Chris Stevenet loopt elke dag hard en neemt een duik in de Noordzee
'Als de kou in je botten gaat zitten, krijg je het niet meer warm'
© Bastiaan Heus

‘Ik ging om halfeen naar bed vannacht, werd om kwart voor drie wakker, badend in het zweet. Vanaf dat moment heb ik af en aan kort geslapen. En toen was het ochtend.’
Chris Stevenet (53) vertelt het vanachter het stuur van zijn Renault Twingo. Het is niet zo dat de buren luidruchtige nachthobby’s hebben, dat hij een slecht bed of jeuk heeft, of dat hij – zoals velen – slecht gaat op het nieuws rond corona. Nee, hij lijdt al jaren aan slapeloosheid. Nacht in, nacht uit. Sinds drie maanden heeft hij een nieuw ritueel dat hem erdoorheen sleept, dat is ook de reden dat we nu, om 8.15 uur, in het pikkedonker van Haarlem naar Bloemendaal aan Zee tuffen. Chris loopt elke dag hard over duinen en strand, neemt een duik in de Noordzee om vervolgens nog een stukkie te lopen. Hij is voornemens om het 365 dagen vol te houden en als hij eenmaal iets in zijn hoofd haalt, dan gaat hij ervoor. Getuige ook de marathon van Amsterdam in 2019, waarvoor hij stevig had getraind maar kort voor aanvang geblesseerd raakte aan zijn hamstring. Hij liep ’m toch, op karakter en hij liep hem uit, in 5.08.29. ‘Ik moest het doen,’ zegt hij voor een oversteekplaats in Bloemendaal, waarover dik ingepakte kinderen naar school wandelen. ‘Ik had het natuurlijk nooit moeten doen, want die hamstring heeft me daarna nog lang zoet gehouden. Maar ik moest het doen van mezelf. Sindsdien doe ik vooral kortere afstanden en niet meer hard. Ik ben veel te fanatiek in zulke dingen, nu wil ik het gewoon leuk hebben.’
Leuk is dus kennelijk ook bij twee graden Celsius de Noordzee in gaan. Het is de 89ste dag vandaag dat hij zich aan het ritueel van lopen en zwemmen onderwerpt. Een van de hamvragen is natuurlijk: is hij er beter van gaan slapen? ‘Nee, dat niet,’ grimlacht hij. ‘Maar ik voel me wel beter. Hardlopen in de ochtend geeft me meer energie en dat water in ook. Het is een soort sloot héle koude koffie, zo moet je het zien. Het geeft een boost én je hebt een prachtig uitzicht. Kijk dan, die opkomende zon achter ons. Daarom wilde ik wat vroeger afspreken. Die drang zit er bij mij gewoon in. Het is al mijn hele leven alles of niets. Ik merk dat dit ritueel mij geestelijk veel goed doet. Verder ben ik geen routinemens, totáál niet. Dit is de eerste routine van mijn leven. Thuis een stevig ontbijt voor energie en dan niet douchen natuurlijk, want dat doe ik straks wel. Het blijft zoiets bijzonders om hier te lopen, zo dichtbij de Randstad. Vooral dat moment dat je zo dat strand op loopt en die zee ziet en hoort, er is nu bijna niemand. De mensen die er nu lopen, zijn mensen met honden of clubjes met oudere mensen. Ze kennen me inmiddels, sommigen zwaaien naar me. Gisteren was het zo mistig, ik kon niemand zien. Dan is het mijn strand, zo voelt het echt hoor. Op zondagen zijn er meer dagjesmensen, dan is het alsof ze bij mij op bezoek komen.’
‘Meestal fiets ik naar zee trouwens. Op een gewone fiets, geen racefiets, maar ik trap wel stevig door. Dan ga ik hardlopen, iets van 6, 7 kilometer. Dan ga ik de zee in, soms nog even hardlopen om weer → op te warmen en dan weer de fiets op. Maar een week of twee geleden is er wat gebeurd. Mijn handen waren ijs- en ijskoud, ze werden niet meer warm. Ik heb er een tinteling aan het puntje van mijn duim aan overgehouden. Ik heb extra dikke handschoenen gekocht. Toch hielp dat ook geen moer, dus besloot ik om in de winter af en toe de auto te pakken. Als de kou in je botten gaat zitten, krijg je het niet meer warm. De een zijn bloedtoevoer is beter dan die van de ander.’
Zijn hamstringblessure is naar de achtergrond verdrongen. ‘Dat was een van de redenen om dat koude water in te gaan, misschien dat het helpt, dacht ik. Het verdooft in elk geval, haha. Of het goed voor je is, daar zijn de meningen over verdeeld. Ik heb wel uitgezocht wat kou met je lichaam doet. Iedereen heeft het maar over Wim Hof, Wim Hof. Ik heb niks gelezen over wat hij doet, bij hem gaat het meer om de ademhalingsoefeningen. Ik hoef geen Wim Hof te zijn, ik wil gewoon Chris zijn. Ik noem wat ik doe: de Chrisathlon. Het is geen prestigeproject, het gaat erom dat ik in beweging blijf. Ik ben al wat ouder en doe als art director veel zittend werk. Zo blijf ik fit.’
We lopen inmiddels over een zandpad nabij strandslag Kattendel, dat ooit toegang verleende tot een naaktstrand en nu een stuifgat is. Het kan verkeren. Chris laat met gepaste trots ‘zijn strand’ zien, er wordt inderdaad gezwaaid door een groepje vrouwen op leeftijd. ‘Ga je nou écht weer dat water in, jongen?’ roept er eentje. De rugzakken met handdoek en warme kleren kloppen bemoedigend op onze ruggen. In de verte staat de fotograaf vrolijk te zwaaien. Zodra we hem bereiken, drukt Chris hem op het hart dat enige snelheid is geboden: ‘We lopen zometeen via die toegang daarginds deze zandbank op, leggen onze kleren neer en lopen dan recht de zee in. Zodra we eruit komen, moeten we haasten omdat het al vloed wordt en die toegang tot de zandbank dan wegspoelt.’
Chris loopt onverdroten de zee in, het is een stukkie voordat het water boven zijn middel komt en hij zich kan laten zakken om kopje onder te gaan. ‘Kom dan,’ lacht hij. Ik loop met gezwinde spoed door de branding, richting de golven. Het is koud, maar nog best te doen. O nee, wacht, toch niet. Als het water tot mijn knieën reikt en Chris als een otter van links naar rechts door de zee waadt, is het alsof mijn voeten op stand by gaan. Strompelend red ik het tot het water mijn middel raakt, dan schakelen de enkels uit. Tintelingen overal. Ik draai me om. Dat is pech: Omsk is een mooie stad, maar net iets te ver weg, trojka hier, trojka daar. Dit nooit meer, denk ik aan de waterkant als Chris door het dolle heen terugkeert. Hij kraait van plezier. Dit is zijn ding, dit is zijn element. Een met de natuur, een met zichzelf. Het is prachtig om te zien en ook de meeuwen kolderen hun respect.
In de hosanna vergeten we de toegang tot de zandbank, waardoor ook de fotograaf gezegend dient te worden om thuis te komen. ‘Mafketel! Mafketel!’ roept hij naar Chris als hij zich met camera boven zijn hoofd en het water tot kniehoogte een weg naar het droge baggert. ‘Ben je oké?’ vraagt Chris. ‘Ja hoor,’ zegt de fotograaf, ‘ik red me wel. Rennen jullie maar naar de auto.’
Meer heeft Chris niet nodig, op een drafje lopen we naar de parkeerplaats. De kou valt nu alweer mee. In de auto gaat meteen de verwarming aan. Chris stuurt de Twingo met zijn linkerhand richting de Zeeweg, zijn rechter hangt voor de warmeluchtblazer. ‘Ik ga zo toch maar mijn huisarts bellen,’ zegt hij. ‘Die tinteling in mijn duim blijft. Als die zegt dat er een zenuw beschadigd is, dan is het maar zo. Als ik in mijn eentje ga, warm ik iets sneller op. Maar ik ben nu lekker wakker. Helder en fris. Thuis ga ik meteen onder de douche, iets langer dan normaal. Puur voor mijn handen. Die zee in, ik weet dat het uiteindelijk meevalt. Ik ben het gewend, je moet door die pijngrens. Even volhouden en dan gaat het wel. Je lichaam past zich aan. Ik voel gewoon dat mijn lichaam verandert, het doet iets positiefs. Ik let wel op mijn ademhaling, zorgen dat die kalm blijft. En ik probeer zoveel mogelijk te bewegen, dus ik knijp in mijn handen, draai ze rond.’
Er zal echt ijs op de zee moeten liggen, voordat Chris zijn 365 dagen zal onderbreken. ‘Een paar keer stormde het echt hard. Dan let ik echt wel op golven en stroming, of ik ga vóór de zandbank in het water. Die is vaak diep genoeg. Maar ik moet wel uitkijken hoor. Als je door de stroming meegenomen wordt, dan is het klaar. Dit wat jij hebt gedaan, is eigenlijk een soort Nieuwjaarsduik. Nu zou ook niet het goede moment zijn om met zo’n routine te beginnen. Ik ben drie maanden geleden begonnen, ik ben er langzaam aan gaan wennen. Maar een koude douche lukt mij niet hoor! Dat is totaal iets anders.’
Run-dip-run
Het fenomeen run-dip-run is erg populair. De koudeprikkel vergroot je weerstand tegen ziektes, zorgt voor een betere doorbloeding en vetverbranding. Je leert beter om te gaan met kou (en stress!) en je krijgt er een stoot energie van. Het is de kunst om goed op je ademhaling te blijven letten. Ga vooral niet alleen de eerste keer, maar neem iemand mee die ervaring heeft met kou.
Dit artikel komt uit Runner's World januari 2021. Wil je meer van dit soort artikelen lezen? Neem dan een abonnement op Runner's World Magazine.




