In memoriam Tom van Beusekom
Een hardloopwedstrijd nalaten is zijn grootste wens
© Koen Verheijden

Vandaag bereikte ons het droevige bericht dat marathontalent Tom van Beusekom is overleden. Veel te jong is hij overleden aan de gevolgen van slokdarmkanker. Wat hij nalaat is een bijzondere passie en levenslust waarin hardlopen een grote rol had. In juni 2022 spraken we met hem. Als eerbetoon aan deze inspirerende jongeman, publiceren wij vandaag dit artikel, omdat hij iets wilde nalaten.
Ongeneeslijk ziek
Tom van Beusekom (31) ligt thuis in Bredevoort onder een dekentje op de bank te slapen. Een paar uur eerder is hij voor de vijfde keer bestraald. ‘Dat heeft veel kracht gekost,’ zegt hij met een krakerige slaapstem. Hij legt uit dat de behandeling erop is gericht om de toegang tot zijn slokdarm ruimte te geven. Die wordt nu geblokkeerd door een tumor, waardoor er bijna geen voedsel kan passeren. De ongeneeslijk zieke Tom gaat aan de eettafel zitten, zijn vriendin Paula zet thee en schuift vervolgens aan.
Hardlopen met dan aan zijn vader
Toms hardloopleven begint in 2009, met dank aan zijn vader. Die woog 130 kilogram en moest in beweging komen. Als er in het Brabantse dorp Escharen een hardloopwedstrijd wordt georganiseerd, schrijven vader en zoon zich in. Op zijn gymschoenen raffelt Tom de 5 kilometer af in 20.51. Die jongen heeft talent, daar moet hij wat mee doen, vindt zijn vader. Tom heeft van nature een lopersbouw. Met zijn 62 kilogram bij een lengte van 1.76 lijkt hij geknipt voor het lange werk. Hij sluit zich aan bij een recreatieve loopgroep, maar maakt al snel de overstap naar atletiekclub CIKO ’66 in Arnhem. Voor zijn hardloopprestaties ontvangt hij bij CIKO ’66 veel lof. Maar omdat hij nog beter wil worden, neemt hij contact op met trainer Titus Fierkens van Running Team Liemers. Fierkens vindt het tengere joch in eerste instantie niet goed genoeg voor zijn selectie. Uiteindelijk zwicht hij voor Toms aandoenlijke gedrevenheid. Hij mag komen, maar dan moet hij wel zijn stinkende best doen, krijgt Tom te horen. Bij de selectie voelt hij zich als een vis in het water. Hij traint er met klasbakken als Frank Futselaar, Daan Reijntjes, Eline de Jong, Guido Engelen en Edwin Wissema, die hem meenemen in hun slipstream. Vanaf dat moment begint zijn hardloopleven pas echt. Twee tot drie keer per week traint hij met de groep op de baan, op zaterdag en op zondag is hij in de uitgestrekte Montferlandse bossen te vinden. Het is misschien wel de gelukkigste tijd in zijn leven, voor het eerst hoort hij echt ergens bij. In 2017 maakt hij zijn debuut op de 5000 meter, hij laat meteen 16.05 registreren. Zijn favoriete afstand wordt de 15 kilometer. Tijdens de internationaal hoog aangeschreven Montferland Run scoort hij een rappe 51.27, waarmee hij bij de eerste 50 zit. In een roes haast hij zich naar huis, waar hij zijn laptop openklapt en op zoek gaat naar uitslagen, filmpjes en foto’s.
Debuut op de marathon
In het najaar van 2018 maakt Tom in Amsterdam zijn debuut op de marathon. In de voorbereiding traint hij zelfs twee keer per dag. Hij reageert uitstekend op de trainingsprikkels, zijn herstelvermogen is groot. Ook mentaal maakt hij een enorme groei door. Hij werd te vroeg geboren, er was sprake van een zuurstoftekort, hij moest opboksen tegen een ontwikkelingsachterstand. Door het hardlopen krijgt hij grip op zijn eigen doen en denken. Aan de meet in het Olympisch Stadion laat hij 2.47 registreren, een prestatie die niemand voor mogelijk had gehouden. Via Tinder komt hij een jaar later in contact met Paula. Ze is lid van AVA ’70 uit het naburige Aalten, en is net als hij werkzaam in de zorgsector. Paula houdt eerst de boot nog een beetje af, maar na hun eerste ontmoeting is er geen houden meer aan. Het is liefde op het eerste gezicht, zegt Tom. Al snel gaan ze samen hardlopen, al is Paula minder fanatiek dan Tom. Maar in oktober 2021, een week voor de marathon van Amsterdam, begint hun leventje te kantelen. Tom klaagt over zere schouders, wat hij wijt aan spierpijn. Vervolgens krijgt hij last van darmkrampen, waardoor zijn eten moeilijk wil zakken. Zo krijgt hij te weinig bouwstenen binnen, wat resulteert in een ijzertekort. Het was duidelijk dat het niet goed ging met Tom,’ zegt Paula.
‘Ik ben ruim 35 jaar te vroeg met pensioen gegaan’
Ze gaan naar het ziekenhuis, waar een endoscopie wordt gemaakt van de slokdarm. Er wordt een flinke tumor geconstateerd. Nieuw onderzoek wijst uit dat er tevens sprake is van uitzaaiingen naar de lever. De harde conclusie is dat Tom ongeneeslijk ziek is. Had hij eerder aan de bel moeten trekken? Tom is een topsporter, hij heeft een hoge pijntolerantie, zegt Paula. Met Fentonylpleisters, die langwerkende morfine bevatten, is de pijn in de schouders nu onderdrukt. Hij voelt zich naar omstandigheden goed, zegt Tom. Het komt aan op moed, in zijn situatie. Hij heeft zich voorgenomen om te laten zien dat je met positiviteit veel kan bereiken. Nee, hij zal niet oud worden, en werken en hardlopen gaan niet meer. Maar een beetje humor helpt. ‘Ik ben ruim 35 jaar te vroeg met pensioen gegaan,’ lacht hij. Ook zo ironisch: Tom werkte met dementerende ouderen. Veel van die mensen zitten oeverloos te wachten op iets waarop hij helemaal nog niet zit te wachten.
De bestraling ondergaat hij als een noodzakelijk kwaad. Hij kleedt zich om in een soort pashokje en gaat dan een speciale ruimte binnen. Daar gaat hij op een loden plaat liggen. Eerst wordt hij heel precies ‘goed gelegd’, dan komt er een soort UFO aan een grijparm boven hem zweven die foto’s maakt. Daar mag niemand bij zijn, vanwege de straling. Wel mag Paula de laatste keer vanachter een scherm toekijken. ‘Het is echt lopendebandwerk,’ zegt ze. Het meest confronterend vindt Tom dat hij in de wachtkamer tussen allemaal oude mensen zit. Die kijken hem, jonge gast, meewarig aan. Hij hoopt dat de slokdarm door de bestraling tot rust wordt gebracht. Niet omdat hij daardoor langer zal leven, maar omdat hij zo lang mogelijk van lekker eten wil genieten. Hij neemt een hap van een stroopwafel die hij langzaam wegkauwt. Uit de koelkast haalt hij vervolgens een flesje compact samengestelde proteïnen. ‘Dit komt me de neusgaten uit,’ zegt hij.
Levensverwachting
Over zijn levensverwachting willen ze in het ziekenhuis niet veel zeggen. Maar die is niet gunstig. Tom is jong en in topconditie, zijn celdeling verloopt snel en de aanmaak van kapotte cellen dus ook. Paula voegt daaraan toe dat ze de levensver wachting ook niet wíllen weten. Afgelopen nacht hebben ze allebei slecht geslapen. Paula werd wakker toen ze voelde dat Tom lag te worstelen met gedachten over de dood. ‘De steun vanuit het ziekenhuis is groot,’ zegt Tom. ‘Ik kan dag en nacht bellen als er wat is. Ik stel mezelf levensvragen op een leeftijd waarop dat niet hoort.’ Slokdarmkanker komt in de hele familie niet voor. Toms kanker is een ongelukkige toevalstreffer. Nee, een bucketlist heeft hij niet. Tom heeft altijd gehandeld uit inspiratie, daar zijn geen lijstjes voor nodig. ‘Hardlopen bracht me alles,’ zegt hij.
Praten helpt, daar is stille Tom zelfs beter in geworden. Het is fijn hoe je ermee omgaat, zeggen mensen tegen hem. Maar dat gaat vanzelf, want hij heeft behoefte om een inkijkje in zijn leven te bieden. Zijn horizon is versmald, hij leeft bij de dag. Toch lukt het soms om duistere gedachten uit te bannen, zoals tijdens een simpele wandeling. Of tijdens een potje gamen met zijn teamgenoten. ‘Zodra de bestralingen erop ziten, is het voor mij vakantie,’ zegt Tom. Hij heeft al veel kracht ingeleverd, hardlopen gaat niet meer. ‘Ik ga het straks nog even doen, voor de fotograaf. Dan heb ik in elk geval een mooie hardloopfoto die we later kunnen gebruiken bij de crematie,’ klinkt het nuchter.
Bospaadjes
Nu hij niet meer met haar meekan, staat Tom erop dat Paula alleen een rondje gaat lopen. Want dat doet haar goed. Omdat er geen tijd te verliezen is, gaan ze volgende week een geregistreerd partnerschap aan. Paula haalt Toms trofeeën van boven. Een rij medailles die aan een ijzeren balk hangen, waarop Running is my way of life staat. ‘Als ik hardloop, ben ik in mijn eigen wereld,’ zegt Tom. ‘Dat is een wereld die ik begrijp. Mijn lichaam was mijn vervoermiddel. Hardlopen kon ik moeiteloos, urenlang. Vooral sjezen over bospaadjes vond ik te gek. Dat ging automatisch, ik hoefde niet eens na te denken. Frisse lucht, heerlijk buiten zijn en dingen doen wanneer het mij uitkwam.’
Als de diagnose slokdarmkanker eenmaal is gesteld, maakt Tom dat snel bekend. Eerst aan zijn familie, daarna aan zijn teamgenoten. Open kaart spelen is het devies. Om duidelijk te maken waarom hij minder vaak op de trainingen komt, minder snel loopt en zo mager is geworden. En om Paula te beschermen tegen vragende blikken. Vanaf dat moment stromen de reacties binnen. Er worden bloemen aan huis bezorgd, de hele huiskamer staat vol met geurende boeketten. Dat was te veel van het goede, eigenlijk. Alleen de kist ontbrak nog, zegt Tom.
Iets nalaten
Hij wil iets nalaten. Iets waar mensen plezier aan beleven. Zo komt hij op het idee om de TommyBeusRun te organiseren. Als dat een succes wordt, kan zijn naam voortleven. Op 3 juli moet het gebeuren. Dat is kort dag, maar het moet nu eenmaal snel. Zodra de aankondiging online is gegaan, stromen de inschrijvingen binnen. De regie ligt bij Tom, de uitvoering ligt bij leden van zijn hardloopteam. De opbrengsten gaan onder andere naar KWF Kankerbestrijding. ‘Ik hoop dat ik er zelf nog bij mag zijn,’ zegt hij.
Van huis uit is Tom katholiek, en dat helpt. Zo gelooft hij dat er meer is na dit leven. Net als zijn grootmoeder, die ook belijdend katholiek was. Tom had een goede band met haar. Recent is hij haar graf gaan bezoeken, in Escharen. Hij wil gecremeerd worden, een deel van zijn as zal in een steen worden verwerkt die op haar graf wordt geplaatst. Dan zal hij rusten in Escharen, het kerkdorp waar zijn hardloopleven ooit begon. ‘De kanker is mijn laatste marathon. Ik ga er strijdend in. Wat ik nog zou willen zeggen tegen iedereen die dit leest: geniet van elke stap die je mag zetten op deze aarde. Het maakt niet uit hoe je rent, als je maar rent.’




