Waarom de hartslagmeting in je horloge nooit heel betrouwbaar is
© FOTO: MIO

Is het meten van je hartslag met een polshorloge, zonder borstband, voldoende betrouwbaar?
Ruim 91 procent van de Runner’s World-volgers loopt volgens eigen onderzoek met een sporthorloge. Bijna al die horloges hebben tegenwoordig ingebouwde hartslagmeting. Best handig, want zo kun je ongeveer inschatten hoe hard je lichaam moet werken op een tempo. Alleen is die ingebouwde hartslagmeter niet altijd even betrouwbaar en nu sporthorloges steeds geavanceerder worden, wordt dit langzaamaan problematisch. Waarom? Dat leggen we uit in dit artikel.
Waarom afwijkende hartslagen een groter probleem worden
Een hartslagmeter is een handig hulpmiddel. Je kan natuurlijk op basis van tempo trainen, maar hetzelfde tempo kan op de ene dag heel anders aanvoelen dan op een andere dag. Dat kan komen door helling of ondergrond, maar ook vermoeidheid kan een rol spelen. Hartslag is in dat opzicht heel handig, omdat je meet hoe hard je lichaam moet werken.
In rust of tijdens een rustige duurloop is de ingebouwde hartslagmeter vaak behoorlijk accuraat. Maar wanneer je ineens gas gaat geven, vind je horloge dat lastig.
Waarom je ingebouwde hartslagmeter vaak afwijkt
Er zijn grofweg twee manieren om je hartslag te meten: optisch en elektronisch. De optische variant is dat bekende groene lampje onder je horloge. Het bekijkt de bloedstroom in je pols en destilleert daaruit een hartslag. Omdat het signaal via de huid wordt gemeten, loopt de registratie altijd een stukje achter en is de meting gevoelig voor verstoringen zoals verschuiven, zweet of beharing. Het resultaat: een hartslag die soms piekt of juist achterblijft ten opzichte van je werkelijke inspanning.
Tijdens een rustige duurloop volstaat meestal een meting vanuit de pols, maar voor een intervaltraining wil je meestal een borstband. Floor probeerde de Polar Verity Sense, een optische hartslagmeter voor om de bovenarm. Lees hier de review.
Hoe een borstband werkt
Een borstband meet de elektrische signalen van je hart direct via elektroden die op je borst liggen. Dit principe lijkt op een ECG en geeft daardoor een zeer nauwkeurige en directe meting. Omdat de sensor vlakbij het hart zit, reageert de borstband sneller op veranderingen in inspanning en is de kans op ruis of vertraging veel kleiner dan bij een optische meting.
Vaar niet blind op trainingsadviezen van je horloge
Een horloge kan je helpen om je training goed te doseren. Zo train je hard genoeg om vooruit te gaan, zonder jezelf te overbelasten. Maar de adviezen zijn alleen zo goed als de meting zelf. Wanneer de hartslagmeting niet klopt, bijvoorbeeld doordat je optische sensor achterloopt of verstoord wordt, zijn de berekende zones en hersteltijden ook onbetrouwbaar.
Als je optische hartslagmeter alleen hartslagen in zone 2 heeft gedetecteerd, terwijl jij jezelf uit elkaar hebt getrokken bij een zware intervaltraining, zal het horloge je de volgende dag adviseren om wéér intensief te trainen. In werkelijkheid heb je waarschijnlijk juist een rustdag nodig.
Weet met welke data je traint
Zelf gebruik ik mijn Garmin-sporthorloge als hulpmiddel en gebruik ik de trainingsadviezen vooral als advies. Je voelt zelf waarschijnlijk beter aan wat je nodig hebt. Ben je zelf nog geen ervaren loper en luister je liever naar je horloge? Zorg dan dat de data accuraat is. Dat betekent dat je voor intensievere trainingen een borstband nodig hebt voor accurate data. Dit zijn onze favoriete borstbanden voor hardlopen.
Update: nieuwe sensoren worden beter
Hoewel optische hartslagmeting op de pols nog steeds beperkingen heeft, worden recente sensoren wél merkbaar beter. Vooral modellen die je op de bovenarm draagt, zoals de Polar Verity Sense of vergelijkbare armbandmeters, blijken in nieuwe onderzoeken bijna net zo nauwkeurig te meten als een borstband. Dat komt doordat de bovenarm minder beweegt en de sensor daar een stabieler signaal krijgt dan op de pols. Ook gebruiken sommige moderne horloges meerdere leds en algoritmes die beter overweg kunnen met beweging of huidskleurverschillen.
Toch blijft één punt overeind: bij snelle tempowisselingen of zware intervallen reageren optische sensoren doorgaans trager dan een borstband, waardoor je trainingsdata nog altijd net niet helemaal klopt. Daarom blijft voor intensieve trainingen een borstband de meest betrouwbare keuze.
Volg je Runner's World al op Instagram, TikTok, Strava en Facebook?




