Deze sub 2.09-marathonloper trainde op de loopband, 5 tips om sneller te worden

Praat mee!

Getty Images

Getty Images

Na een lange Canadese winter en een duurloop van 45 kilometer op de loopband, is Thomas Nobbs nu de op drie na snelste marathonloper van Canada ooit.

Een marathon voorbereiden op een loopband was niet bepaald Thomas Nobbs’ eerste keuze. Maar een meedogenloze Canadese winter hield hem drie maanden lang binnen.

Loopbanden sneller dan 20 km/u

‘We kregen hier voortdurend enorme hoeveelheden sneeuw over ons heen. Dit was zonder twijfel de zwaarste winter die ik hier in de afgelopen drie jaar heb meegemaakt’, vertelt hij. Om een geschikte plek te vinden om binnen te trainen, belde Nobbs sportscholen in Ottawa af met één specifieke vraag: hadden ze loopbanden die sneller gingen dan 20 kilometer per uur? Dat is namelijk ongeveer het tempo van sommige van zijn tempotrainingen. Uiteindelijk vond hij een sportschool met toestellen die tot ruim 22 kilometer per uur konden.

Omdat de sportschool op ongeveer anderhalve kilometer van zijn huis lag, liep hij erheen met een extra paar schoenen in zijn rugzak. Na een snelle wissel stapte hij vervolgens urenlang op de loopband.

Drie uur onafgebroken op de loopband

Vrijwel alle trainingen uit zijn cyclus van veertien dagen werkte Nobbs af op de band. In totaal liep hij ongeveer 210 kilometer per week binnenshuis. Het schema van coach Brant Stachel bestond uit dubbele drempeltrainingen, intervallen op 5- en 10-kilometertempo, rustige lange duurlopen en lange trainingen met blokken op tempo- of marathontempo. Voor zijn langste duurlopen stond hij zelfs bijna drie uur onafgebroken op de loopband, goed voor zo’n 45 kilometer.

Die maandenlange trainingsarbeid betaalde zich uit. De 26-jarige Nobbs verbeterde zijn persoonlijk record op de marathon met drie minuten naar 2.09.25 tijdens de McKirdy Micro Marathon in Valley Cottage, New York. Daarmee werd hij de vierde snelste Canadese marathonloper ooit en zette hij een grote stap richting zijn doel: kwalificatie voor de Olympische Spelen van Los Angeles in 2028.

Ook nu de lente is begonnen, wil Nobbs de loopband blijven gebruiken voor bepaalde trainingen, bijvoorbeeld om harde tegenwind in Ottawa te vermijden. Hij ziet de loopband niet langer als noodzakelijk kwaad, maar als een waardevol trainingsmiddel.

Na drie maanden en tientallen uren op de band zijn dit volgens Nobbs en zijn coach de belangrijkste lessen.

1. Maak je indoortraining zo vergelijkbaar mogelijk met buiten

Nobbs probeert zijn normale routine buitenshuis zo goed mogelijk na te bootsen. Dat betekent voor hem: eerst rustig inlopen naar de sportschool, daarna nog twintig minuten warming-up op de loopband en vervolgens zijn gebruikelijke loopscholingsoefeningen, zoals skips en knieheffingen.

Daarnaast zet hij de loopband standaard op 1 procent helling om de luchtweerstand van buiten beter te simuleren.

2. Focus op gevoel, niet alleen op tempo

Hoewel tempo zichtbaar is op de loopband, bedekt Nobbs tijdens rustige trainingen het scherm vaak met een handdoek. Zo richt hij zich meer op zijn gevoel dan op cijfers. ‘Inspanning is uiteindelijk de overkoepelende waarheid’, zegt hij. ‘Daarin komen hartslag, slaap, stress en alles uit je dagelijks leven samen.’

Voor Nobbs voelen rustige trainingen als een 2 tot 4 op een schaal van 10, waarbij 10 maximale inspanning is. Marathontempo zit rond 5 à 6 en tempowerk rond 6,5 à 7. Volgens coach Stachel hebben veel lopers de neiging om buiten koste wat kost hun tempo vast te houden, ongeacht wind of terrein. Op de loopband vallen die variabelen grotendeels weg, waardoor je consistenter kunt trainen. Nobbs en zijn coach ontwikkelden zelfs hun eigen woorden om inspanning te omschrijven. Tempotempo noemt hij bijvoorbeeld ‘comfortabel ongemakkelijk’: een tempo waarop je nog precies twee zinnen achter elkaar kunt uitspreken.

Tijdens zijn marathon gebruikte hij dezelfde methode om zijn inspanning te controleren. ‘Als je van de ene onzekere omgeving in de andere terechtkomt, weet je soms niet meer wat boven of onder is’, zegt Nobbs. ‘Dan moet je vertrouwen op het enige dat altijd klopt: hoe je je voelt.’

3. Wees flexibel

Veel loopbanden in sportscholen stoppen automatisch na zestig minuten. Dat gebeurde Nobbs regelmatig tijdens lange trainingen. ‘Soms moest ik zo snel mogelijk naar een andere loopband springen of het apparaat opnieuw instellen om de laatste minuten af te maken’, zegt hij.

Volgens hem was dat uiteindelijk juist leerzaam. Geen enkele trainingsperiode verloopt perfect, zegt hij, en de sporter die het beste met obstakels kan omgaan, heeft op de lange termijn de grootste kans op succes.

4. Loop rustige kilometers écht rustig

‘Een van de dingen die Thomas uitzonderlijk goed doet, is dat hij zijn rustige trainingen ook echt rustig loopt’, zegt coach Stachel. Voor het grootste deel van zijn kilometers betekent dat een tempo van ongeveer 5.00 per kilometer — bijna drie minuten langzamer dan zijn marathontempo.

Volgens Stachel zou Nobbs buiten waarschijnlijk telkens geneigd zijn geweest harder te lopen. Op de loopband kon hij simpelweg het gewenste tempo instellen en dat vasthouden. Nobbs zelf merkt dat de eentonigheid van de loopband daarbij juist helpt. Door de tijd niet voortdurend in de gaten te houden, verandert een rustige training bijna in een soort meditatie. ‘Als je constant op je horloge kijkt, lijkt de tijd eindeloos langzaam te gaan’, zegt hij. ‘Het werkt veel beter als je probeert in het moment te blijven en in een flow te komen.’

5. Omarm het saaie

Na tientallen trainingen werd lopen op de loopband uiteindelijk vanzelfsprekend voor Nobbs. Volgens hem vraagt het vooral geduld en een beetje dankbaarheid. ‘Ik denk echt dat het makkelijker wordt naarmate je het vaker doet, al is dat waarschijnlijk niet wat mensen willen horen’, zegt hij. ‘Die eerste trainingen zijn saai en zwaar.’

Maar als het je enige optie is, kun je er volgens hem beter dankbaar voor zijn dat je überhaupt kunt lopen. Coach Stachel vat het simpel samen: ‘Je moet gewoon komen opdagen. Naar de sportschool gaan. Het werk doen.’ Volgens hem vermijden veel mensen juist de dingen die moeilijk of minder leuk zijn, terwijl daar vaak de meeste vooruitgang te behalen valt. ‘Het succes waar je naar zoekt, zit vaak verstopt in het werk dat je eigenlijk niet wilt doen.’

Volg je Runner's World al op InstagramTikTokStrava en Facebook?