Bobsleeër Jelen Franjic droomt van de Spelen: 'Vet om dit met mijn broer te doen'
Vincent Riemersma

Bobsleeër Jelen Franjic (25) hoopt in Milaan-Cortina voor de tweede keer op de Spelen te staan, samen met zijn oudere broer Janko.
Vier jaar geleden maakte Jelen Franjic zijn debuut op de Olympische Spelen van Beijing, het lijkt een mensenleven geleden met alles wat er toen aan de hand was. Hoe de wereld bijvoorbeeld in de greep was van covid. In de aanloop naar het toernooi was alles hectisch, onzeker zelfs. ‘We kwalificeerden ons pas bij de laatste wedstrijd’, zegt hij. ‘Twee dagen later hoorden we dat we mochten gaan. Snel schakelen met Papendal, vluchten regelen en zorgen dat we geen covid zouden oplopen. Dat was nog een grappig verhaal, want Vincent Kortbeek testte positief en wij hadden veel contact met hem. Dat was spannend, veel gedoe en dan sta je ineens bij de openingsceremonie. Daar werd het in één keer echt.’
Richting de Spelen van Milaan-Cortina zit Franjic iets kalmer in de wedstrijd, maar is hij bovenal sterker, technischer én overtuigd van kwalificatie. De vraag is niet óf Nederland straks meedoet, maar wanneer ze dat ticket binnenhalen.
Zo vader, zo zonen
Voor Jelen (25) en zijn oudere broer en teamgenoot Janko (31) begon de weg naar de Spelen niet op het ijs, maar al veel eerder in de verhalen van hun vader Mario. In het ouderlijk huis in Breda liggen nog altijd de handschoenen en souvenirs van Mario’s deelnames aan de Spelen van 1984 en 1998. In ‘84 namens Joegoslavië, in ‘98 namens Bosnië en Herzegovina. ‘Als kind waren dat de vetste verhalen die er bestonden’, zegt Jelen. ‘Bewegende beelden zijn moeilijk te vinden, maar die verhalen hebben ons wel gevormd. Hij is onze grootste fan. Het is zo vet om samen aan deze droom te werken, zeker met die achterliggende gedachte dat hij het ook deed.’
Het zijn vrij forse jongens die Franjic-broers. Een fysieke achtergrond is een vereiste, want je krijgt al gauw 6G te verduren. ‘Van nul naar zes in een paar seconden’, zegt Jelen die nu zo’n 104 kilo weegt. ‘95 kilo is het minimum. Er geldt een maximaal gewicht voor atleten en slee samen. Daarbij heeft de slee ook een minimumgewicht, dus je wil zo licht mogelijk duwen maar wel dat maximale totaalgewicht aantikken. Je traint vaak op plekken waar het extreem koud is, dus je verliest veel energie. In bobsleeën is veel eten bijna net zo belangrijk als hard trainen, haha. Ook als je even geen honger hebt.’
Sprinten als fundament
Er is nog een bijzonder detail aan dit familieverhaal: juist in Cortina stond vroeger al een bobsleebaan waar Mario van af gleed. Die bestaat niet meer, want Italië bouwt voor de Spelen een gloednieuwe track. Maar voor de familie Franjic voelt het toch als thuiskomen. ‘Beijing was ver weg en moeilijk door covid’, aldus Jelen. ‘Nu is het lekker dichtbij in Italië en dus wil iedereen erbij zijn. Dat maakt het echt anders. Je doet het voor jezelf, maar het allermooist is om het te kunnen delen.’
Hardlopen is een belangrijk onderdeel van het bobsleeën, ook al is het slechts een kort stuk tot aan waar ze in de slee springen. Brute kracht en sprintvermogen, daar komt het op aan. Jelen is een echte sprinter. ‘Zonder snelheid kom je nergens’, zegt hij. ‘Ik heb vier keer per week sprinttraining bij PAC in Rotterdam van mijn eigen trainer Leo van der Meide. Alleen doe ik het minder uitgebreid. 100- en 200-meter lopers hebben ook een bepaalde conditie nodig om het tot de finish vol te houden, dat heb ik niet nodig. Als ik te veel duur doe, dan gaat dat ten koste van mijn explosiviteit. Ik doe dezelfde warming-up als de rest, dezelfde drills, dezelfde sprongoefeningen als baanatleten die op NK’s staan. Alleen minder omvang. Als de rest 200’tjes doet, doe ik setjes van 20, 30 en 40 meter.’
Vier dikke apen die een slee aanduwen
Meer is niet nodig, zegt hij: ‘We moeten de bobslee van 200 kilo vanuit stilstand in beweging brengen en na zo’n 40 meter springen we erin. Die 40 meter moeten we alles geven en zodra hij bergafwaarts gaat, dan moet je op topsnelheid nog wat kunnen toevoegen. Het komt erg aan op pasritme en snelheid. Als je tweede en derde pas niet goed zijn, merk je dat meteen. Het is zó technisch: wij tweaken maandenlang aan zo’n start en uiteindelijk loop je maar vijf seconden. Het ziet eruit als vier dikke apen die een slee aanduwen, maar het is een heel technisch onderdeel.’
Lange tijd profiteerde hij ook op de atletiekbaan van zijn ‘overstap’. ‘Hoe beter ik was met de bobslee, hoe sneller ik liep. In de zomer van 2024 liep ik nog 10,7 op de 100 meter. Niet slecht voor iemand die 104 kilo weegt. Alleen als je dat filmpje ziet, haha, op die laatste 30 meter ben ik echt gesloopt. Ik kom nu in mijn prime jaren, was niet voor niks de snelste tijdens de selectiedagen. Bij Janko merk je dat hij ouder wordt en zelf vader is nu. Kleine pijntjes overal.’
Je leest nu een deel van het interview met Jelen Franjic. Het volledige interview is te vinden in de nieuwste Runner's World.
KOOP HET NIEUWE NUMMER HIER
Volg je Runner's World al op Instagram, TikTok, Strava en Facebook?








