Covermodel Suzanne Brummel is hoogzwanger: ‘Ik ben blij dat ik beweeg’
Stefanie Reynaert

Suzanne Brummel is negen maanden zwanger van haar eerste kind, maar sporten bleef ze vrijwel de hele zwangerschap doen. De voormalig Nederlands kampioene zwemmen en succesvolle triatlete liep tot ver in het derde trimester hard en fietst nog altijd. Zwemmen bleek juist al na achttien weken niet prettig. ‘Het is echt zo persoonlijk en per geval anders.’
Brummel, inmiddels 32, weet als geen ander hoe het is om doelen te stellen. Ze deed jarenlang aan wedstrijdzwemmen, maakte later de overstap naar triatlon en behaalde internationale medailles. Ook als coach begeleidt ze sporters. Haar eigen zwangerschap heeft haar echter opnieuw laten kijken naar haar lichaam, haar ambities en de manier waarop ze met sport omgaat.
Want waar ze vroeger vooral bezig was met sneller en beter worden, heeft ze nu geleerd dat een training ook goed kan zijn als er geen prestatie aan vastzit.
Hardlopen tijdens de zwangerschap
Brummel had vooraf gehoopt dat ze tijdens haar zwangerschap alle drie haar sporten lang zou kunnen blijven doen. Dat liep anders. Zwemmen stopte ze al rond de achttien weken. ‘Mijn buik ging gewoon pijn doen.’ Hardlopen hield ze veel langer vol. In het derde trimester kreeg ze opnieuw last van een oude blessure aan haar peroneuspees en uiteindelijk besloot ze helemaal te stoppen met lopen.
Fietsen ging gedurende de zwangerschap het beste en dat doet ze nog altijd. Juist de verschillen tussen de drie sporten leerden haar hoe individueel een zwangerschap verloopt. ‘De ene bekkenbodem trekt het wel, de andere niet’, zegt ze. ‘Ik denk dat daar gewoon veel kennis over moet zijn.’
Op haar sociale media krijgt Brummel regelmatig vragen van vrouwen die zwanger zijn en niet goed weten wat ze nog kunnen en mogen. Ze wil daarom laten zien dat sporten en zwangerschap prima samen kunnen gaan, maar benadrukt tegelijkertijd dat haar eigen ervaring geen blauwdruk is. ‘Ik wil kennis overdragen en inspireren, maar ik wil ook meegeven dat je hebt te luisteren naar je eigen lichaam.’
Dat laatste werd voor haarzelf steeds belangrijker. Tempoblokken tijdens het hardlopen voelden op een gegeven moment simpelweg niet meer goed. Haar lichaam gaf aan dat het genoeg was. ‘Ik voelde vanaf een bepaald punt aan alles in mijn lichaam: dit moet je niet doen.’
Van straftraining naar zes minuten per kilometer
Dat is misschien opvallend voor iemand die zichzelf jarenlang hoge eisen oplegde. Brummel vertelt dat ze in de jaren vóór haar zwangerschap juist steeds verder in een prestatiedenken terechtkwam. Ze wilde nog bepaalde sportieve doelen behalen voordat ze moeder zou worden. Haar vriend had al twee kinderen en samen wilden ze graag nog een kind. Daardoor voelde Brummel tijdsdruk: ze moest haar sportieve ambities in een beperkte periode realiseren. ‘Er kwam druk op te staan: in korte tijd moest ik alles er nog uithalen.’
Ze ging harder trainen. Veel harder. Hoewel ze als coach precies weet hoe verstandig trainen werkt, paste ze die kennis niet altijd op zichzelf toe. In die periode kreeg ze onder meer gordelroos en liep ze een scheur in haar peroneuspees op. Achteraf ziet ze die klachten als signalen dat haar lichaam over zijn grenzen ging.
Ook mentaal was ze streng voor zichzelf. Een slechte wedstrijd kon aanleiding zijn voor een straftraining. Zelfs tijdens vakanties bleef de sportplanning aanwezig. ‘Sterker nog, ik denk dat ik dan wel de doelen had bereikt die ik had willen bereiken’ als ze eerder een tandje had teruggeschakeld, zegt ze nu.
De blessures dwongen haar uiteindelijk om anders naar haar sportcarrière te kijken. Ze schoof het moment waarop ze wilde stoppen steeds verder voor zich uit. Tot ze zich afvroeg hoe lang ze dat nog wilde blijven doen. ‘Misschien moet je accepteren dat je niet alles hebt gehaald wat je wilde behalen en dat dat oké is.’ Die gedachte bracht ruimte. Ook ruimte voor haar kinderwens.
Een zwangere sporter hoeft geen nieuwe norm te worden
Brummel wilde haar zwangerschap niet zien als een pauze in haar sportieve leven. Tegelijkertijd ontdekte ze dat het lichaam zich niet altijd aan een trainingsplan houdt. Dat merkte ze bijvoorbeeld aan haar hardlooptempo. Waar ze vroeger gewend was om naar tijden en tempo's te kijken, zakte haar snelheid tijdens de zwangerschap steeds verder. Rond zes minuten per kilometer voelde het voor haar nauwelijks nog als hardlopen.
Tot haar vriend haar erop wees dat ze nog altijd een zweeffase had. Ze liep dus nog steeds. ‘Vanaf dat moment ben ik het volledig los gaan laten. Het maakt niet uit hoe langzaam je gaat, als je maar gaat.’ Daarna kon ze weer genieten van haar kilometers. Soms liep ze 6:30 minuten per kilometer en was ze vooral blij dat ze nog acht kilometer kon afleggen. ‘Ik heb het geaccepteerd, het boeit me niet meer met wat voor gemiddelde ik thuis kom. Ik ben blij dat ik beweeg.’
Toch wil ze voorkomen dat haar zwangerschap een nieuwe norm wordt voor andere vrouwen. De ene vrouw kan misschien tot ver in het derde trimester blijven lopen, terwijl een ander lichaam al veel eerder aangeeft dat het genoeg is. Ook Brummel zelf moest dat leren. Ze had vooraf verwacht dat zwemmen haar gemakkelijkste sport zou zijn tijdens de zwangerschap. Het tegenovergestelde bleek waar. ‘Ik had verwacht dat ik tot het einde zou kunnen zwemmen. Maar nee hoor, echt, vanaf achttien weken kon ik al niet meer prettig zwemmen.’
Die ervaring heeft haar geleerd nog voorzichtiger te zijn met vergelijkingen. Het feit dat een andere zwangere vrouw vijf, tien of twintig kilometer kan lopen, zegt niets over wat voor een andere vrouw verstandig of prettig is.
Meer kennis over het vrouwelijk lichaam
Volgens Brummel zit daar ook een breder probleem in de sportwereld. Er wordt volgens haar nog te weinig rekening gehouden met de verschillen tussen mannen en vrouwen, bijvoorbeeld rond de vrouwelijke cyclus en zwangerschap. Ze krijgt steeds vaker vrouwelijke atleten die willen weten hoe ze hun training beter kunnen afstemmen op hun menstruatiecyclus. Volgens Brummel begint dat vooral met bewustwording.
Een tegenvallende training of wedstrijd hoeft niet automatisch te betekenen dat iemand slechter is geworden of verkeerd heeft getraind. Door de cyclus erbij te betrekken, kunnen sporters soms beter begrijpen waarom hun lichaam op een bepaald moment anders reageert. ‘Heel veel bewustwording, vooral.’
Die kennis vindt ze niet alleen belangrijk voor vrouwen. Ook mannen die vrouwelijke sporters coachen zouden volgens haar meer moeten weten over de vrouwelijke cyclus. Dat past bij haar bredere missie als coach en contentmaker. Brummel noemt zichzelf een ‘nerd’ en krijgt naar eigen zeggen juist energie van het verzamelen en delen van kennis. Ze wil vrouwen helpen om hun eigen lichaam beter te begrijpen en tegelijkertijd afrekenen met het idee dat er één juiste manier is om te sporten.
De nieuwe Suzanne
De grootste verandering zit misschien wel in haar eigen hoofd. De prestatiedrang die jarenlang zo bepalend was, is naar de achtergrond verdwenen. Ze wil na haar zwangerschap nog steeds marathons lopen en zal waarschijnlijk opnieuw triatlons doen. Maar een terugkeer naar haar oude niveau hoeft niet meer per se. Met straks drie kinderen in het gezin, een hond en twee werkende ouders ziet ze simpelweg andere prioriteiten. ‘Ik heb niet de ambities om per se op het allerhoogste niveau mee te draaien.’
Ook de kraamperiode wil ze vooral beleven. Ze kijkt uit naar het moment waarop haar lichaam weer verandert en ze zich opnieuw vrijer kan bewegen. Een hardloopbuggy staat al klaar, al wil ze die zeker niet bij iedere training gebruiken. Sport mag straks weer een moment voor zichzelf zijn.
En haar dochter? Die hoeft later van haar geen fanatieke sporter te worden. Brummel hoopt haar vooral mee te geven dat bewegen leuk kan zijn en dat sport je veel kan leren: discipline, omgaan met teleurstellingen, verantwoordelijkheid nemen en ergens voor werken. ‘En vooral dat het leuk is, dat je er plezier van kunt hebben. Het mag, het moet niet.’
Zelf wil ze blijven sporten. Alleen is de druk verdwenen. ‘Ik wil nog steeds marathons lopen, ik zal vast nog wel triatlons doen. Alleen ligt er geen deadline meer op.’
Volg je Runner's World al op Instagram, TikTok, Strava en Facebook?








