Gezondheid

Halve marathon als tiener: verstandig of niet?

1Reacties
Contributing Digital Editor

Getty Images

Getty Images

De halve marathon wordt steeds populairder. 21,1 kilometer klinkt als een serieuze prestatie, maar ook weer nét iets haalbaarder dan een marathon. Niet gek dus dat ook steeds meer jonge lopers dromen van zo’n afstand. Na het verdrietige nieuws over de 15-jarige Rosalie, die tijdens de halve marathon van Leiden onwel werd en overleed, volgt al snel de vraag: is zo’n lange afstand op jonge leeftijd eigenlijk wel verstandig?

Over de oorzaak van haar overlijden is niets bekendgemaakt en daar kun je dus niets over zeggen. Wel roept het bredere vragen op over minderjarigen, lange afstanden en waar verstandig trainen ophoudt.

Volgens sportarts Tom Wiggers van het Anna Ziekenhuis is het belangrijk om die twee dingen uit elkaar te houden. 'Over dit specifieke geval kan ik niets zeggen, want ik weet niet wat er is gebeurd. Maar in algemene zin vind ik een halve marathon voor minderjarigen onverstandig. Niet zozeer omdat je daarmee dit soort ernstige gebeurtenissen voorkomt, maar vooral vanwege de kans op blessures.'

Kun je als minderjarige een halve marathon lopen?

De Atletiekunie adviseert voor jongeren duidelijke maximale afstanden bij loopevenementen. Voor de categorie U16, dus 14 en 15 jaar, is dat maximaal 10 kilometer. Voor U18, 16 en 17 jaar, is het advies maximaal 16,1 kilometer. De halve marathon valt pas onder U20, dus 18 en 19 jaar. Dat advies is niet bedoeld om jonge lopers bang te maken, maar om rekening te houden met groei, belastbaarheid en blessurerisico.

Een jong lichaam is nog volop in ontwikkeling

Het lastige is: dé minderjarige bestaat niet. De ene 16-jarige is fysiek verder dan de andere 17-jarige. Meisjes zijn gemiddeld wat eerder uitgegroeid dan jongens, maar lengte zegt niet alles. 'Als iemand niet meer langer wordt, betekent dat nog niet automatisch dat alle groeischijven gesloten zijn,' legt Wiggers uit. 'Juist daar kunnen blessures ontstaan, zeker bij veel monotone belasting.'

Uitgegroeid is niet hetzelfde als volgroeid

En hardlopen is nu eenmaal monotoon: stap, landing, afzet. En dat duizenden keren achter elkaar. Bij volwassenen kan dat al voor overbelasting zorgen, maar bij jongeren speelt er nog iets extra’s mee: botten, pezen en groeischijven zijn nog in ontwikkeling. 'Je ziet bij jonge sporters regelmatig klachten aan groeischijven. Dat kan ook nog optreden als de lengtegroei er al uit is. Zulke klachten uiten zich vaak in pijn en blessures.'

Dat betekent niet dat elke jonge loper die een lange afstand loopt direct schade oploopt, maar het maakt wel duidelijk waarom algemene richtlijnen voorzichtig zijn. 'Voor een individu zou je misschien kunnen zeggen: deze jongere kan het aan. Maar in algemene zin is zo’n jong lichaam daar nog niet voor gemaakt.'

Waarom variatie in beweging zo belangrijk is

Een jong lichaam heeft baat bij afwisseling. Niet alleen rustig duurwerk, maar ook sprinten, draaien, keren, springen, kracht, coördinatie en spelvormen. Denk aan atletiek, voetbal, hockey, basketbal of een combinatie van sporten. Juist die variatie helpt botten en spieren op verschillende manieren te belasten. 'Je bereikt je hoogste botmassa rond je 25e,' legt Wiggers uit. 'Tot die tijd bouw je in principe botmassa op. We weten dat gevarieerde belasting gunstig is voor die botopbouw. Bij voetbal of hockey heb je bijvoorbeeld sprinten, draaien, keren, stoppen en joggen door elkaar. Hardlopen is een stuk eenzijdiger.'

Dat betekent natuurlijk niet dat hardlopen slecht is voor jongeren. Integendeel: lopen kan juist een fantastische sport zijn. Je bouwt conditie op, wordt sterker en leert je lichaam beter kennen. Alleen is het niet nodig om op jonge leeftijd meteen steeds verder te willen lopen. Voor een jong lichaam is variatie juist goud waard: sprintjes trekken, springen, draaien, versnellen, afremmen, loopscholing doen, misschien nog een andere sport ernaast. Al die verschillende prikkels helpen je om sterker, soepeler en technisch beter te worden. Zoals Wiggers zegt: ‘Ik zou jeugd eerder adviseren om zich motorisch gevarieerd te ontwikkelen. Dat verlaagt de kans op blessures, is gunstig voor de botopbouw en helpt bij het ontwikkelen van een goede techniek.’

Is een halve marathon onder de 18 dan gevaarlijk?

Er zijn ongetwijfeld jonge lopers die 21,1 kilometer kunnen volbrengen zonder acute problemen. maar dat maakt het nog niet automatisch verstandig als algemene norm. 'Je zou het per individu moeten bekijken,' zegt Wiggers. 'Maar als richtlijn voor de groep is het goed te verdedigen. Lange afstanden brengen risico’s mee: enerzijds blessures, anderzijds het feit dat jongeren vaak nog niet genoeg trainingsjaren in hun lichaam hebben zitten om hun lichaam goed te kennen.'

Dat is precies waarom minimumleeftijden bestaan. Niet omdat elke jongere onder die grens direct gevaar loopt, maar omdat organisaties een grens moeten trekken die voor de meeste deelnemers verantwoord is. De Atletiekunie adviseert daarom dat 14- en 15-jarigen maximaal 10 kilometer lopen bij evenementen en 16- en 17-jarigen maximaal 16,1 kilometer (10 mijl).

Wat is dan wél verstandig voor jonge hardlopers?

Voor jonge lopers die van hardlopen houden, is de boodschap dus niet: stop ermee, maar kies een uitdaging die past bij een lichaam dat nog volop in ontwikkeling is. Dat kan ook een snellere 5 kilometer zijn, je tijd op de 10 kilometer verbeteren, baantraining doen, werken aan looptechniek, sterker worden of leren hoe je een training slim opbouwt. Daar word je uiteindelijk vaak een betere loper van dan wanneer je alleen maar zo snel mogelijk naar langere afstanden doorschuift.

'Waarom moet je van 10 kilometer meteen naar een halve marathon?' vraagt Wiggers zich af. 'Je kunt ook zeggen: ik loop nu 50 minuten op de 10 kilometer en ik wil daar 45 minuten van maken. Dat is óók een hele mooie uitdaging.' En eerlijk: daar zit óók genoeg ambitie in. Verder lopen klinkt stoer, maar sneller, sterker, soepeler en technisch beter worden is minstens zo knap. Misschien zelfs wel knapper.

Het is een investering in later. Wiggers begon bijvoorbeeld zelf op zijn veertiende met hardlopen en deed toen veel aan loopscholing en techniek. 'Daar profiteer ik nog steeds van,' vertelt hij. 'Ik kan daardoor op een ontspannen manier vrij hard lopen.' Juist op jonge leeftijd kun je nog veel winnen in techniek, coördinatie en snelheid. Begin je pas op je 25e of 30e, dan is dat volgens Wiggers vaak lastiger in te halen. 'Dan zie je dat mensen op een gegeven moment vastlopen in snelheid en langere afstanden gaan opzoeken, omdat ze hun vijf kilometer niet meer kunnen verbeteren.'

Wanneer moet je extra voorzichtig zijn?

Bij jonge lopers geldt: pijntjes zijn geen bewijs van doorzettingsvermogen. Ze zijn vooral informatie. Natuurlijk hoeft niet elke stijve kuit paniek te betekenen, maar sommige signalen wil je niet wegwuiven met ‘even doorbijten’.

Let extra op bij:

Bij twijfel: laat een huisarts, sportarts of fysiotherapeut meekijken. Zeker bij jongeren is het slim om niet alleen naar motivatie of talent te kijken. Een jonge loper kan mentaal helemaal klaar zijn voor een halve marathon, terwijl het lichaam nog niet toe is aan die belasting. Een goed schema past niet alleen bij een doel, maar ook bij leeftijd, groei, herstel, slaap, schoolstress en sportervaring.

Jongeren mogen ambitieus zijn, maar hoeven dat niet meteen in lange afstanden te zoeken. Omdat ze hun lichaam en grenzen vaak nog minder goed kennen, is het verstandiger om eerst te werken aan techniek, snelheid, kracht en ervaring. ‘Ik moedig sport en hardlopen heel erg aan, maar wel op een verantwoorde manier,' sluit Wiggers af. 'Voor jongeren zijn er zoveel andere dingen om te ontwikkelen dan al heel vroeg de lange afstanden opzoeken.’

Volg je Runner's World al op InstagramTikTokStrava en Facebook?