Een vreemde tip hielp mij mijn armzwaai te verbeteren (en sneller te lopen)
Getty Images

De sleutel tot sneller hardlopen zit misschien niet in je benen, maar in je armen. Lees dit artikel en zet jouw armzwaai in om meer snelheid te maken.
‘Hamer! Hamer!’
Ik ben allang de tel kwijt hoe vaak ik die opvallende aanwijzing van mijn coach hoorde tijdens de laatste ronde van een wedstrijd op de middelbare school. Steevast bereikte ik het rechte stuk met nog 300 meter te gaan, terwijl mijn coach in het middenterrein stond en me toeriep om mijn armen krachtig mee te bewegen richting de finish.
Zet je armzwaai in om sneller te lopen
Maar waarom die focus op de armen? Zoals ik dankzij de onorthodoxe trainingsmethoden van mijn coach leerde, hielp het actief naar achteren bewegen van mijn ellebogen en het krachtig ‘hameren’ met mijn armen mij om sneller te lopen. Sterker nog: dat wist ik, omdat ik het letterlijk had geoefend.
Mijn verbazing was dan ook groot toen mijn coach op een dag tijdens de training echte hamers uit zijn rugzak haalde om zijn punt duidelijk te maken. Hij wilde dat mijn teamgenoten en ik daadwerkelijk gingen ‘hameren’. Met in elke hand een hamer bewogen we onze armen naar voren en naar achteren, waarbij we onze ellebogen naar achteren dreven en onze handen (mét hamer) langs onze heupen trokken. De kracht van die zwaaibeweging, zo zei hij altijd, helpt je om jezelf vooruit te stuwen en sneller te lopen. Sindsdien stelde ik me tijdens wedstrijden altijd voor dat ik hamers in mijn handen had als ik richting de finish sprintte, in de wetenschap dat een krachtige armzwaai mijn eindsprint kon versterken.
Kruis je handen niet voor je lichaam
Je hoeft natuurlijk niet je gereedschapskist open te trekken om je armzwaai te verbeteren, maar het is wel een belangrijke techniek Het naar beneden en naar achteren bewegen van je handen, maximaliseert je loopefficiëntie en geeft je meer snelheid. ‘Ik zeg mijn lopers vaak dat ze hun handen niet voor hun lichaam moeten laten kruisen, maar moeten denken aan een beweging van hand naar broekzak’, vertelt looptrainer Colleen Brough.
Werken aan die armbeweging is bovendien eenvoudig door een aantal gerichte loopoefeningen in je training op te nemen (hamers optioneel). Ook het oefenen van je armzwaai op een vast ritme (bijvoorbeeld met een metronoom) helpt om een hogere pasfrequentie en de juiste beweging aan te leren. ‘Als mijn elleboog naar achteren beweegt, komt mijn andere arm mee naar voren. We duwen echt krachtig door in die armzwaai’, aldus Brough.
Betere armzwaai maakt je sterker
Hoewel mijn coach me tegenwoordig niet meer langs de kant ‘hamer’ toeschreeuwt, gebruik ik dat woord nog altijd als motivatie wanneer ik wil versnellen. Tijdens heuvelsprints zeg ik tegen mezelf dat ik mijn armen krachtig moet inzetten om de helling op te komen. In de laatste meters van een lokale hardloopwedstrijd span ik mijn armen extra aan om mijn eindsprint in te zetten.
En wanneer ik een zetje nodig heb tijdens tempotrainingen, focus ik me op mijn armzwaai om mijn tempo hoog te houden. En me sterk te blijven voelen.
Volg je Runner's World al op Instagram, TikTok, Strava en Facebook?











