Niet Zwitserland of Noorwegen, maar dit land blijkt het wandel-walhalla van Europa
Getty Images

Zeg je wandelvakantie, dan denk je misschien meteen aan Zwitserse bergmeren, Noorse fjorden of Oostenrijkse berghutten met apfelstrudel op de kaart. Logisch. Maar volgens een grootschalige analyse van Hut to Hut Hiking Dolomites staat er een ander land bovenaan de Europese wandellijst, namelijk Frankrijk.
Het onderzoek keek niet naar één mooie route of een paar enthousiaste reisverhalen, maar naar miljoenen datapunten van ruim 1,2 miljoen wandelaars uit meer dan honderd landen. Daarbij werden onder meer traillengte, hoogteverschillen, regenval, de Environmental Performance Index en beoordelingen van wandelroutes meegenomen. En juist dat maakt de uitkomst zo leuk, want de top tien zit vol bekende wandellanden, maar niet altijd op de plek waar je ze verwacht.
1. Frankrijk
Frankrijk pakt de eerste plek en dat komt vooral door de enorme variatie. Volgens de analyse telt het land bijna 40.000 verschillende routes, met de Mont Blanc als bekend hoogtepunt. Van ruige Alpenpaden tot stille hoogvlaktes: Frankrijk heeft voor stevige wandelaars ontzettend veel te bieden.
Wel goed om te weten is dat het land laag scoort op beginnersvriendelijkheid. Slechts 1,3 procent van de paden wordt als makkelijk gezien. Frankrijk is dus vooral een paradijs voor wandelaars die graag wat hoogtemeters, zweet en spierpijn in hun vakantie meenemen. Wil je de drukte van de Tour du Mont Blanc vermijden? Dan wordt de Vercors genoemd als fijne keuze. Dit is een hoogvlakte in de Franse Voor-Alpen met kalksteenplateaus, kloven en veel meer rust dan op de bekendste Alpenroutes.
2. Spanje
Spanje eindigt vlak achter Frankrijk, maar heeft volgens de analyse zelfs meer kilometers aan gemarkeerde wandelpaden. Kortom: dit is geen bestemming voor één snel wandelweekend, maar zo’n land waar je ieder jaar naar terug kunt en alsnog nieuwe routes vindt. Van de Pyreneeën tot Andalusië verandert het landschap continu, dus saai wordt het niet snel.
Dat Spanje nét geen nummer één werd, komt vooral doordat er minder online beoordelingen van wandelaars beschikbaar waren. Een verrassende aanrader is La Gomera, waar je in Garajonay National Park door prehistorische laurierbossen loopt, vaak met een mysterieuze mist tussen de bomen. Blijf je liever op het vasteland? Dan is vooral het groene noorden van Spanje een heerlijke keuze voor natuurliefhebbers.
3. Verenigd Koninkrijk
Het Verenigd Koninkrijk is gemaakt voor wandelaars die niet bang zijn voor een beetje modder. De routes worden massaal beoordeeld en scoren gemiddeld hoog, en dat snap je zodra je er loopt. Het ene moment sta je op open heide, daarna wandel je langs kliffen, kastelen, meren of groene heuvels vol schapen.
Een klassieker is de West Highland Way in Schotland: 154 kilometer van Milngavie naar Fort William, langs lochs, heidevelden en steeds ruiger berglandschap. De meeste wandelaars lopen de route van zuid naar noord, omdat je dan rustig begint en eindigt met het spectaculairste stuk richting de Highlands. Meer zin in zeezicht? Dan zit je goed op de South West Coast Path in Engeland. Die route is met 1.014 kilometer veel te lang om ‘even’ te doen, maar losse etappes zijn al geweldig: kliffen, vissersdorpjes, verborgen baaien en daarna een pub in. Veel Britser wordt het niet.
4. Italië
Italië laat zien dat wandelen niet altijd stoer, zwaar en afzien hoeft te zijn. Ja, de Dolomieten zijn spectaculair, maar dit land heeft veel meer in huis dan bergtoppen alleen. Je loopt er net zo makkelijk tussen middeleeuwse dorpjes, cipressen, wijngaarden en oude pelgrimsroutes. En eerlijk: het helpt dat er aan het einde van de dag vaak een plein, trattoria of espresso op je wacht.
Een mooie route is de Via Francigena in Toscane. Deze historische pelgrimsroute loopt oorspronkelijk van Canterbury naar Rome en gaat in Toscane langs plekken als San Gimignano, Monteriggioni en Siena. Perfect als je wandelen wilt combineren met cultuur, geschiedenis en een bord pasta dat na een flinke etappe nóg beter smaakt.
5. Duitsland
Duitsland klinkt misschien minder spectaculair dan fjorden of Alpenreuzen, maar onderschat onze oosterburen niet. Juist hier is wandelen vaak verrassend relaxed: duidelijke routes, goede bewegwijzering en paden die je makkelijk kunt aanpassen aan je niveau. Ideaal als je wél mooie natuur wilt, maar niet elke dag met knikkende knieën boven op een bergpas hoeft te eindigen.
Een mooie route is de Rheinsteig. Deze langeafstandswandeling loopt langs de Rijn, tussen Bonn, Koblenz en Wiesbaden. Onderweg wandel je door bossen en wijngaarden, met regelmatig uitzicht op de rivier diep beneden je. Klinkt rustig, maar vergis je niet: sommige stukken hebben smalle paden en stevige klimmetjes.
6. Zwitserland
Zwitserland staat niet bovenaan, maar dat zegt weinig over de wow-factor. Het land is kleiner en niet bepaald budgetproof, maar qua bergdecor blijft het moeilijk te verslaan. Alles lijkt er gemaakt voor wandelaars: treinen, liften, hutten, bordjes en uitzichten die net iets te perfect lijken om echt te zijn.
Een route die goed laat zien waarom Zwitserland zo geliefd is, is de Via Alpina. Deze klassieker loopt door de noordelijke Alpen van Zwitserland en bestaat uit 20 dagetappes. Je steekt onderweg meerdere Alpenpassen over en krijgt precies waar je voor komt: bergen, bergdorpen, uitzichten en waarschijnlijk een flinke portie zere kuiten.
7. Noorwegen
Noorwegen is geen land voor wie graag alles strak plant met gegarandeerd terrasweer. Het weer kan omslaan, de paden kunnen pittig zijn en sommige tochten vragen echt wat van je benen. Maar juist dat maakt wandelen hier zo bijzonder. Je loopt door landschappen die groot, leeg en wild aanvoelen.
Wil je iets anders dan de bekende plekken? Kijk dan naar Senja, een eiland in Noord-Noorwegen waar bergen en zee bijna tegen elkaar aan liggen. De klim naar Segla is kort, maar pittig en steil. Boven wacht een uitzicht over de Noorse Zee dat meteen verklaart waarom mensen hier hun wandelschoenen voor aantrekken.
8. Oostenrijk
Oostenrijk voelt misschien als een veilige keuze, maar soms is veilig gewoon heel erg goed. Dit land snapt wandelaars. Je vindt er goed gemarkeerde paden, berghutten, meerdaagse routes en dorpen waar je na afloop niet hoeft te zoeken naar iets warms op je bord. Ideaal als je wel de bergen in wilt, maar niet volledig zelfvoorzienend op pad hoeft.
Een bekende route is de Adlerweg in Tirol. Die loopt dwars door Tirol en bestaat uit 33 etappes. Dat klinkt als een compleet levensproject, maar je kunt natuurlijk ook losse stukken kiezen. Zo pak je wél het grote berggevoel mee, zonder meteen je hele zomer vrij te hoeven nemen.
9. Portugal
Portugal is perfect voor wie bij wandelen niet meteen aan bergpassen denkt, maar aan kliffen, oceaanlucht en zand onder je schoenen. Je loopt hier langs ruige kusten, over smalle paden en met de Atlantische Oceaan bijna steeds in de buurt. Minder alpien, minstens zo indrukwekkend.
Een prachtige route is de Fishermen’s Trail, onderdeel van de Rota Vicentina. Je wandelt langs de Alentejo-kust over zandpaden, langs rotsen, branding en kleine vissersplekken. Mooi, maar niet overal superluchtig: sommige stukken lopen dicht langs steile randen, dus dit is er eentje voor wandelaars met stevige schoenen en een beetje lef.
10. Griekenland
Griekenland is niet alleen eilandhoppen, witte huizen met blauwe daken en een handdoek op het strand. Te voet zie je een heel andere kant van het land: bergdorpen, kloosters, kloven, oude ezelpaden en landschappen die veel ruiger en groener kunnen zijn dan je misschien verwacht.
Een mooie route is de Menalon Trail in Arcadië, op de Peloponnesos. Deze route is 75 kilometer lang en verdeeld in acht secties. Je loopt van dorp naar dorp, langs plekken als Stemnitsa, Dimitsana, Elati, Vytina en Lagkadia. Fijn als je Griekenland wilt beleven zonder alleen maar van strandbed naar taverna te bewegen.
Volg je Runner's World al op Instagram, TikTok, Strava en Facebook?











