Bram Som analyseert de gouden 800 meter van... Bram Som
Getty Images

Twintig jaar na zijn gouden race op de EK Atletiek van 2006, kijkt Bram Som zijn gouden 800 meter-race terug. Zo uitvoerig deed hij het niet eerder. Beeldje voor beeldje, af en toe terugspoelend en bevriezend. Hij neemt ons mee in zijn analyse van de EK-finale in Göteborg.
Het zijn misschien wel de twee gaafste pagina's uit de EK Atletiek-special van Runner's World. Je weet vooraf wie er wint op het eind, en toch zit je op het puntje van je stoel. Pim Bijl sprak uitgebreid met de oud-Europees Kampioen. Het hele interview met Bram Som lezen?
0 meter, de start
‘Ik word blij van starten in baan vijf. Het fijne overzichtsplekje. Ik kan naar binnen en buiten kijken. Ik ben snel en heb de capaciteit om even gas te geven en de juiste uitgangspositie te krijgen. Ik wil naar de 100 meter en zien wat er gebeurt. Ik hoef niet op kop en de race hard te maken.’
120 meter, in eerste positie na 16,7 seconden
‘Na 100m mag iedereen naar de binnenbaan. Hier heb ik volledig beeld: wat gebeurt er en wie zit waar? Het anticiperen begint. Ik loop op kop en kan op de rem trappen. Mij n focus ligt op de Let Dmitri Milkevitsj, de snelste dit jaar. Italiaan Andrea Longo is een lompe lul, daar moet ik uit de buurt blij ven.’
200 meter, in vijfde positie na 25,35 seconden
‘Ik kies voor de binnenkant. Hier loop ik zuinig, de minste meters. Prima, maar ik realiseer mij dat die Let er geen tactische race van maakt, maar een harde. Hij is mijn man, ik ga naar de buitenkant om in de komende 200 meter op te schuiven. Ik wil naar de 100 meter en zien wat er gebeurt.’
300 meter, in vierde positie na 38,9 seconden
‘Milkevitsj trekt bij na volle bak door, dus ik moet in zij n rug gaan zitten, maar daar heb ik niet de voorbije bocht voor gebruikt, want dat zouden extra meters zij n geweest. Op dit rechte stuk schuif ik pas echt op en zoek ik mij n ideale positie.’
400 meter, in tweede positie na 53,07 seconden
‘Ik zie de klok en dat doet toch altijd onbewust iets met je. Als daar 49 staat, denk je: oh mijn god, dit wordt de dood of de gladiolen. En nu zie ik 53 en denk ik: oké, chill, dit is prima, dit rolt wel. Ik zit waar ik wil zitten, als tweede achter Milkevitsj. Er gebeurt weinig, iedereen wacht op zijn kans.’
550 meter, in tweede positie na 1.14,70
‘De grote fout. Dit is die ‘killing zone’ van Seb Coe. Op weg naar de 600 meter zoekt men de ideale uitgangspositie voor de eindsprint. Ik had een stapje naar buiten moeten zetten. Dan had ik al meer geblokt, maar dat deed ik niet, waardoor ze eroverheen kunnen komen. Duwen dus met de Brit, Luxemburger en Fransman.’
585 meter, in derde positie na 1.16,70
‘Nu wordt het duwen. Ze willen door mij heen, want iedereen wil op mijn plekje lopen. In de groep ontstaat een harmonica-effect. De Brit Michael Rimmer krijgt een zetje van Longo, en raakt mij. Ik blijf overeind, een godszegen, maar zit vast. Luxemburger David Fiegen heeft nu een ideaal plekje.’
600 meter, in vierde positie na 1.19,00
‘Het gaat net niet hard genoeg dat de groep op een lint getrokken wordt. We lopen hier met z’n zevenen op 3 à 4 meter van elkaar. Dat wil je niet. Maar áls dit de situatie is, wil je niet op de positie zitten waar ik zit. Er schiet hier van alles door mijn hoofd. Ik moet de rust vinden en mezelf herpakken.’
700 meter, in vierde positie na 1.33,20
‘De hele bocht is er bij na niets veranderd. Ik ben niet in paniek en weet dat er altijd ergens een gaatje komt, maar: er moet nu wel écht iets gaan gebeuren. Ik voel de urge, de drang. Een tikkende tijdbom die moet exploderen. Waar komt het gaatje? Ik heb nog iets over.’
750 meter, in derde positie na 1.38,60
‘Inhouden en buitenlangs schiet door mijn hoofd, maar dat doe ik niet. Dan maar aan de binnenkant proberen. Die opties weeg ik af, onbewust. Pure intuïtie. Milkevitsj voelt dat ik kom. We hebben geen fysiek contact. Maar ik dring aan de binnenkant, hij verlengt zij n lijf met zijn arm, een defensieve houding.’
770 meter, in derde positie na 1.41,90
‘Ik doe mij n arm omhoog, zodat ik mij er aan de binnenkant langs kan wurmen zonder hem te raken. Kunst. Het lukt. Ik ben erlangs. Alleen: ik raak uit balans. 5 meter erna zet ik mijn linkervoet buiten de baan, één keer en daarna een tweede keer. Ondertussen ligt de Luxemburger Fiegen nog op kop.’
795 meter, in eerste positie na 1.46
‘Verslagenheid bij Milkevitsj. Fiegen heeft die laatste 20 meter zijn kop in de nek, terwijl ik mijn hoofd naar voren druk. Alles pers ik eruit en ik ‘dip’ hem goed. Druk mijn borst over de finish. Dafne Schippers zou hier zelfs trots op zijn. Ik win in 1.46.56, 0,03 seconde voor Fiegen. Milkevitsj wordt vierde.’
Het finale oordeel van Bram Som
‘Leuk om de race twintig jaar later beeldje voor beeldje te analyseren. Ik had bij mijn inhaalactie iets meer ruimte dan er in mij n herinnering was. Ik snap de keuze die ik maakte. Het is logisch dat de jury hiernaar gekeken heeft en de beslissing had voor mij ook verkeerd kunnen uitvallen, maar zeker nu na het zien van die herhalingen snap ik dat er niet is ingegrepen. Ik stap inderdaad tweemaal buiten de baan, maar dat doe ik ook om de rest niet te hinderen. Er is geen fysiek contact. Ik heb het spannend gemaakt, maar juist dat maakt deze gouden race iconisch.’
© Runner's WorldBenieuwd naar de vier interviews in zijn geheel? Bestel dan de EK Atletiek Special van Runner's World. Verder verhalen met: - Jennifer Gulikers - Bram Som en zijn gouden 800 meter - Liemarvin Bonevacia - De ultieme sprinter-spikes-test
Bestel het nummer hierVolg je Runner's World al op Instagram, TikTok, Strava en Facebook?












