. In het geval van Kinnegim heeft zij een aantal jaar ervoor een 100-mijler binnen 16,5 uur gelopen in Berlijn. Zij is hierdoor direct gekwalificeerd voor de Spartathlon. 

Revanche na een mislukte poging 

Dit jaar was niet de eerste keer dat Kinnegim meedeed aan de Spartathlon. Vorig jaar heeft ze een eerste poging gewaagd. Alleen het is haar toen niet gelukt om het uit te lopen. ‘Toen was ik misschien iets te enthousiast en te hard gestart. Ik ben na 90 kilometer uitgevallen en in het ziekenhuis beland. Met uitdroging en ellende.’ Dit hield haar niet tegen om het dit jaar nog eens te proberen. Dit keer vastberaden om het wél helemaal uit te lopen. ‘Ik wil revanche.’ 

Trainen voor 246 kilometer 

Irene Kinnegim tijdens de Spartathlon© Eirini Athan

Een groot deel van de route loop je op asfalt. Voor Kinnegim, die normaal veel op de zachtere ondergronden van trailpaadjes loopt, was het lopen op asfalt hierdoor even wennen. Ter voorbereiding op deze verharde wegen, heeft Kinnegim veel kilometers op het asfalt gemaakt tijdens haar trainingen. Ook heeft ze tijdens haar trainingen voor de Spartathlon heuvels geprobeerd te pakken. Tijdens haar tijd in de Pyreneeën heeft ze haar kans gepakt om meer hoogtemeters te lopen. 

Ook hitte vraagt om voorbereiding

Ter voorbereiding op het warme Griekse weer, heeft Kinnegim, in haar winterkleren op de loopband gelopen. Daarbij deed ze dit zonder ventilator en zonder een raampje open. Hierdoor train je je lichaam om te gaan met die hitte van Zuid-Europa. ‘Dat heeft Jort van Zutphen, de snelste Nederlander dit weekend, ook heel veel gedaan’, vertelt Kinnegim tegen ons in het interview. 

Ook deed Kinnegim voorafgaand aan de Spartathlon een zweettest. Hierdoor wist ze precies hoeveel zout, elektrolyten en magnesiumzout ze moest aanvullen per uur. En hoeveel ze dan zweet. Ook heeft Kinnegim in de zomer voor- en achteraf haar trainingen op de weegschaal gestaan. Hierdoor wist ze hoeveel vocht ze zou verliezen. Dankzij deze combinatie wist Kinnegim precies hoeveel water of zout ze tijdens de Spartathlon moest aanvullen, zodat ze in balans zou blijven. ‘Als je dat niet goed aanvullt, dan stopt het op een gegeven moment gewoon. Dan zegt je lijf gewoon nee. Zeker op een afstand als deze.’ 

Klaar voor een tweede poging 

Dan breekt de dag aan. Vroeg in de ochtend, aan de voet van de Acropolis in Athene, begint voor de tweede keer Kinnegim haar avontuur. Ditmaal vastberaden om de hele afstand te voltooien. Haar zenuwen maakten plaats voor vertrouwen en focus: ‘Ik was eigenlijk wel blij dat we mochten gaan. Want ik was al een paar dagen in Griekenland. En je zit toch tegen zo'n wedstrijd aan te hikken: laat maar komen, want je bent er klaar voor. En je kan niet zoveel meer doen.’ 

Van fouten kun je leren 

Kinnegim gaf in het interview met ons aan dat ze vorig jaar veel te hard van start ging. Ze had ook door dat haar voeding en vocht niet goed op orde waren. Ook dit jaar begon ze haar eerste 20 kilometer best hard. Alleen dit keer hield ze vastberaden vol: ‘Nu ga ik me echt aan mijn hartslagzone houden die ik moet lopen. In het begin moet je gewoon zorgen dat je het zo netjes mogelijk doet. Dus ik was eigenlijk heel erg daarop gefocust. En dat ging eigenlijk wel goed.’  

Dit jaar verliep de Spartathlon voor Kinnegim heel anders dan vorig jaar. In dat jaar kwam Kinnegim amper verder dan 90 kilometer. ‘En ik kwam daar nu voorbij, en ik had echt zoiets van: nou, het was een leuke opwarming.’ 

Een lange weg naar beneden 

De laatste 28 kilometer van de Spartathlon is dalend. En dit loop je op een asfalt. Voor Kinnegim viel deze daling flink tegen. ‘Dan had ik me eigenlijk ook een beetje vergist. Want ik had het idee van je gaat die Sangas pas over en ik had er eigenlijk niet over nagedacht dat je dan ook nog eindeloos lang naar beneden loopt. En het is echt zo'n brede snelweg waar je dus ook gewoon lekker op kan lopen.’ Door de dalende weg schoven Kinnegim haar tenen telkens naar voren in haar schoen. Om deze reden zijn haar tenen gekneusd. ‘Ik had gewoon een halve maat groter mee moeten nemen, maar ik heb er gewoon niet over nagedacht’, geeft ze toe. Hierna vertelde ze dat dit ook een leerpuntje is voor haar volgende wedstrijd.  

En dan kom je bij de laatste paar kilometers de stad Sparta in en is de finish in zicht. Voor Kinnegim is dit het mooiste moment van de Spartathlon. ‘Er staan ook allemaal kinderen die daar wonen. En die gaan met je mee fietsen. En die willen allemaal een handje klap. En ja, toen had ik wel zoiets van: yes, ik heb het wel gewoon gehaald.’  

Een soepel herstel 

Na de finish was het tijd om bij te komen. Op haar gekneusde tenen na, herstelde Kinnegim redelijk soepel. ‘Je voelt altijd wel ergens wat. Maar eigenlijk niet echt iets serieus of zo. Ik heb ook geen kramp gehad. Gewoon een beetje als je ergens even een spiertje voelde. Dat is ook niet heel raar. Maar niet dat ik ineens kramp in mijn benen heb of kramp in mijn kuit of zo. Dat je dan echt moet gaan rekken. Maar dat heb ik voor die gewoon niet gehad. Dat ging eigenlijk allemaal best wel oké.’  

Volgens Kinnegim kwam dat soepele herstel mede doordat ze tijdens de race zich netjes aan haar zone hield en daar niet boven liep. Deze aanpak neemt ze zeker mee naar de volgende wedstrijd.  

Meer dan alleen de finish 

Irene Kinnegim na de finish© Jort van Zutphen

Na twee keer de uitdaging te zijn aangegaan, kan Kinnegim met een tevreden glimlach terugkijken op de Spartathlon. Deze race heeft haar veel geleerd: ‘Als je goed voorbereidt en je het gewoon doet zoals je het had willen doen, dan blijkt het gewoon best wel lekker te kunnen.’  

En ondanks dat de Spartathlon niet voor iedereen is weggelegd, had Kinnegim de ervaring niet willen missen. ‘Maar het is wel heel gaaf. Je komt echt op plekken en je maakt gewoon dingen mee. Je leert jezelf kennen.’ 

Volg je Runner's World al op Instagram, TikTok, Strava en Facebook?