Covermodel Xandra: 'Atletiek heeft me geholpen bij mijn start'
Lars van Hoeven

Xandra Velzeboer (24) komt uit een familie van shorttrackers. In Milaan begint ze aan haar tweede Olympische Spelen en de drievoudig wereldkampioene is klip en klaar over haar doelstelling: GOUD.
Het is zo’n naam die veel Nederlanders al met dikke stift hebben opgeschreven als zekerheidje om olympisch kampioen te worden volgende maand in Milaan-Cortina. En hoewel ze er in Beijing al bij was - sterker nog: ze speelde een grote rol bij het winnen van de gouden medaille op de aflossing - is Xandra Velzeboer erop gebrand om individueel succes te halen. Want na drie Europese titels en zes wereldtitels (3 individueel, 3 team) is een individuele olympische medaille nog wat er ontbreekt in haar prijzenkast. En godallejezus, wat is ze kalm na een opmerkelijk wereldbekerweekend in Dordrecht. Op haar geliefde 500 meter werd ze - nota bene voor eigen publiek - geklopt door Courtney Sarault, Corinne Stoddard en Florence Brunelle. Beter nu dan in Milaan-Cortina, zou je denken. ‘Ik was natuurlijk teleurgesteld om niet te winnen voor thuispubliek’, zegt Velzeboer. ‘Maar het was een leermoment. Als het een keer niet lukt, is dat geen voorbode of whatever. Ik put vooral vertrouwen uit hoe constant ik ben geweest dit seizoen.’
En dus laat ze Dordrecht moeiteloos achter zich. Want zin in de Spelen heeft Velzeboer sowieso, vertelt ze vanaf Gran Canaria, waar de shorttrackers op trainingskamp zijn. ‘Ik krijg steeds meer het gevoel dat die Spelen mogen beginnen. Dat is een goed teken, want daar werk je naartoe in zo’n olympisch jaar.’
Het komt nu ook echt dichtbij. Hoe voelt deze fase voor jou?
‘Anders dan de vorige Spelen. Toen zat ik nog niet zo lang in het team, al had ik bijna de hele cyclus meegedaan. Ik vond de Spelen erg spannend, want ja, het is een mega-evenement. Maar ergens is het ook dezelfde wedstrijd qua mensen die meedoen, alleen is het verspreid over meerdere dagen. Dat gedeelte vind ik niet meer zo spannend, omdat ik het al eens heb meegemaakt. Vorige keer waren we favoriet op de relay, maar individueel was dat nog niet echt. Sindsdien heb ik elk jaar grote stappen gemaakt en zit ik nu al een tijdje op mijn huidige niveau, dus ga ik er met meer individuele doelen naartoe.’
Dus in Milaan-Cortina wil je jezelf écht laten zien?
‘Zeker. Na mijn wereldtitels is het doel om olympisch kampioen te worden individueel. Dat geeft wat spanning, maar ik weet van mezelf dat ik onder druk kan presteren. In sport heb je nooit garanties, dus ik probeer het op doelen te houden in plaats van verwachtingen. Die zijn er al genoeg vanaf buiten. Dat vind ik een belangrijk onderscheid, want als je een doel hebt betekent het dat het ook niet zou kunnen lukken. Zo werkt het. Dat maakt het leuk en spannend.’
Hoe werk je tegenwoordig aan je start en hoeveel daarvan gebeurt buiten het ijs?
‘Ik werk veel aan mijn start, ben ook een stuk sneller geworden de laatste drie jaar. Dat doe ik vooral buiten het ijs, bijvoorbeeld met atletiektraining van onze trainer Sybout Wijma bij RTC Noord. Dan doen we specifieke sprinttraining. Die sprints zijn niet langer dan 20 meter. In het shorttrack is de start iets van 10, 15 meter tot aan het eerste blok. Dat is wat we echt goed met atletiek kunnen doen, omdat het een technische beweging is die overeenkomt met hardlopen vanuit stilstand. Echt sprinten. Dat heeft me heel erg geholpen. Zo’n start is super hectisch, alles gaat heel snel. Je kan nergens op focussen en voordat je het weet, is het al gebeurd. En dan is er geen tijd om na te denken of je het goed gedaan hebt of niet. Juist door middel van de atletiekdrills slijp je het in je systeem zonder dat je eraan hoeft te denken. Te veel denken is funest bij de start. Door het vaak te herhalen slijp je het vertrouwen er als het ware in. In de zomer buiten op de baan en in de winter in de warme hal, op precies zo’n stukje baan.’
Daar willen we natuurlijk meer over weten. Staat hardlopen vaak op het programma?
‘In de winter is het vooral sprinten en dat doen we ongeveer één keer in de week. In mijn warming-up op het ijs doe ik standaard nog wat drills om mijn lichaam even - bam! - aan te zetten. Dat het weet dat je de explosiviteit aan gaat spreken. Ik heb het idee dat het sturen van die spieren echt zo werkt. Dat is moeilijk uit te leggen, maar ik gebruik dat zeker bij wedstrijden. Met name op de sprint, zodat ik lekker fel ben.’
Aan wat voor drills moeten we dan denken?
‘Knieheffen en van die A’tjes en B’tjes en zo. Ik ben niet helemaal thuis in de atletiektaal.’
Geeft niks, je bent niet aan het trainen voor Los Angeles, maar voor Milaan.
‘Haha, gelukkig. Heel veel snel grondcontact in elk geval, zodat we onze heupen goed strekken. Dus niet in elkaar duiken wanneer je die voorwaartse valbeweging maakt, die we bij de start gebruiken. Dat je het echt uit je heupen haalt. Dat soort dingen.’
Helder. Wat brengt hardlopen je dat je niet vindt in ijs-, kracht- of schaatsspecifieke training?
‘Toch wel de techniek van de start, ook al plaats je met schaatsen je voeten natuurlijk naar buiten in plaats van recht naar voren. In krachttraining doen we ook veel cleans: power cleans en voorslaan. Die trainingen maken je sterker, maar de baantraining kan ik echt gebruiken op het ijs. We kunnen de technische bewegingen van de start erin slijpen. Op het ijs kunnen we ons daardoor richten op kracht en explosiviteit.’
Je leest nu een deel van het interview met Xandra Velzeboer. Het volledige interview is te vinden in de nieuwste Runner's World.
KOOP HET NIEUWE NUMMER HIER
Volg je Runner's World al op Instagram, TikTok, Strava en Facebook?




