5 dingen die niemand je vertelt over je eerste marathon (maar die je wel wil weten)
© Getty Images

Je kunt je nog zo goed voorbereiden op je eerste marathon. Trainingsschema’s, voedingsplannen, tips van andere hardlopers, en nog veel meer. Ook ik had het allemaal gelezen en gedaan. En toch, toen ik zelf twee keer de TCS Amsterdam Marathon liep (in 2023 en 2024), merkte ik dat sommige dingen je gewoon pas begrijpt als je er middenin zit.
Mijn eerste marathon liep ik op zo’n 40 kilometer per week. Een jaar later stond ik opnieuw aan de start, en dit keer met een stuk meer volume (ongeveer 65 km per week, opgebouwd samen met mijn coach Tjeerd Popkema). Het resultaat was een mooi PR van 3:27 én een compleet andere ervaring.
5 dingen die niemand je vertelt over je eerste marathon (maar die je wél wil weten)
Dit zijn de dingen waarvan ik achteraf dacht: had iemand me dit maar eerder verteld.
1. Meer kilometers hardlopen
Laat ik maar meteen met de belangrijkste beginnen, en dat is je basis. Bij mijn eerste marathon liep ik rond de 40 kilometer per week. Dat voelde prima tot kilometer 30+. Een jaar later zat ik rond de 65 kilometer per week. Niet ineens, maar geleidelijk opgebouwd met mijn trainer.
Het verschil van mijn marathonervaring was echt enorm. Ik voelde me tijdens mijn tweede marathon echt veel sterker. Ik had minder verval, minder twijfels en vooral meer vertrouwen. Ik ben er echt van overtuigd dat die extra kilometers aan training het verschil hebben gemaakt. Maar (en dit is belangrijk), meer hardlopen is niet automatisch beter. Je moet het natuurlijk wel aan kunnen. Rust, herstel en opbouw zijn minstens zo belangrijk als het aantal kilometers dat je loopt.
2. De dagen voor de marathon voelen vaak raar
Je denkt misschien dat je in de dagen voor je marathon topfit en vol energie zit. In werkelijkheid voelde ik me juist een beetje onrustig. Minder trainen en de spanning die langzaam oploopt. Bij mijn tweede marathon merkte ik dat ik iets meer stapelde qua voeding in de dagen ervoor, wat voor mij goed werkte.
3. Halverwege de marathon voelt als een overwinning
De halve marathon tijdens een marathon is een gek moment. Aan de ene kant voelt het als lekker bezig; dit gaat goed. Aan de andere kant besef je ook dat je pas op de helft bent. Tijdens mijn tweede marathon voelde ik me hier juist heel sterk. Mijn tempo zat goed, mijn voeding (elke 5 km een gelletje, in totaal 8) werkte perfect en ik had het gevoel dat ik controle had.
4. Kilometer 30+ is waar het écht begint
Veel mensen hebben het over de man met de hamer, maar die ben ik zelf gelukkig nog nooit tegengekomen. Maar dat betekent niet dat het makkelijk wordt. Tijdens mijn eerste marathon kreeg ik rond kilometer 35 ineens kramp in mijn teen. Echt zo’n moment dat je denkt: wat gebeurt hier? Tijdens het lopen nota bene. Bij mijn tweede marathon bleef dat uit; waarschijnlijk door betere voorbereiding, meer kilometers en strakker eten en drinken onderweg.
Wat je vaak voelt rond kilometer 30+ is geen complete crash, maar eerder: je lichaam wordt zwaarder. Je moet meer focussen. Je techniek wordt belangrijker. Dat is het moment waarop je training zich uitbetaalt.
5. De laatste kilometers zijn zwaar maar vooral bijzonder
De laatste kilometers van de marathon gaan heel snel voorbij. Juist omdat je zo gefocust bent en er staan ook steeds meer toeschouwers langs het parcours. Alles komt eruit waar je de afgelopen maanden voor hebt getraind. Bij mijn tweede marathon voelde ik me zelfs nog supergoed na de finish. Geen totale uitputting, maar eerder heel trots en controle. Dat was misschien nog wel het mooiste verschil met mijn eerste marathon.
Vertrouw op jezelf!
Als ik één ding heb geleerd van mijn twee marathons, dan is het dit: een marathon loop je niet alleen op de dag zelf. Je loopt ’m in de weken (en kilometers) daarvoor. Vertrouw vooral op wat je hebt gedaan. Dat brengt je verder dan welke tip dan ook.
Volg je Runner's World al op Instagram, TikTok, Strava en Facebook?












