Bobsleeër Dave Wesselink plaatste zich voor de Spelen: 'Het is vrij heftig'
Vincent Riemersma

Dave Wesselink (26) is meervoudig Nederlands juniorenkampioen hordelopen, advocaat en sinds drie jaar ook piloot van het bobsleeteam. Twee weken geleden plaatste hij zich met zowel de tweemans- als de viermansbob voor de Olympische Winterspelen.
Hij lacht er nu een beetje om, maar het is tekenend voor zijn nieuwe bestaan: ‘Vroeger moest ik echt mijn best doen om niet bóven de 90 kilo uit te komen.’ Inmiddels tikt Dave Wesselink in de zomer moeiteloos de 108 aan, en in de winter iets daaronder. In een sport waar massa, explosiviteit en controle elkaar tot op de millimeter beïnvloeden, is zo’n lichaam niet alleen een instrument, maar een voortdurend boetseerproject. Sinds hij stuurman is van de Nederlandse viermansbob, heeft hij zijn fysiek opnieuw uitgevonden. En voeg daar gerust zijn ambitie aan toe.
In die drie jaar heeft hij een enorme ontwikkeling doorgemaakt. Voor iemand die een complete carrièreswitch heeft gemaakt, zit Wesselink er rustig en zelfverzekerd bij. ‘Een jaar geleden had ik niet verwacht er nu zo goed te staan’, zegt hij, ‘maar ik heb precies de progressie geboekt die ik wilde: fysiek sterker, technisch beter in het sturen, mentaal stabieler en bovendien zijn we als team veel verder.’
Een nieuwe bob
Het Nederlandse bobsleeteam werkt dit seizoen met een gloednieuwe viermansbob en een doorontwikkelde tweemans. Daarbij is de selectie verbreed: ‘Nieuwe jongens erbij, echt een kwaliteitsimpuls. Ik heb zelf veel stappen gezet. Bij de testen in Oberhof was ik veel sterker op de 1500 meter.’
Hoewel hij in Milaan-Cortina meedoet aan een wintersport die het grote publiek slechts eens in de vier jaar ziet, werd zijn innerlijke olympische vlam in 2008 ontstoken toen hij Usain Bolt met zijn armen wijd over de finish zag komen. ‘Die 9,69 van Bolt vergeet ik nooit meer. Ik was acht jaar oud en ik was net begonnen met atletiek bij AV Trias.’ Herinneringen aan de winterspelen heeft hij ook, en die zijn oranje gekleurd. ‘Ja! Nicolien Sauerbreij die goud won met snowboarden in 2010.’
Bij Trias ontwikkelde Wesselink zich als hordeloper en niet zomaar eentje: hij werd Nederlands kampioen bij de junioren, ging in 2018 naar het WK Onder-20 en pakte in 2020 en 2021 nog brons bij de senioren. ‘Ik deed het best verdienstelijk, maar de stap van junioren naar senioren was lastig, laat staan op internationaal niveau. Ik had steeds vaker last van blessures en daarmee sijpelde het besef binnen dat mijn lichaam het hordelopen eigenlijk niet aan kon. Als je lange tijd niet volle bak kunt trainen omdat je veel pijn hebt, dan pak je die progressie later gewoon niet meer.’
De atletiekbaan als basis
Toch ziet Wesselink zijn tijd op de atletiekbaan als cruciaal. Niet vanwege de horden, maar vanwege alles eromheen. ‘Door mijn carrière op de baan heb ik een basisbegrip van wat het is om topsporter te zijn, hoe je moet herstellen en trainen. Ik heb vanaf mijn dertiende meegedraaid in de top van het Nederlandse hordelopen.’
Een nieuwe opvallende naam bij het team is Timme Koster, die ook al komt van de horden. ‘Timme is een veel betere hordeloper dan ik ooit was, maar ook een jongen die groot en sterk is. Een buitenbeentje op de horden, qua fysiek. Dat zijn vaak wat tengere, pezigere en kleinere jongens. Timme is een grote gast, die alles op power doet in plaats van souplesse. Ik twijfelde er niet aan dat hij een aanwinst is voor het bobsleeën. Al zal hij meer achterin de bob zitten, ik zit als stuurman voorin. Elke nieuweling zal moeten wennen aan de G-krachten, de trillingen, de herrie. Het is vrij heftig dat sleeën, maar we bereiden hem goed voor.’
Van 90 naar 108 kilo
Het fysieke aspect dan: oké, hij is een kleine twintig kilo zwaarder dan vijf jaar geleden, maar het is geen kwestie van ongeremd eten. Gewicht moet functioneel zijn, explosiviteit moet blijven, en in de winter is het zelfs moeilijk om zwaar te blijven. ‘In de zomer is 108 kilo makkelijk’, zegt hij. ‘In de winter verbrand je zoveel, omdat je de hele dag bezig bent in de kou. Je verliest zo 2 kilo zonder dat je het merkt.’
Je hoort in de atletiek en andere sporten regelmatig over eetstoornissen, die veelal van doen hebben met een zo laag mogelijk gewicht. De bobsleeërs worden niet echt begeleid in hun voeding. ‘We koken in principe altijd zelf. Dat gaat vaak ad hoc: wat zullen we vanavond eten? Maar we zorgen ervoor dat er genoeg proteïne, groenten en vezels in zitten. Dan kom je een heel eind. Dat vullen we verder aan met proteïnerepen, fruit, smoothies. Als we echt flink gaan duwen tijdens een trainingskamp, gaan we los op de calorieën.’
Je leest nu een deel van het interview met Dave Wesselink. Het volledige interview is te vinden in de nieuwste Runner's World.
KOOP HET NIEUWE NUMMER HIER
Volg je Runner's World al op Instagram, TikTok, Strava en Facebook?











