Topcoach Bart Bennema: 'Ik heb nergens spijt van'

Update: 18 maart 2026 om 08:28
Geschreven door

© Getty Images

Bart Bennema: 'Ik heb nergens spijt van, maar ik had dingen beter kunnen doen'

Atletiekcoach Bart Bennema werd coach van het jaar 2015 toen hij Dafne Schippers naar de wereldtitel op de 200 meter leidde. Hij maakte van binnenuit mee wat er gebeurt als een klein sprintland plots wereldtop wordt en niemand precies weet hoe verder.

Let op: onderstaande artikel is een klein deel van het volledige interview, te lezen in Runner's World #3 of te zien op YouTube.

Groter denken als klein land

Toen Bennema in 2008 als talentencoach bij de Atletiekunie begon, werkte hij puur met meerkampers. Hij was zelf een verdienstelijk meerkamper geweest tot een blessure in 2002 een einde maakte aan zijn actieve carrière. Sprint had altijd zijn interesse gehad, maar Nederland was geen bewezen sprintland. Dat idee zat dus ergens diep bij hem. ‘Dafne heeft mij een naam bezorgd’, zegt hij bescheiden, ‘maar ze heeft ook laten zien dat we groter kunnen denken dan we deden in een klein landje.’ Hij zag zijn pupil voor het eerst als vijftienjarige op zaterdagse trainingen. Vanaf haar zeventiende werkte ze fulltime met hem. In het begin blonk ze vooral uit tussen leeftijdgenoten. Goed, maar niet buitenaards, wil hij maar zeggen: ‘Ik heb volgens mij in het eerste jaar nog tegen haar gezegd: het motorisch leervermogen valt wat tegen, je moet focussen.’

Toen Dafne achttien werd veranderde dat, herinnert de coach zich. ‘Toen begon ze dingen te doen in training waarvan ik dacht: dit is niet normaal. Niet standaard.’ Wat hij zag, zat niet alleen in tijden. Het zat in hoe ze liep wanneer ze nét niet volle bak ging. In estafettes ontwikkelde ze op het rechte stuk snelheden die ze vanuit het blok niet haalde. Haar start was nooit haar grootste wapen, maar haar maximale snelheid was uitzonderlijk. Bennema begon vanuit die kracht te redeneren: ontwikkel de topsnelheid, werk dan terug naar de eerste meters. Het was geen strak uitgestippeld masterplan. In 2015 valt alles samen. Wereldtitels in wereldtijden. 21.63 op de 200 meter. 10.81 op de 100 meter. Een witte sprinter, nota bene uit een andere discipline, die het opneemt tegen Jamaicaanse grootmachten. ‘Wat er gebeurde, was nog nooit gebeurd.’ En precies daar begon het ingewikkeld te worden.

De druk van het nieuwe

'De weg ernaartoe is altijd makkelijker dan er blijven’, zegt Bennema. Tot 2015 werd er gedacht in termen van misschien een medaille op de 200 meter of een finale op de 100 meter zou mooi zijn. Na 2015 ging het over olympische titels, dubbele finales, sponsorverplichtingen, Nike, media-aandacht, interviews, commerciële belangen. ‘Dat was zo’n nieuwe dimensie voor een Nederlandse atleet. Niemand kon ons uitleggen hoe dat moest.’ ‘Op dat moment voel je dat niet bewust zo, omdat je er middenin zit.’

Nu, elf jaar later, ziet hij dat hij meer hulp had kunnen gebruiken. ‘En dan bedoel ik niet trainingstechnisch, daar hebben we niet zoveel verkeerd gedaan. Maar iemand die van buitenaf kon meekijken naar verwachtingsmanagement. Naar hoeveel wedstrijden je moet lopen. Naar wat er op je afkomt als je ineens wereldkampioen bent. Een mentor die je honderd procent vertrouwt.’ Tegelijkertijd speelde ook thuis het leven door. Zijn jonge dochter kreeg diabetes en had dus meer zorg nodig: bloedsuikers meten, eten wegen, insuline toedienen. Het was veel afstemmen. Papa was veel van huis. ‘Als je mijn vrouw vraagt, die zal zeggen dat het tropenjaren waren.’ Zelf ervoer hij het niet als lijden, maar het was veel. Alles bij elkaar. En ondertussen werd de lat steeds hoger gelegd.

Van pioneren naar presteren

In vijftien jaar tijd veranderde de Nederlandse atletiek. Van pionieren naar medailles verwachten. Van limieten halen naar podiumdruk. De cultuur werd professioneler, strakker. Minder vrijblijvend. ‘Het ging uiteindelijk om de knikkers’, aldus Bennema, die ziet dat die transitie niet voor iedereen op dezelfde manier heeft gevoeld. Wat voor de een noodzakelijke professionalisering was, voelde als verharding voor de ander. Dafne vertelt in haar recent gepubliceerde biografie nadrukkelijk dat Papendal transformeerde in een prestatie cultuur. Bart erkent dat beleving kan verschillen. ‘Laurent Meuwly (de huidige bondscoach) is zwart- wit in zijn communicatie, je zou hem autoritair kunnen noemen. Charles van Commenée (voormalig hoofdcoach) hetzelfde. Ik vind niet dat zij over lijken zijn gegaan, ze hebben toch ergens wel oog voor de mens achter de atleet. Mijn klik met Laurent was niet super, dat geef ik toe. Het zal met persoonlijkheid te maken hebben.’

Dat Schippers dit anders beleefd heeft, daar staat hij niet van te kijken. ‘Zij is op een heel ander moment ingestapt, toen we net begonnen. Er was meer ruimte voor vrijheid.' Zelf vertrok Bennema in 2023 bij de Atletiekunie. Zijn rol als sprintcoach was uitgespeeld. Er waren andere plannen. Hij koos voor de Vlaamse Atletiekliga. Nieuwe atleten. Nieuwe puzzels. Het podium halen is nog steeds het doel, liefst wereld of olympisch. ‘Een medaille is een medaille.’ Er zit rust in zijn reflectie. Geen bittere nasmaak, geen heroïek. Vooral geleerde lessen. Meer sparren over processen. Meer confronteren waar nodig. Falen blijven organiseren. En vooral: groot blijven dromen, ook als je uit een klein land komt. ‘In 2015 begon het te rollen en ik denk dat het fantastisch is dat het is gelukt.’ Misschien was dat zijn grootste bijdrage: niet het begeleiden van een wereldkampioen, maar het idee vestigen dat het kán. En dat je daarna vanzelf leert hoe je ermee omgaat.

Naast het interview met Bart, spraken we ook Dafne zelf, haar moeder Karen Schippers en haar broer en manager Derek Schippers. Benieuwd naar hun beleving van deze bijzondere tijd? Koop dan de nieuwste Runner's World!

Nieuwsgierig naar Dafne haar boek? Bestel het hier!

Volg je Runner's World al op InstagramTikTokStrava en Facebook?

Video

Bart Bennema: 'Ik heb nergens spijt van, maar ik had dingen beter kunnen doen'