Uit onze archieven: Jeroen is aan het revalideren, maar geeft hardlopen niet op
Jeroen Mars uit Schiedam kreeg een hersenbloeding en raakte eenzijdig verlamd. Toch stond hij aan de start van de kwartmarathon van Rotterdam.
© Kevin Paro

Het zijn bijzondere tijden. Tijden van beperkte bewegingsvrijheid. Tijden voor reflectie ook misschien. Om juist in die tijd iets extra’s te bieden, zijn we zoek gegaan naar bijzondere verhalen uit de 25-jarige geschiedenis van Runner’s World. De komende weken zullen we ze brengen, gratis en toegankelijk voor iedereen. Deze keer de indrukwekkende monoloog van Jeroen Mars, opgetekend door Peter Klooster.
Juni 2019, door Peter Klooster
‘Op 5 juni 2018 zag een collega dat mijn gezicht scheef hing. Hij belde meteen 112, en achteraf kan ik zeggen dat zijn kordate optreden mijn redding is geweest. Met een ambulance ben ik naar het Albert Schweitzer Ziekenhuis in Dordrecht gebracht, waar ze een stroke afdeling (voor mensen met een beroerte, red.) hebben. Ik vond het allemaal nogal overdreven, dacht dat ik gewoon te weinig gegeten had. Maar het personeel op die afdeling schrok zich rot toen ik een bloeddruk van 250 mmHg bleek te hebben. Er was een adertje gescheurd in mijn rechterhersenhelft. De artsen hebben gekeken of het mogelijk was om de bloeding te stelpen, maar dat lukte niet omdat hij te diep zat.’
Een gevalletje pech
‘Het lukte om met een medicatiepomp mijn bloeddruk te laten dalen. Het is maar een klein lek, maar de schade is gigantisch. Een deel van mijn hersenen is verstoken geweest van zuurstof, de resulterende schade is onomkeerbaar. Gevalletje pech, zeg maar, want ik behoorde niet tot de risicogroep voor hersenbloedingen. Omdat mijn rechterhersenhelft is aangedaan, is de linkerzijde van mijn lichaam verlamd. In het begin kon ik niets meer. Het geheugen was er nog, en ik kon beredeneren wat er met me gebeurde. Maar dat was het zo’n beetje. Hoe krijg ik dit in godsnaam weer goed, dacht ik.’
Met deze wilskracht kun je weer leren lopen
‘Op een brancard ben ik het Rijndam Revalidatiecentrum binnengereden, waar ik mocht gaan werken aan mijn herstel. Mijn overlevingsdrang flakkerde daar op. Al snel zat ik in een rolstoel waarin ik me steppend met mijn rechterbeen kon voortbewegen. Thuis hield mijn vrouw Patricia op bewonderenswaardige wijze het hoofd koel. Zij stond pal voor het welzijn van mij en onze drie kinderen. In het revalidatiecentrum spraken de doktoren opbeurende woorden. Ga ervan uit dat deze situatie niet blijvend is, zeiden ze, met jouw wilskracht kun je weer leren lopen. Koortsachtig zoekend naar mogelijkheden en kansen ontdekte ik dat er in mijn brein ook een rem kapot was. Dat is de rem die zaken relativeert, en als die het niet meer doet, overschat de patiënt zijn mogelijkheden enorm. Ik besloot vervolgens om van die zelfoverschatting een wapen te maken.’
Altijd een fervent hardloper geweest
‘Ik geloofde onbegrensd in mijn eigen mogelijkheden. Het meeste herstel moet plaatsvinden in de eerste acht weken. Dan moet je knallen, daarna gaat het langzamer. In het Rijndam is een sportzaal, ik kreeg een verpleger zo gek om me te begeleiden. Ik vroeg aan mijn arts of sporten riskant was, en of ik er geen nieuwe hersenbloeding door zou krijgen. Zijn antwoord was helder: ik had net zoveel of net zo weinig kans op een nieuwe hersenbloeding als ieder ander. Vroeger ben ik altijd een fervent hardloper geweest. Ik was erg bezig met presteren, kende geen beperkingen en had een vlotte looptechniek. Dat is allemaal verdwenen nu de verantwoordelijke software in mijn brein is gecrasht.’
Hardlopers zijn vechters
‘Ik heb geen gevoel meer in mijn linkerarm en mijn linkerbeen, iedere beweging moet ik bewust aansturen. Ik draag een spalk om mijn linkerbeen die moet voorkomen dat ik er doorheen zak. Elke stap die ik zet, moet ik opnieuw bedenken en uitvoeren. Nu ben ik van beroep productmanager industriële automatisering, robotica en grijptechniek zijn mijn vakgebieden. Zo weet ik dat onze hersenen werken als een microprocessor, en daaruit volgt dat hersenen te hacken zijn. Het moest dus mogelijk zijn om mijn comeback als hardloper te maken. Mijn hack was: harder lopen dan ik kan. Dan dwing je het brein om het hardloopprogramma weer op te starten. Mijn artsen waren diep onder de indruk. Hardlopers zijn vechters, zeiden ze, we zouden willen dat iedere revalidant zich zo opstelde.’
De macht van adrenaline is onvoorstelbaar
‘Op de dag van de Marathon Rotterdam heb ik samen met mijn vrouw Patricia de metro naar Rotterdam gepakt. Het was mijn grote wens om de kwart marathon uit te lopen. Ik wist vooraf dat de bezemwagen mijn voornaamste rivaal zou zijn. Toen ik op de Coolsingel in het startvak stond, was ik bang onder de voet te worden gelopen. Als sportduiker heb ik eens temidden van een school vissen gezwommen, de eerste paar honderd meter op de Coolsingel voelde dat net zo. Ik werd als het ware opgetild, gedragen door de massa. Ik slaagde er tot mijn verbazing in hetzelfde tempo als de anderen aan te houden. Het is echt onvoorstelbaar wat adrenaline met je doet.’
Hartverwarmende aanmoedigingen van medelopers en publiek
‘Als ik in het park bij mijn huis train, krijg ik opmerkingen naar mijn hoofd geslingerd in de trant van ‘Jezus, dat mag je toch geen hardlopen noemen?’ Met mensen die dat soort dingen roepen, ga ik het gesprek aan. Ik kan het ze niet eens kwalijk nemen, het ís ook lachwekkend hoe ik loop. De mensen schrikken zich vervolgens rot als ik uitleg wat me is overkomen. Sorry, zeggen ze dan, dat wist ik niet. Tijdens de marathon van Rotterdam was het juist omgekeerd. De aanmoedigingen en steun die ik van medelopers en het publiek kreeg, waren hartverwarmend. En na afloop kreeg ik via Facebook spontaan de medailles aangeboden van deelnemers die me onderweg hadden zien ploeteren.’
Finishen zonder startnummer
‘In het Kralingse Bos was ik echt achterop geraakt. Ik liep er helemaal alleen, het was muisstil. Onwerkelijk gewoon. Op een gegeven moment haalden drie bezemfietsers me in, wat ik al had verwacht. Ik liep 6,5 kilometer per uur, en dat was precies een kilometer te traag om ze voor te blijven. Ik wil finishen, zei ik tegen ze, en deed vervolgens mijn verhaal uit de doeken. Dat gaan we regelen voor je, was hun antwoord. Met de portofoon werd aan alle officials meegedeeld dat ik in aantocht was, met het verzoek om mij ruim baan te geven. Wel liet de organisatie weten formeel niet langer verantwoordelijk te kunnen zijn voor mijn verrichtingen. Daarom moest ik verplicht verder lopen over stoepen en fietspaden parallel aan het parkoers, en ik moest mijn startnummer afspelden.’
Trainen om de bezemwagen te verslaan
‘Bij het zes kilometerpunt stond een goud-bestickerde bezemwagen klaar, die voor me uit ging rijden. Fietsers, voetgangers en publiek gingen netjes voor dat ding aan de kant, zodat ik niet hoefde te slalommen. Agenten hielden het verkeer tegen, een groep drummers hing speciaal voor mij de trommels snel weer om de nek. Het was alsof ik in een avonturenfilm zat, de manier waarop ik de Coolsingel heb gehaald. Ik ben in de luwte gefinisht op het fietspad, naast de finishstraat met finishboog en de erehaag van toeschouwers. Klaar met revalideren zal ik nooit zijn, maar dit was een mooie tussentijdse check-up. Ik ben op de goede weg. Een hardloopvriend schonk me zijn medaille. Eerlijk verdiend, zei hij. Op dit moment ben ik samen met mijn fysiotherapeut aan het trainen om per maand gemiddeld 0.2 kilometer per uur sneller te lopen. Als dat lukt, zal ik volgend jaar de bezemwagen verslaan.’
Volg je Runner's World al op Facebook, Instagram en Pinterest?








