Looptechniek

Edo-style running gaat viraal: is deze Japanse loopstijl echt beter?

Update: 10 juni 2026 om 08:58
Praat mee!
Redacteur

Intagram: Katsunori Oba

Intagram: Katsunori Oba

Een opvallende Japanse loopstijl duikt ineens overal op sociale media op. Edo-style running belooft een ontspannen en efficiënte manier van lopen, maar moet je hiervoor echt je complete looptechniek verbouwen?

Edo-style running gaat viraal: is deze Japanse loopstijl echt beter?

De armen bewegen nauwelijks, de passen zijn kort en het bovenlichaam helt opvallend ver naar voren. Wie de afgelopen weken iets te lang op Instagram of TikTok heeft rondgehangen, heeft de filmpjes waarschijnlijk al voorbij zien komen. Edo-style running is ineens overal.

In de video’s demonstreert de Japanse onderzoeker Katsunori Oba hoe mensen tijdens de Edo-periode, tussen 1603 en 1868, mogelijk grote afstanden aflegden. Volgens Oba bewogen Japanse koeriers en andere reizigers anders dan moderne hardlopers: niet met een krachtige afzet en grote armzwaai, maar met kleine pasjes, weinig beweging in het bovenlichaam en een voorovergebogen houding. Het ziet er bijzonder uit en trekt daarmee vanzelf de aandacht. Maar is het ook echt een betere looptechniek?

Wat is Edo-style running?

Edo-style running is de populaire benaming voor een Japanse manier van bewegen die verwant is aan Nanba-running. Dit zou lijken op de techniek waarmee Japanse koeriers zich tijdens de Edo-periode over grote afstanden verplaatsen.

In de moderne versie die online rondgaat, vallen vooral drie dingen op:

  • de loper maakt korte en snelle passen;
  • de armzwaai en romprotatie blijven beperkt;
  • het lichaam helt naar voren, waardoor de loper als het ware vooruitvalt.

Het idee is dat je niet bij iedere pas hard van de grond hoeft af te zetten. Je brengt je zwaartepunt naar voren en zet vervolgens steeds een voet onder je lichaam om te voorkomen dat je omvalt. Daardoor zou je met relatief weinig inspanning vooruit kunnen blijven gaan.

Dat klinkt bijna te mooi om waar te zijn. En dat is het waarschijnlijk ook. Toch is het principe van korte passen en een voetplaatsing dichter onder het lichaam zeker niet onzinnig.

Korte passen kunnen overstriden verminderen

Veel recreatieve lopers maken relatief lange passen. Daarbij komt de voet ver voor het lichaamszwaartepunt op de grond terecht. Dit noemen we overstriden.

Zo’n pas werkt bij iedere landing een beetje als een rem. In plaats van dat je je snelheid direct naar voren meeneemt, moet je eerst de remmende kracht van de landing opvangen. Dat kan bovendien de belasting op onder meer de knieën en scheenbenen vergroten.

Daarom geven looptrainers regelmatig de aanwijzing om iets kortere en snellere passen te maken. Daarmee kan de voet dichter onder het lichaam landen. Systematische reviews laten zien dat een hogere pasfrequentie veranderingen kan opleveren in onder meer de paslengte, verticale beweging en belasting van de gewrichten.

Wat zegt het onderzoek naar Edo-style running?

Daar wordt het verhaal meteen een stuk minder spectaculair. Er is nauwelijks degelijk onderzoek gedaan naar deze loopstijl. De belangrijkste studie naar Nanba-running - de naam voor deze techniek voordat hij viraal ging - verscheen in 2006 en telde slechts acht deelnemers.

Deze middelbare scholieren liepen op een loopband zowel met hun normale techniek als met de aangeleerde Edo-stijl. De onderzoekers maten onder meer de zuurstofopname, ervaren inspanning, maximale snelheid, pasfrequentie en activiteit van verschillende spieren.

De deelnemers liepen met een hogere pasfrequentie, maar bereikten een lagere maximale snelheid. Gemiddeld was er geen significant verschil in loopeconomie of ervaren inspanning. De alternatieve techniek bleek dus niet aantoonbaar zuiniger dan normaal hardlopen.

Wel veranderde de spieractiviteit. De schouders en schuine buikspieren waren minder actief, terwijl onder meer de bilspieren en spieren aan de binnenkant van de bovenbenen juist harder moesten werken.

Niet sneller, wel iets om van te leren

Edo-style running lijkt niet de beste techniek om echt hard te lopen. Snelle lopers gebruiken hun armen, romp en heupen juist om kracht en snelheid te ontwikkelen. Met zeer korte passen, weinig armzwaai en een sterk voorovergebogen houding lever je daar waarschijnlijk een deel van in.

Bovendien verdwijnt de belasting niet, maar verschuift die. Je knieën en scheenbenen krijgen mogelijk minder te verduren, maar je bilspieren en de binnenkant van je bovenbenen moeten juist harder werken. Wie plotseling zijn hele looptechniek omgooit, kan daardoor nieuwe pijntjes ontwikkelen.

Wel bruikbaar als drill

Toch zitten er bruikbare elementen in. Kortere passen, je voeten dichter onder je lichaam plaatsen en licht vanuit je enkels naar voren leunen kunnen helpen om overstriden te verminderen.

Zie Edo-style running daarom niet als een nieuwe vaste looptechniek, maar als een drill. Probeer het tijdens je warming-up twintig tot dertig seconden en neem daarna vooral het gevoel van korte, snelle passen mee in je normale loopstijl. Met dit soort oefeningen kun je je loopstijl geleidelijk aan verbeteren.

Je armen stil langs je lichaam laten hangen en vanuit je heupen vooroverklappen, hoef je niet over te nemen. Maar wie de bruikbare onderdelen eruit pikt, kan van deze Japanse hype best iets leren. Geen eeuwenoud wondermiddel dus, maar wel een aardige technische aanwijzing vanuit Japan.

Volg je Runner's World al op Instagram, TikTok, Strava en Facebook?