De kracht van de ‘redemption race’: waarom falen je juist beter maakt als hardloper
© Getty Images

Is dit herkenbaar voor jou als hardloper? Je hebt maandenlang getraind voor een hardloopwedstrijd en je voelt je ontzettend fit, en toch gaat het mis op de dag van de wedstrijd. Je tempo zakt weg, je voeding werkt niet mee of je hoofd zit gewoon niet op de juiste plek. Weg PR. Weg doel. En toch is juist dát moment misschien wel het begin van je beste comeback ooit.
Soms moet je falen om beter te worden als hardloper
Veel hardlopers hangen hun prestaties op aan één hardloopwedstrijd. Eén startschot, met één eindtijd. Maar als je vaker een hardloopwedstrijd hebt gelopen, dan weet je: een wedstrijd verloopt zelden perfect. Soms voel je al na 10 kilometer dat het ‘m niet wordt en soms nog eerder.
Wat doe je dan? Blijf je hangen in frustratie? Of draai je de knop om?
Onze Amerikaanse collega Mallory Creveling omschrijft in dit artikel hoe haar marathondroom al vroeg uiteenspatte. In plaats van volledig in te storten, besloot ze haar doel te veranderen en niet meer focussen op tijd, maar op de ervaring. En precies daar zit een belangrijke les voor ons als hardlopers. Want falen betekent niet dat alles verloren is. Het betekent dat je moet bijsturen.
Je brein leert juist van mislukking
Volgens psycholoog Renee Exelbert is falen zelfs een belangrijk onderdeel om beter te worden. Dat heeft alles te maken met neuroplasticiteit. Dit is het vermogen van je brein om zich aan te passen.
Neuroplasticiteit
Op het moment dat jij tijdens een hardloopwedstrijd merkt dat het niet loopt zoals gepland, gebeurt er iets interessants. Je brein registreert fouten en gaat automatisch op zoek naar oplossingen. Wat ging er mis? Te snel gestart? Heb ik iets verkeerd gegeten? Te gespannen? Dat proces zorgt ervoor dat je bij een volgende poging, dus een volgende hardloopwedstrijd, slimmer bent. Je kunt je makkelijker aanpassen aan de situatie.
'Fouten zijn geen obstakel voor succes, ze zijn de voorwaarde ervoor.'
Waarom hardlopers hier moeite mee hebben
Toch vinden veel hardlopers dit lastig. We zijn gewend om in trainingsschema’s, tempo’s en PR’s te denken. Alles draait om sneller, beter en verder hardlopen. Maar daardoor vergeten we iets belangrijks en dat is de weg ernaartoe. Elke training, elke mindere dag, elke hardloopwedstrijd die niet loopt zoals gepland, draagt bij aan je ontwikkeling als hardloper. Alleen zien we dat vaak pas achteraf.
En vaak zijn we veel te streng voor onszelf. Terwijl juist een beetje zelfcompassie ervoor zorgt dat je sneller herstelt, mentaal én fysiek.
De comeback die alles goedmaakt
En dan komt het mooiste: de ‘redemption race’. Die ene wedstrijd waarin alles wél klopt. Waarin je voelt dat je geleerd hebt van je fouten. Waarin je rustiger start en beter naar je lichaam luistert. Dat hoeft niet eens maanden later te zijn. Soms zit er maar een paar weken tussen. Maar ineens valt alles op z’n plek. In het verhaal van Creveling leverde die tweede kans haar een PR van zes minuten op.
Toeval? Zeker niet.
Bouwen aan de beste versie van jezelf
Wat je uit dit verhaal kunt meenemen? Dat een mislukte hardloopwedstrijd geen eindpunt is, maar een tussenstap. Sterker nog, vaak zijn het juist die wedstrijden die je het meest leren. Omdat je daar gedwongen wordt om te reflecteren, aan te passen en sterker terug te komen. Dus als je binnenkort aan de start staat en het loopt niet zoals je voor ogen had, en je misschien zelfs moet uitstappen, onthoud dan dit:
Je bent niet aan het falen.
Je bent aan het bouwen aan de versie van jezelf die straks wél alles uit die hardloopwedstrijd haalt. Met nog meer ervaring en aanpassingsvermogen.
Volg je Runner's World al op Instagram, TikTok, Strava en Facebook?












