Hoe vervormt je lichaam wanneer je voor een marathon traint?
Usplash: Mārtiņš Zemlickis

Je hoeft geen topsporter te zijn om het te merken: als je traint voor een marathon, verandert je lichaam. Soms subtiel, soms behoorlijk zichtbaar – en vaak ook voelbaar. Niet van de ene op de andere dag, maar sluipenderwijs, ergens tussen week 6 en week 12 van je schema. Dit is wat er gebeurt als je lijf zich maandenlang aanpast aan één doel: 42,195 kilometer hardlopen.
Je wordt strakker, niet per se lichter
Een van de meest voorkomende misverstanden: dat marathontraining je automatisch lichter maakt. Dat kan, maar het hoeft niet. In de praktijk gebeurt vaak iets anders. Het gewicht op de weegschaal blijft ongeveer gelijk, terwijl je lichaam duidelijk verandert.
Vetpercentage daalt meestal, vooral rond buik en heupen, maar daar staat tegenover dat je spieren beter doorbloed raken en ‘voller’ aanvoelen. Het resultaat: een ranker, strakker lichaam zonder dat je kilo’s verliest. Dat herken ik zelf ook. Toen ik aan mijn eerste marathon begon, had ik al jaren loopervaring en zo'n 10 halve marathons in de benen. Mijn gewicht bleef stabiel, maar mijn lichaam oogde zichtbaar droger.
Kuiten en benen worden peziger
Wie jarenlang andere sporten heeft gedaan - voetbal bijvoorbeeld - herkent dit vaak extra sterk. Waar mijn kuiten jarenlang vrij aanwezig en rond waren, veranderden ze tijdens de marathonvoorbereiding langzaam maar zeker in strakke, pezige onderbenen. Dat heeft alles te maken met het type belasting. Marathontraining draait om langdurige, herhaalde inspanning. Spieren worden niet groter, maar efficiënter. Vooral pezen krijgen het zwaar te verduren. Die passen zich trager aan dan spieren, wat ook verklaart waarom veel lopers in deze fase stijve of gevoelige onderbenen ervaren.
Je lichaam voelt stijver
Dit is misschien wel de meest gehoorde klacht in zware marathonweken: stijfheid. Zeker in de fase waarin ik richting de 90 of 100 kilometer per week ging, voelde ik me vaak een Houten Klaas. Hoort er helaas een beetje bij. Dat is niet per se een teken dat je lichaam het begeeft, maar wel dat het structureel belast wordt. Je vraagt veel van dezelfde spieren, pezen en gewrichten. Krachttraining en mobiliteit helpen om dit te ondervangen, maar eerlijk is eerlijk: in een drukke trainingsweek is het makkelijker gezegd dan gedaan om daar ook nog tijd voor vrij te maken.
Je bovenlijf wordt harder
Niet gespierd zoals bij krachttraining, maar wel compacter. Je romp, schouders en armen voelen steviger aan. Als je niet elke dag push-ups doet of in het zwembad ligt, worden de schouders wat smaller. Het zijn immers spieren die je niet zoveel gebruikt en wat je niet gebruikt, raak je kwijt. Zeker wanneer je voor een marathon traint.
Je verliest wat snelheid
Marathontraining maakt je geen sprinter. Integendeel. Als je maandenlang vooral in zone 2 loopt, merk je dat je snelheid afneemt en je explosiviteit terugloopt. Use it or lose it. Daarom is het helemaal niet gek – en zelfs aan te raden – om af en toe snelheid te blijven prikkelen. Denk aan een paar heuvelsprints of strides. Eens in de twee weken is al genoeg om je zenuwstelsel wakker en je looppas scherp te houden.
Je wordt taaier
Misschien wel de belangrijkste verandering: je mentale en fysieke taaiheid. Je lichaam raakt gewend aan vermoeidheid. Lange duurlopen voelen minder bedreigend, zware weken worden ‘normaal’ en je leert beter omgaan met een lijf dat niet fris is. Waar ik in het begin opkeek tegen weken van 70 kilometer, voelde het tegen het einde van m'n schema als een makkelijk weekje. Je leert ook steeds beter wat je lichaam aankan en wat niet. Ook voelt het steeds makkelijker om verleidingen te weerstaan. Je begint bijna als vanzelf een beetje als een topsporter te denken.
Het is maar tijdelijk, en dat is maar goed ook
Belangrijk om te beseffen: dit is maar tijdelijk. In mijn geval was ik na april wel even klaar met de marathon en ben ik juist 1500 meters gaan lopen om weer wat van mijn snelheid te herwinnen. Combineer dat met een aantal triatlons over korte afstanden en er zitten alweer wat andere accenten aan het lijf. Je lichaam past zich voortdurend aan aan de prikkels die het krijgt. En precies dát maakt marathontraining zo interessant: het laat zien hoe flexibel en aanpasbaar je lijf eigenlijk is.
Volg je Runner's World al op Instagram, TikTok, Strava en Facebook?




